De verschillen. Het zou verrijkend moeten zijn, maar ik ervaar het als slopend.
M. die toegaf op haar tandvlees te lopen en spontaan een halve zaterdag heeft zitten huilen omdat manlief onverwacht met allerlei leuke plannen kwam terwijl ze alleen maar rust wil. P. aan wie ik had gevraagd twee lessen ter beschikking te stellen voor een project, waarbij hij zelf niet eens voor- en nawerk heeft, stelt benepen dat het slechts in één les tot een uiteenzetting zal blijven.
Twee totaal verschillende werelden.
De één probeert de werkelijkheid beheersbaar te krijgen, met tomeloze inzet. De ander noemt twee keer het woord beperkt, wat veel over de persoon zelf zegt.
Vandaag was ik op audiëntie. Niet echt vervelend. Wel opvallend.
Zo langzamerhand zie ik steeds beter hoe ik in elkaar steek. Ik had iets gelezen. Een maatregel. Er is een manier om gemakkelijk bij te houden wat er wordt genoteerd over leerlingen. Als ze opvallend gedrag vertonen, bijzondere omstandigheden die belangrijk zijn om te weten, notities over huiswerkattitude en ga zo maar door. Als je docent én mentor bent, staat het ook nog eens mooi verdeeld in twee blokjes.
Als je inlogt, staat er duidelijk vermeld hoeveel notities nog ongelezen zijn. Per mentor en per docent.
Iedereen kan zo op de hoogte blijven. Naar keuze. Ik weet wel dat ik niet in Utopia woon. Ik weet dat er mensen zijn die geen nieuwsbrieven lezen of ja zeggen en nee doen.
Gelukkig zijn er genoeg tomeloze enthousiastelingen die alles lezen. Ze willen bij blijven. Ze willen hun leerlingen kennen. Ze maken contact naar aanleiding van notities.
Er loopt echter ook een volkje rond, dat niet zo nieuwsgierig is. "Ik hoef niet alles te weten."
Ik kan dat jammer vinden, maar aangezien ze er nog lang niet zijn om echt contact te leggen, stelt dat lezen van hen ook niet zo veel voor. Niemand die ze verplicht alles te lezen.
Er is een orgaan in de school dat over beleid praat. Meestal controlerend. Soms informerend. Nu opeens initiërend.
Het stoorde hen dat het getal van ongelezen notities maar bleef stijgen. Ze werden er onrustig van. Misschien was het onderbewustzijn wel aan het werk. Misschien voelden ze een druk. Druk die in hun hoofd zit. Niemand legt iets op.
Prompt kwam het voorstel om de melding dat er x aantal ongelezen notities waren ongedaan te maken. Nee. Als mentor MOET je wel lezen. Dat zou blijven. Maar als docent hoef je dat toch niet allemaal te weten. Weg ermee.
Bang voor een onverwachte overhoring? We zitten in onderwijsland, moet u weten.
De directie was slagvaardig. Voor de verandering.
Wat een onzin eigenlijk.
Hop.
De melding van ongelezen notities zou verdwijnen.
Weg was de mogelijkheid voor de lezende 'gewone docent' die tot nu toe met gemak kon bijhouden wat er zoals speelde in de klassen waarin deze les geeft. Als ze het nu nog zouden willen weten, moeten ze ALLE leerlingen nalopen, om te kijken of er wellicht iets nieuws bij gekomen is. Niet te doen.
Ik was kwaad. Mijn filosofie over leerlingbegeleiding werd aangetast. Interesse in de leerlingen als mensen, zo veel mogelijk contact leggen. Straf voor mensen die hun werk goed doen.
Ik stuurde een berichtje naar de boodschapper, de hoogste baas met mijn argumenten en het verzoek tot heroverwegen.
Geen reactie. Niet zo gek. Het was net aan het begin van de herfstvakantie.
Direct na die vakantie even bij haar binnen gelopen. Ze gaf aan dat ze er niets mee deed, het was immers een voorstel van het orgaan waar ze mee overlegt en ze had de indruk dat het goed onderbouwd was. Ik wist dus waar ik moest zijn. Duidelijk.
Ik sprak met anderen. Er waren er veel meer niet blij. Namens vier mensen, die bij elkaar flink wat mensen vertegenwoordigen, hebben we nu een flink pak vragen neergelegd. Met het dringende verzoek te heroverwegen.
Ter informatie stuurde ik het naar twee directieleden. Huttementut en de grote baas. Bij de laatste moest ik op audiëntie.
Ook zij leest dus niet altijd zorgvuldig. Ze dacht dat zij al die vragen moest beantwoorden. Ik heb het nog even nagekeken. Ik had het echt juist gedaan.
Misverstand.
Beeldvorming. Een grappig iets. Vroeger liet ik me hierdoor van mijn stuk brengen.
Niet meer.
Ik gaf iets mee.
"Ik vind dat we ervan uit moeten gaan dat als iemand een boodschap brengt in onze organisatie, dit met de beste bedoelingen gebeurt."
Niet vanwege stemmingmakerij. Niet om ergens tegenaan te schoppen.
Ze was het eens.
Toch had ik de indruk dat ze zich aangevallen voelde. Ik heb het eerste bericht net herlezen. Als je me een beetje kent, lees je bezorgdheid. Ik praat over 'de leerling centraal stellen', 'zeer onwenselijk', 'betrokkenheid', 'op de hoogte blijven over de leerlingen die je les geeft'.
Ik word moedeloos.
Ik weet dat de leerlingen het wel zien. Dat is dan nog enige troost.
Ze gaf ook aan dat ze voordat dit een directiebesluit werd, ze misschien de vier mensen die de werkvloer proberen aan te sturen, had moeten polsen.
Misschien leert ze wat.
Ik heb al eerder aangegeven dat ik een groter wordende kloof zie ontstaan.
Juist als er dan beslissingen worden genomen die direct impact hebben om de werkvloer, is het misschien goed om af te dalen uit de torentjes.
Misschien begrijpen we elkaar dan beter.
Ik bleef kalm. Zij was opgelucht dat ik niet aan het rellen was. Zo leek het dan.
Ik kan het deels plaatsen. Er is zat gereld op een andere locatie.
Maar toch.
Misschien moet ze vaker met me praten. Om eens te vragen naar zaken. Goed voor de juiste beeldvorming.