knipoog
Gekakel. Overal in school op alle niveaus. In mij is de rust terug. Ik hoor het wel, zie het wel en hoop nog wel. Gekakel op het plein. Zo’n dag waarop de leerlingen voor het laatst op school verschijnen, rapporten in ontvangst nemen, maar al lang weten of ze wel of niet een jaartje hogerop mogen. Chaos alom, elk jaar weer. Boekenlijsten die ingeleverd moeten worden. Niet of verkeerd ingevuld, administratieve dames met rode hoofden en stoomwolkjes uit oren. Maar liefst vier medewerkers die vastberaden zijn om elk ingeleverd boek pagina voor pagina te controleren en dat van ruim 1000 leerlingen verdeeld over 3 klokuren. Geloof me, 98% geslaagden is daar een makkie bij. Kortom, de eerste vakantiefile was een feit op het schoolplein waar ik stond. Dan sta je daar met een zak vol boeken die je alleen maar wilt afgeven, met een suf nummertje in je hand, beseffend dat je nog honderd wachtenden voor je hebt. Terwijl ze gewoon de zomervakantie in willen duiken. Neem dan een stel rijkelijk assertieve pubers. Zelfs na schooltijd proberen ze vindingrijk te zijn. Door met een zeer onschuldig gezicht doodgemoedereerd naar binnen te lopen alsof je al aan de beurt bent voor de grote boekeninspectie. Helaas, helaas. Een rood aangelopen J. denderde op ze af en liet ze op niet mis te verstane toon horen dat ze weer terug in de file moesten gaan staan. Terecht. Maar die toon. Assertief veranderde in agressief. Waarna J. mij liet weten dat ‘die’ en ‘die’ helemaal niets meer mochten inleveren. Ze hadden immers een grote mond gehad. En een vinger opgestoken naar een boekeninspectrice. De verkeerde vinger wel te verstaan. Het was immers geen klassensituatie waarbij een vinger nog geïnterpreteerd kon worden als een verzoek. Ze moesten hun boekenpakket maar opsturen. Diepere zucht. Ik heb al genoeg adrenaline verbruikt. Doodkalm zei ik dat ze natuurlijk moesten wachten, maar dat er geen sprake van was dat ze opgestuurd zouden worden. ‘Nou, we nemen ze gewoon niet aan’. ‘Ook niet van jou’. Haha, ze kent me! Ik vond de file langzamerhand gezellig. Volgend jaar is het schoolplein rookvrij. Nu pafte ik nog rustig een peukie weg. Het zonnetje brak zowaar door. Ondanks de steeds grotere donkere wolken die boven J. verschenen. Mijn kalmte wekte nog meer onrust op. J. zag mij staan en wist dat ik toch een keer het einde van de file zou bereiken. Collega T. brulde met luide toon de nummertjes op. Die heeft vanavond geen stem meer. Ik onderdrukte de neiging om heel hard BINGO te roepen. Toedelietoedelie. Telefoon. J. die binnen stond, mij strak aankeek door het raam en mij van alles probeerde duidelijk te maken. Het gekakel maar even gelaten voor wat het was. Haar stem klonk twee octaven hoger dan gebruikelijk. Het zweet stroomde langs haar verhitte gezicht. ‘Dit kon allemaal echt niet’. Ik had inmiddels begrepen dat K. zijn boekenpakket op slinkse wijze via een vriendje had laten inleveren. Voor hem was de kous af. Soms stook ik vuurtjes op. Nu maar even niet. Ik ben naar J. en de bevingerde vrouw toegelopen. Natuurlijk was het wangedrag. Natuurlijk waren ze boos. Maar natuurlijk kon dit allemaal heel simpel opgelost worden. Ferm werd mij toegebeten dat excuses van K. het minste waren. Natuurlijk. Ik naar K. Vrolijk huppelend kwam hij op me af. Ik kreeg een beetje een visioen van een reclame met puppy’s in de hoofdrol. Ik uitte mijn diepste zucht. Acteren is mij niet vreemd. ‘K.?’ ‘Ja?’ ‘Weet je nog dat je eerder in het jaar flink gestresst was en dat je zei dat je hoofd vol zat?’ Ja, dat wist K. zich nog goed te herinneren. ‘Mijn hoofd zit nu vol. Na grote euforie heb ik vervolgens met massa’s mensen bonje gehad. Wil je je excuses aanbieden zodat mijn hoofd weer wat leger wordt? Ik moet hier namelijk nog wel een paar dagen werken en nog meer ruzie met J. is niet mijn idee van lekker ontspannen’. Het was een uitleg die in één keer begrepen werd. Met ingehouden flair liep hij kalm naar binnen en luisterde naar de preek van de boekeninspectrice die hij over zich uitgestort kreeg. Liep vervolgens ook nog zonder instructies naar opgeblazen J. die nog na stond te hijgen van alle commotie. Gaf haar een vriendelijke handdruk om de vrede te bezegelen. 'Sorry hoor. Ja, dom van me'. En was eindelijk verlost van zijn boeken. De zon leek te knipogen.
