Je zit met allemaal leerlingen van drie verschillende niveaus in één gebouw. De twee hoogste niveaus kampen met een teruggang van het aantal leerlingen. Scholen waarbij die twee hoogste niveaus in één apart gebouw zitten, blijken erg populair. Daar kunnen we niets mee. Dus bedenkt een groepje bedenkers dat we dan in ieder geval maar iets van een scheiding moeten realiseren, zodat alsnog de hoogste niveaus de school binnen zullen stromen. We delen het gebouw in tweeën. Boven hoog niveau en beneden laag niveau. Ook docenten worden zo in twee groepen gesplitst. Het mag natuurlijk geen geld kosten. Kortom, bij tekenen, handvaardigheid, natuur- en scheikunde en biologie loopt het hele idee al mank. Deze vaklokalen zitten allemaal op de lagere-niveau-verdieping maar mooi dat het hoogste niveau wel gebruik moet kunnen maken van deze vaklokalen. Gelukkig hebben we ook nog steeds één plein, één kantine, één hal, één mediatheek en één algemene studieruimte. Alle leerlingen hebben te maken met de zelfde conciërges, de zelfde dames van de administratie en hebben allemaal de zelfde rector. Door elkaar nemen ze de bus, hebben soms gemengd gymnastiek, hebben gezamenlijk sportdagen en soms gezamenlijk excursies. Het zal u niet verbazen dat de meest creatieve docenten eigenlijk niet zo ver doorgestudeerd hebben. Hoewel er een scheiding met veel bombarie werd aangekondigd, zijn juist deze lagere-niveau-docenten mentor van hogere-niveau-klassen. Je vraagt je af wanneer ze doorkrijgen dat het gaat om de inhoud, niet om de plaats. De inhoud van lessen, de passie en creativiteit van mensen. Daar moet je op aansturen. Daar moet je mee aan de slag en mensen de ruimte geven om daadwerkelijk ons onderwijs leuk te maken. Dan komen die hogere niveaus vanzelf binnen. Vorige week werd mij verteld dat ik moest verhuizen. Zowel op de 2e als op de beneden verdieping zijn kamers voor ‘ons soort mensen’. Op elk van die twee kamers zitten twee mensen. Maar gemengd. Beneden zaten de mensen die het kleine grut in het gareel probeerden te houden. Boven ik en collega F. die het grote grut temden. Collega F. heeft de handdoek in de ring gegooid. Op het hogere niveau zijn twee nieuwe mensen aangesteld die nu samen die toplaag tot bloei moeten brengen. Hard nodig. Hun baas vond het een goed idee om hen samen op één kamer te zetten. Klein en groot grut maar alleen op de hoogste niveaus. Op de juiste verdieping natuurlijk. Collega P. die alleen maar met gebouwen te maken heeft en weinig met mensen, besloot kordaat dat ik maar twee verdiepingen moest zakken. Maar ik ben eigenwijs. Nee, dat is niet gemakkelijk. Nou ben ik niet altijd tegen veranderingen. Maar ik zag meer nadelen dan voordelen. Vooral voor de leerlingen wil ik een plek waar ik rustig zit. Waar ik ze de aandacht kan geven die ze nodig hebben. Die van mij stuiteren namelijk het heftigst. Mijn baas kwam met het alternatief. Een kamer apart, op de 1e verdieping. Hoera, dan zit ik eindelijk op niveau. Collega P. was woest. Zo maar een kamer apart. Wat een onzin. Dan bleef alles maar zoals het was. Volgens P. Opeens was het grote scheidingsplan minder belangrijk. De bazen van ons soort mensen vonden dat weer niets. Steunden het alternatief. Maar een knoop werd niet gehakt. De bazen van ons soort mensen en P. stonden onvermurwbaar tegenover elkaar. En ik was niet zo meegaand. Om het maar zachtjes uit te drukken. Zelfs het grote opperhoofd durfde urenlang geen uitspraak te doen. Totdat ik op het juiste niveau zei ‘en nou wil ik **** wel eens weten waar ik heen moet’. Let wel, dat was vijf uur nadat het probleem tot in den treure toe herhaald was in verschillende groepssamenstellingen. Het opperhoofd heeft gesproken. De dozen zijn gepakt. Ik ga voorlopig één verdieping naar beneden. Nu hoop ik maar dat er genoeg energie overblijft bij deze beleidsmakers om echte inhoudelijke plannen te maken……op een hoger niveau dan kleuteronderwijs.