Blogroll Me! bouncing: november 2005
www.flickr.com

bouncing

ofwel stuiteren

woensdag, november 30, 2005

geen angst

Of ik bang ben dat mijn bazen dit lezen? Die vraag kwam opeens naar voren in een commentaartje op een stukje. Is me al vaker gevraagd. Neuh. Ik maak ten eerste nergens waar ik kom van mijn hart een moordkuil. Als ik zeg dat ik wel voor mijn mening uitkom, gaan mensen fronsen en denken hoe zoiets heet in de overtreffende trap. Als iemand het weet, mag ie het zeggen. De één noemt het drammen. De ander noemt het recht voor zijn raap. Iedereen weet dondersgoed dat ik alles met de beste bedoelingen doe. Ik heb altijd geleerd dat dat goed genoeg is. Als klein kind al geleerd dat je nooit meer dan je best kan doen. De periode van vertwijfeling en onzekerheid ligt al weer ver achter me. Niet dat ik nooit twijfel. Niet dat ik denk dat ik alles goed doe. Dat niet. Maar wel zelfverzekerd. Soms bijstellen. Omdat ik weet dat interpretatie een mooi, maar ook een gevaarlijk ding is, weten niet al mijn collega’s van dit log. Ook niet de bazen. Zeker geen leerlingen. Er is ook nog zoiets als privé. Ik zal ook nooit over alles loggen. Er zijn grenzen. Al met al heb ik het prima naar mijn zin, gebruik bewust geen namen voluit en alles is te relativeren. Alles. Angst is geen goede raadgever. Dus die laat ik mooi links liggen. Humor is veel belangrijker. Passie en de zalige kleine ergernissen van de dag leuk gemengd. Met de intensiteit van een stuiterbal. Ondanks de harde werkelijkheid toch blijven geloven in het goede, het leuke en het fijne. Gewoon wat meer om je heen kijken en het blijven ontdekken. Zonder cynisme. Daarvoor is gewoonweg te weinig tijd. Het te delen met die mensen die dat ook zo willen zien, is enerverend. En als ze het niet zien, is het hun gemis. Zo arrogant ben ik dan weer wel.

|

zondag, november 27, 2005

finale weekendlogjesmarathon

Soms ben ik blij dat ik niet al mijn werk af krijg. Ook ben ik blij dat ik een gezonde dosis scepsis bezit. Voordat de afgelopen week begon, kreeg ik een mail. Jawel. Er kwamen toezichthouders. In de studieruimte en in de kantine. Of wij de leerlingen op deze mensen wilden wijzen. En duidelijk maken wat de regels zijn. Dat laatste doen we dagelijks, maar nu werd het nog eventjes fijntjes benadrukt.
Ik was het niet van plan. Ten minste, niet op stel en sprong. Eerder zouden er ook twee komen. Eentje is nooit gekomen, de ander hield het na welgeteld 4 uur voor gezien. Ik wilde eerst wel eens zien of er wel iemand kwam. De vorige keer voelde ik me toch aardig voor joker staan nadat ik de praatjes braaf had afgedraaid in de klassen. Nog even en dan denken ze niet alleen dat ik manisch ben, maar ook dementerend. Dat gaat me net een stap te ver.
Maandag was een dag met van alles en nog wat. Terwijl ik door het gebouw galoppeerde, hoorde ik opeens de stem van baas R. door de intercom. Met het hele verhaal over de toezichthouders. Jawel, ze waren gearriveerd. Twee dames die met behoud van uitkering dagelijks in onze school geparkeerd zijn. Beiden met een administratieve vooropleiding. Aan een tafeltje. De één in de studieruimte. Daar mag, behalve in pauzes, niet gegeten of gedronken worden. Het moet er rustig zijn en leerlingen geven hun schoolpas af als ze er gaan zitten leren. Dodelijk saai lijkt me. Een vriendelijk ogende dame gaf me een hand. Dan de kantine. Weer een vriendelijk ogende dame. Met haar handtas pontificaal op het tafeltje. Midden tussen leerlingen die er hangen, kaarten, broodjes kipcorn naar binnen werken de hele dag door, de Spits lezen, de laatste woordjes voor een so doornemen, tafelvoetballen en elkaar bijpraten over alle zaken die zij zo belangrijk vinden. Een aantal vindt het een sport om een gigantische bende van de kantine te maken. Dat zou dan nu eindelijk verleden tijd zijn. Ze kregen te horen dat ze altijd een beroep konden doen op de afdelingsleiders. Stel dat die kinderen niet luisterden. Maar ik hoorde niets. Behalve dan joelende kinderen in de kantine. Niet als ik door de kantine liep hoor. Ze kijken wel link uit. Maar net als ik twee trappen had afgedaald. Of zo. Nog verbaasd hoe het kon dat het zo’n bende in de kantine was terwijl er toch echt een dametje met handtas in functie zat. Plus camera’s die alles registreren maar waar de conciërges niet naar omkijken.
Woensdag was het project voorbij. “De dames vonden het heel moeilijk om te gaan met tegenwerkingen van onze mondige leerlingen”, zo stond vermeld in het wekelijkse bulletin met o zo belangrijke mededelingen. Tjee. Ik vraag me af of ze überhaupt iets gezegd hebben. Eerlijk gezegd denk ik dat ze niet durfden.
Vrijdag kwamen baas R. en baas L. met een idee. Er zouden vast weer nieuwe toezichthouders komen. Het idee werd geopperd om een roostertje te maken waarop allerlei mensen die nieuwe toezichthouders gingen coachen. Inclusief de afdelingsleiders. Toedeloe. Daar begint deze dame niet aan. Ze heeft het druk zat. De mensen met personeelsbeleid in hun pakket krijgen er vet voor betaald dus die kunnen zich helemaal uitleven. Niks afschuifcultuur. Ze zoeken het maar uit. Ik begeleid me al suf aan die pubers. Wil geen vrouwen/mannen met/zonder handtasjes begeleiden die als amoeben aan hun tafeltje zitten vastgeplakt. Hoe aardig ze ook zijn. Mocht er een persoon mét hart voor pubers tussen zitten en als het even kan ook een grote bek, dan weet die me feilloos te spotten. Dat hoeft niet in een roostertje. Stelletje bureaucraten. Zo, mijn hart gelucht en de marathon ten einde. Morgen maar weer ‘gewoon’ gaan werken.

|

de weekendlogjesmarathon, part 3

Mentorleerlingen zijn toch bijzonderder. Je bent er net wat meer bij betrokken dan anders. Het is wel verdraaid lastig soms in mijn positie omdat ik ook de baas van het spul ben, dus met twee petten loop. Nou zeg ik altijd tegen die leerlingen dat ik in de eerste plaats mentor ben en alleen vreselijke boeman als ze daar aanleiding voor geven.
Zo hadden we N. die deze week moest voorkomen. Een zogenaamde TRIP zitting. Hij wist al dat het vast een taakstraf zou worden. In de zomervakantie matten met een aantal andere jongens. Om niks eigenlijk. Te veel testosteron of zo. Vermoedens van discriminatie. Maar vooral te veel stoer gedoe. Hij was er wel danig van onder de indruk. Tja. Het was allemaal onnodig geweest. Beetje kinderachtig ook. Nooit eerder met de politie in aanraking geweest en dit zou ook niet meer gebeuren. Daar ben ik ook van overtuigd. De straf viel mee. Het is overgekomen. Dan K. Duidelijk een stormachtige week. Hoe hard ik ook liep, K. was me steeds te snel af. Als ik hem herinnerde aan een afspraak die hij niet nakwam, was het steeds ‘oh joh….. helemaal vergeten’ en weg was hij weer. Eentje met extra begeleiding van alle kanten. Al die kanten hameren nu op planning en discipline. De zwakke punten van K. Enthousiast als geen ander, maar alles last minute. Gewekt worden door anderen, maar dan zelf de discipline niet altijd hebben om je ook daadwerkelijk uit dat bed te hijsen. Opeens zien dat er een berg werk ligt dat in één dag af moet. Te laat komen en weten dat je mentor/baas dat spuugzat is en dreigt met leerplicht. Stress. Stress levert weer stormachtig gedrag op. Stormachtig gedrag kan weer leiden tot conflict. Maandag? Jemig, dat is al weer bijna een week geleden. Was een drukke dag en K. vergat zijn afspraak. Dinsdag wel aangesproken maar geen mogelijkheid verder die dag om zaken rustig te bespreken. Dus alleen maar in korte kreten zoals “doe eens wat rustiger”, “ben je nou al begonnen met dat werkstuk?” (jahaa) en “je kan echt geen uren meer verzuimen” (rimpels in voorhoofd bij hem en bij mij). Woensdag ben ik er normaal nooit maar nu wel, maar rende hij naar de gym terwijl ik me moest voorbereiden op de vergaderingen die middag. Ik hield mijn hart vast voor die gymles. Het was zo’n dag dat alle leerlingen met orkaankracht zich door het gebouw bewogen. Maar nee, ook ik maak mij regelmatig onnodig ongerust. Het was allemaal prima verlopen. Toen donderdag. Wéér een afspraak vergeten. Dus ik opperde een gesprek na lestijd. “Nee hè. Gaat de steunles dan niet door?” “Tuurlijk wel”. “Shit, maar ik heb al een afspraak”. “Die moet dan maar even wachten”. Vastberaden om die dag wel een goed gesprek te hebben. Een dag die vol zat met dreigende vechtpartijen, horkerige collega’s en mijn humeur werd er niet beter op. Steunles aan het einde van de lesdag. Geen K. Ik voelde de kwaadheid opborrelen. Wee zijn gebeente als hij zelfs nu te laat zou binnen komen. De deur ging open. Voor ik er erg in had, floepte ik er uit “Nou heb ik even geen zin meer om jou te zien”. Bliksem. De duistere blik ving ik nog net op. “Nou dan niet”. Baf. Deur dicht. K. weg. Verder met de steunles. Met een gezicht dat niets probeerde te verraden. Balen. Helemaal toen ik er tijdens de steunles achter kwam dat hij door toedoen van een collega te laat was en er dus zelf voor de verandering niets aan kon doen dat hij te laat was. Daarna naar de fysiotherapeut. Goh, wat zaten die spieren vast. Ik was niet verbaasd. Thuisgekomen eerst maar wat telefoontjes. Eentje naar K. “Dat liep niet zo lekker vandaag hè?” “Nee.” “Morgen maar eens praten.” “Ja dat is goed.” Aldus geschiedde. Een goed gesprek. Met zo nu en dan een lach. Goede plannen. K. opgelucht. Juf ook.

|

de weekendlogjesmarathon, part 2

Weeralarm dus. Maar ik was niet ingesteld op mist. Toch kwam ik een hardnekkige mistbank tegen in de vergaderkamer afgelopen vrijdag. Tussen de hagelbuien, onweerswolken, lichtflitsen en wervelwinden door, was er een onbeduidend mistig gebied. Ik houd niet van mist. Saai, kil, grijs. Gewichtig begon R. met het eerste punt. Schoolpasjes. Elke leerling heeft een schoolpas gekregen. Ze kunnen er mee naar de mediatheek, ze kunnen er boeken mee huren. Ze moeten hem tonen als ze te laat zijn en ze –bliep- bij de conciërge hun pasje laten scannen, waardoor er, o wonder der techniek, een minuscuul briefje uit komt rollen waarmee ze toegang tot de les krijgen. Heel klein staat vermeld hoe vaak ze te laat zijn gekomen. Wat ik overigens ook in de computer kan zien. Potverjandorie nog an toe. Er waren steeds meer leerlingen die hun pasje vergaten. Wat nu te doen? R. was ferm. “Ik stel voor dat ze direct naar huis worden gestuurd om hun pasje te halen.” Het is een manier om er voor te zorgen dat de klassengrootte drastisch verlaagd wordt. Tijd om te blazen. Weg met die mistige hersenspinsels. “Is niet zo praktisch hoor. Stel dat ze een toets hebben. Zadel je die docent weer op met inhalers.” Bovendien heb ik al lang een manier gevonden om ervoor te zorgen dat dit niet vaak voorkomt. Eerste keer? Goh, ze zijn menselijk en vergeten iets. Volgende dag pasje laten zien. Tweede keer? Corvee. Hatsekiedee. En ’s middags na de lessen naar huis laten gaan om dat pasje te gaan halen. Te vaak? Strafuren. Pasje vergeten in de mediatheek? Dokken. Maar dan heel bescheiden. Een nieuw pasje laten maken kan ook. Dat is de leerlingen al bekend. Maar dat kost vier keer zo veel. Dus ze komen al langs zo nu en dan om te kijken of ik nog iets gevonden heb. Alles gaat nu gewichtig in een beleidsnotitie gezet worden. Zo houden de bazen zichzelf wel bezig. Lekker belangrijk.
Volgende punt. Een lijst met namen van kinderen. De ouders van die kinderen hadden de vrijwillige ouderbijdrage nog niet betaald. Vroeger was dat echt een probleem. Toen werd er van alles uit betaald. Daar zijn we al lang van af gestapt. Ons leveringsgebied is het armste deel van Nederland. Het is nu allemaal inzichtelijk. Kinderen die op excursie gaan? Geld innen. Schoolfeest? Geld innen. Per activiteit dus. Duidelijk voor ouders en eerlijk. Je betaalt voor wat je krijgt. Eerlijk en geen probleem. De vrijwillige bijdrage is nu slechts 12 euro. Daar gaan we dan over vergaderen. Wat we doen met de niet-betalers. Ik vroeg een lijstje. Wilde weten waar dat geld aan besteed werd. Verfraaiing klaslokalen. Toneeldecors. Steunlessen. Er werd al gemompeld dat we misschien toch voorzichtig via de kinderen moesten laten weten dat er nog 12 euro betaald “moest” worden. Daggutnie. Is het nou echt zo moeilijk? Vrijwillig. Tuurlijk zou het allemaal veel leuker zijn als iedereen betaalde. Maar je hebt dus het recht om te kiezen. Ja, je kan dat vragen aan ouders als dat kind steunles volgt. Omdat dat daar uit betaald wordt. Of dan maar van steunles af. Maar dat is het dan wel. Ik blies nog maar een keer. Hopend dat de mist oploste. “Ik vind dit irritant”, zei ik. Dat mocht ik niet zeggen. Zei L. Ha. Heb het lekker nog een keer gezegd. Godzijdank werkten we die dag met een verkort lesrooster en stond deze vergadering in een lesuur gepland. De bel deed me uit de mist breken. Doei! Op naar zonnestralen in een gewoon leslokaal.

|

zaterdag, november 26, 2005

de weekendlogjesmarathon, part one

Goed dan. Eerst maar de hagelbuien. Het was de hele week al aan het stormen. De enkele nieuwe collega die al moeite had met zijn klassen, zag nu alleen nog maar allerhande projectielen door het lokaal vliegen. Niet persé gericht naar hem. Dat dan weer net niet. Maar wel zodanig spectaculair dat leerlingen met tussenuren stiekem hoogspringoefeningen deden voor de ramen van het lokaal aan de gangzijde zodat toch nog een glimp van dit, in hun ogen, entertainment niet gemist werd. Zowel binnen als buiten het lokaal deed alles er op wijzen dat het een alternatieve les lichamelijke opvoeding betrof. Het leek niet op een les Duits. De mensen die deze eigenwijze chaoot moeten begeleiden beginnen zo langzmwerhand met hun ogen te draaien van mijn berichten. Ik denk niet dat hij het gaat redden. Als de behoorlijk drukke leerlingen mij gaan vragen of ik iets kan doen aan de rust in de lessen Duits, is het goed mis. In pauzes zwol het geluidsniveau aan. Overal waar maar leerlingen stonden. Alsof er gladiatoren waren aangetreden die zich klaar maakten voor een spectaculair gevecht en nog even aangemoedigd werden door een uitzinnige menigte. Jongetjes die nog meer dan gebruikelijk de neiging hadden om elkaar te duwen, ‘een tikkie te geven’, elkaars spullen afpakken en na en tijdens elke actie een luide oerkreet uitstootten, leken opeens in aantal te zijn verdubbeld. Gillende meisjes. Om niks. Docenten die nog gehaaster dan anders naar de relatief rustige docentenkamers liepen. Weg uit de chaos. De paar docenten die nog een poging deden om de rust te laten terug keren. “Nee, laat elkaar los”. “Ja, maar het is maar een geintje”. “Interesseert me niet, laat elkaar los”.
“Mees, zag u wat hij deed?” “…” “Mee-hees”. Meestal worden de grootste schreeuwlelijken (“en nee, echt geen ruzie, we praten gewoon”) naar buiten gedirigeerd. Hop, naar het plein. Dat stond gisteren echter blank. Tja. Donderdagmiddag was het al raak. Aan het einde van de middag een grote meute kinderen rond de school. Je voelt het. Je weet dat er iets op stapel staat. De antennes schuiven uit. Naar buiten. Vuurtjes laaiden op. Ondanks de regen. Ik kwam wat laat. De sensatiezoekers bleven hangen. Hopen op meer dan de paar klappen die er blijkbaar al gevallen waren. “Hoppa, jongens. Naar huis. Ik tel tot drie en dan wil ik je niet meer zien”. Het werkte. Snel kwam ik erachter waar het om ging. Twee meiden. Wederom het bewijs dat MSN verboden zou moeten worden. Zeker voor onder de 18. Het venijn was al langer gaande. Ouders die er niets van weten. Er niets van snappen. Ze komen namelijk uit een cultuur waarbij jongens nog helemaal geen rol mogen spelen. Maar ondertussen. Jaloezie. Elkaar verrot schelden. Elkaar bedreigen. Lekker veilig via Internet. Onzekerheid. Dus het delen met je ‘vriendinnen’. Die al helemaal niet hun mond kunnen houden. Dus iedereen heeft opeens een mening. Iedereen kiest een kant. Voor je het weet staat de halve Turkse gemeenschap op je stoep. Hadden ze ongetrouwd maar wat vaker gemeenschap. Zou de spanning behoorlijk wegnemen. Denk ik dan. Nadat alle sensatiezoekers weg waren, zag ik G. Één van de viswijven. Even flink gedonderd. Dit kunnen we nou net niet hebben. Net voor de wervingstijd. Mijn beurt om te dreigen. “Fijn G. Zal ik je vader even bellen? Zal ie leuk vinden. Was je niet van plan om op deze school examen te doen?” Het had effect. De schrik sloeg haar om het hart. Vrijdag maar even met collega M. beide viswijven bijeen gebracht. Ja, het was eigenlijk wel heel kinderachtig. Uitgaan van allerlei veronderstellingen was toch wel heel dom geweest. Iedereen had zich er ook niet mee moeten bemoeien. Niet beseffen dat ze zelf ook overal met hun neus boven op staan als er wat gaande is. Duidelijke afspraken. Een laatste waarschuwing. Weer een paar uur later kwam de nerveuste baas nog even nadruppelen. “Het is toch wel heel ernstig wat er is gebeurd”. Of ik ze wel geschorst had. Nee dus. “Je weet toch wel dat er naast leerlingbemiddeling ook nog gewoon een straf gegeven kan worden?” Ja. Dat weet ik. Ik gaf aan dat het helemaal uitgepraat was en dat de tutten er ernstig van waren geschrokken. “Ja maar”. Niks ja maar. Ik gaf aan veel kwader te zijn op de sensatiezoekers die er stonden en die stonden te popelen om het erger te maken dan dat het was. “Ja, maar die kun je moeilijk allemaal schorsen”. Precies. Met enige weerzin moest hij zich er bij neerleggen. Altijd vol met praatjes. Maar zelf te bescheten om naar buiten te lopen. Terwijl het pal voor zijn kantoor gebeurde. Grootste angsthaas die er is. Maar dat is vaak zo met mensen die over hoofden heen praten. Daarnaast heb ik oprecht het idee dat het nu over is. Ze weten dat het veel ernstiger wordt als het nog een keer gebeurd. Schorsen is één ding. Maar dat je ouders erachter komen dat je ‘verkering’ hebt. Misschien wel eens een zoen uitwisselt. Dan kun je het helemaal schudden. Dus laat het nou maar aan mij en M. over.

|

vrijdag, november 25, 2005

weer weer

Weeralarm. Ik deed er nog wat lacherig over. Had wat langer file dan normaal. Hoewel, normaal, normaal, wat is normaal? Minstens twee keer per week is er wel een ‘gewoon’ ongeluk en staat alles ook muurvast op de A13. Of de A20. Of de A16. Zo veel keus, het is net prijs schieten. Vanochtend vond ik het nog wel spectaculair. Erg nat, erg veel gewaai en ook nog flinke lichtflitsen en gedonder in de buurt van Zestienhoven. Allemaal voortekenen. De storm was nog niet gaan liggen. Het was nog geen weekend. Zo veel was duidelijk. Al die nattigheid wees er natuurlijk op dat ik de halve dag bezig was met brandjes blussen. Of er voor moest zorgen dat heethoofdige leerlingen afkoelden. Of een koude douche. De donder heb ik laten horen bij een vergadering waar weer eens kindonvriendelijke, onpraktische voorstellen over tafel gegooid werden, om het maar niet te hebben over de taakverzwaring…. Verder als een wervelstorm door de school. Flitsend snel. Spectaculair ook binnen. Zonder meer. Volgens de vooruitzichten zullen er gelijk fikse hagelbuitjes logjes komen dit weekend. Om alles eens heftig over jullie uit te storten. Wellicht zit er een zacht sneeuwbuitje tussen. Of een wolkbreuk.

|

donderdag, november 24, 2005

(eigen)wijs

Zo’n dag waarop je verzucht “ik geloof niet dat ik dit leuk vind”. Gevolgd door “ik wil geloof ik een collega ontslaan” waarna ik snel zei “nee, dat is ook niet waar”. Daar zaten mijn steunleskinderen dan. Tja. Ook nog een diepe zucht eruit persend en de woorden “waarom doet iedereen op de zelfde dag zo moeilijk”. "Spreek ik vandaag Russich of zo?"L. kapte me af. “Gewoon nog even volhouden, juf”. Soms zijn de leerlingen wijzer dan de juf. Soms. Zeker L. Opmerkelijk troostend vermogen hebben sommige kinderen. Veel zijn er even eigenwijs als ik. Gelukkig maar. Het is gaan stormen en de wind gaat voorlopig nog niet liggen. Hoort er allemaal bij. Ik houd nog wel even vol. Rechtop in de storm.

|

dinsdag, november 22, 2005

geen pap, koek op

Als een stuk klei dat neerploft. Klababber. Na een dag met van alles en nog wat waaronder het energievretende omgaan met een absoluut kindonvriendelijke, stugge manier van collega P, die denkt zelf de regels te kunnen bepalen, was de koek op. Over en sluiten. Kleine baas gaat P. aanspreken. Maar “alles op zijn tijd”. Wat altijd later is dan mijn tijd. Dus het was tijd voor het grote niets. Er was geen beweging meer in te krijgen. Lekker op de bank hangen. Kassie kijken. Jawel. Niet weer de auto in. Uitgeteld. Als ik mezelf niet in beweging kan krijgen, lukt het al helemaal niet om klei in beweging te krijgen. Alleen die gedachten van mij. Ernstig ADHD gedrag. Er floepten gedachten aan werk omhoog. Gevolgd door de gedachte “morgen”. Is vroeg genoeg. Na mijn mini-winterslaap waar het NU tijd voor is. Gedachten zijn afgeremd. Ik kan geen pap meer zeggen. En schrijven met moeite.

|

maandag, november 21, 2005

die allemaal

Raaskallende collega’s
Apathische collega’s
Prima collega’s
Pietluttige collega’s
Objectieve collega’s
Rechtvaardige collega’s
Trage collega’s
Verstrooide collega’s
Ergerlijke collega’s
Ridicule collega’s
Gezellige collega’s
Afwezige collega’s
Demotiverende collega’s
Enthousiaste collega’s
Rellende collega’s
Invoelende collega’s
Nietszeggende collega’s
Grappige collega’s
Eerlijke collega’s
Nieuwe collega’s
Leest u even mee van boven naar beneden? Gewoon de beginletters. Sint is immers in het land. Dan weet u waar ik al deze collega’s morgen weer tegenkom. Vier keer per jaar. Allemaal tegelijk. Ik heb minstens 12 van bovengenoemde eigenschappen, dus het komt helemaal goed. Ik mag namelijk met de hamer zwaaien.

|

zaterdag, november 19, 2005

feessie

Ik was maar twee uurtjes later dan normaal op mijn werk vrijdag. Maar gevoelsmatig een wereld van verschil. Uitgeslapen. Toch wat geleerd in de afgelopen jaren. Had ik me ’s ochtends om kwart voor acht weer het schoolgebouw in gesleept, had ik mij publiekelijk opgerold op de zeer oncomfortabele bank in de docentenkamer. Los van wat wie dan ook daar van dacht. Of wie er zat. Nu huppelde ik bijna weer. Ook bijtijds weer weg en zowaar zonder file thuis gekomen. Daarna weer naar school. Twee collega’s, allebei in een band. Allebei bereid om het personeel met een swingend avondje te verblijden. Veel beter dan verplicht team builden in een keurslijf. Lachen, dansen, zweten en kletsen. Kleine baas L. wiens naam werd gescandeerd. Top. Even niet begrijpen waarom zo veel collega’s niet kwamen. Maar daar niet lang bij stil gestaan. Beter om te genieten van de collega’s die er wel waren. De levensgenieters. De harde kern. Dan stoor je je niet meer aan voorspelbare zaken. Zo had de funky band van collega T. traditioneel een moment waarop een nietsvermoedende manspersoon wulps werd toegezongen door één van de kanjers van zangeressen. Zogenaamd omdat hij een date met haar had gehad en ze vertwijfeld, met een gesmoorde traan, liet merken hoeveel pijn het haar deed dat hij haar niet meer had gebeld. Natuurlijk was deze nietsvermoedende manspersoon de grote baas. De grote baas die daarna etaleert hoe het is om in een midlife crisis te zitten. Door iedereen die hij daarna maar tegen kwam te vertellen: “Nou, het is dat er zo veel personeel is, anders had ik haar gepakt”. In your dreams baby. Weten mannen nou echt niet dat ze door zo’n opmerking bij veel mensen gelijk in de categorie zielig worden geplaatst? Wat voor reactie verwacht hij daar dan op? Niet dat ik mijn hoofd daarover gebroken heb. Het was veel te gezellig.

|

donderdag, november 17, 2005

en dan nu maar even het weerbericht

Wat een bluf dat vorige stukje. Getuigt van weinig zelfkennis. Voel me mooi opgeslokt. Opgetild door een storm met orkaankracht die soms mij zelfs even te wild tekeer gaat. Tuurlijk stuiter ik nog wel overal tussendoor. Hoewel de marges om te stuiteren even krap zijn. Sta je daar vrolijk te stuiteren, is er opeens een explosie. Van leerlingen die zorg behoeven. Zorgend stuiteren is echt onmogelijk. Maar gisteren en vandaag was vooral slepen. Veel vermoeiender dan stuiteren. Een periode met flinke buien. Een docent die opeens besluit om leerlingen die te laat zijn niet meer toe te laten tot zijn les. Ts. Rare man. Mooi dat dat wel weer gaat gebeuren. Stress voor niks? Daar zit ik niet op te wachten. Gelijk maar even geregeld dat hij alsnog leerling S. een eerlijke kans geeft voor zijn tentamen. Een huilende leerling die gelukkig prima werd opgevangen door haar mentor. Ik weet niet veel, maar wel dat het leed groot is. Twee leerlingen die getreiterd werden. Perfect opgelost door leerlingbemiddeling. Dat is echt een superuitvinding. Ik heb al lang niet meer de illusie dat volwassenen wijzer zijn dan tieners. Al het gemiezer wordt daar omgezet in opklaringen. De griepgolf woekert door in de derde klassen. Collega W. die zich gepasseerd voelde, geprobeerd te kalmeren. Nee, het was niet mijn bedoeling om je te passeren. Ja, ik werk nu eenmaal wat sneller….. Alles is weer pais en vree. Kent u dat? Lijmen maar tegelijkertijd denken ‘tut’? Nou, zoiets dus. En dat was nog maar het begin van mijn ‘vrije woensdag’…. Leerplicht krijgt het weer druk dankzij mijn berichten over onrechtmatig verzuim dan wel te vaak te laat komen. Lekkere boze brief geschreven naar de Raad van de Kinderbescherming over hoe ze geen informatie verstrekken over T. Toen ik dat ritme te pakken had, gelijk een nog bozere brief naar de moeder van T. Een korte maar heftige onweersbui is nodig op zijn tijd. Van alles proberen te ordenen. Volgens mij is het papier in mijn tas vruchtbaar en plant zich dusdanig voort dat van een echte geboorte-explosie gesproken kan worden. Het kan voelen als een tsunami. De ‘ontspanning’ vond plaats in het hardhandig rechtzetten van een paar wervels die dwars lagen. Daar bij de fysiotherapeut kon ik tenminste even languit liggen. Buffelen verder. ’s Avonds naar een theatervoorstelling met 50 kinderen om de baas te ontlasten. In het rode pluche. Wel lachen en zelfs nog vier oud-leerlingen tegengekomen bij toeval. Kleine zonnestraaltjes werden zichtbaar. Maar vanochtend was het zwaar. Belachelijk vroeg weg en toch file. Briefjes vinden waaruit blijkt dat het komend weekend eigenlijk kerstvakantie zou moeten zijn. Crashen onder de boom en verder niets. Maar nee. Gezeik over leerlingen die huiswerk of strafwerk niet hadden gemaakt. Problemen bij kinderen in alle soorten en maten: thuis, psychisch, lichamelijk, sociaal, en verzin het zelf maar. Soms komt er op een dag wel eens te veel op het bordje. Donder, hagel, regen, bliksem. Maar dan ga ik meestal zacht neuriën. “Always look on the Bright Side of Life” . Zachtjes anders word ik de school uitgezet. Mooi dat ruim 73% van mijn oelewappers uit de examenklas mee gaan naar Londen. En nog geen 22% uit de ‘stuiterbal-vrije’ examenklassen. Ha. Dan transformeert slepen zich weer even in stuiteren. Een regenboog. Wat ook helpt is als nieuwe collega J. haar rituelen onder grote publieke belangstelling ten uitvoering brengt. Pauze. Lippenstift bijwerken. Handcrème uit tas, schudden en dan smeren. Schudden zonder dop is bijzonder vermakelijk. Visioenen van Monica Lewinsky. Ben benieuwd hoe mijn baas die subtiele witte vlekjes thuis aan zijn vrouw uitlegt. Collega K. gaat naar de zelfde concerten als ik in december. Dubbele regenboog! Tussen alles door B. duidelijk gemaakt dat spijbelen, om een vriendje te zien waar vader niets van af weet, niet slim is. K. proberen duidelijk te maken dat chaos overwonnen kan worden én dat hij veel leuker is als hij lacht. E. belde vanaf het politiebureau. Verkeerde gedachtesprong. Nee, hij zat niet vast. Hij was bezig met een aangifte. Oh. L. die haar amandelen heeft laten knippen maar wel braaf al haar huiswerk bijhoudt. S. die zich steeds sterker profileert als onruststookster. O. die duidelijk psychische hulp nodig heeft, maar dat vooralsnog afwijst. De werkdag afgerond met staren naar een bureau waar ik geen orde meer ik kon scheppen. Even leeg. Mijn hoofd dan. Dat bureau blijft even vol. In de file terug. Het seizoen van hagelbuien afgewisseld met strak blauwe luchten en soms even een mooie regenboog. Maar ook koude windvlagen die je doen rillen. Het weer heeft zich feilloos aangepast aan mijn belevenissen.

|

maandag, november 14, 2005

stuite(re)n

Mén wat kan vergaderen lachwekkend zijn. Ik had vandaag drie keer het "genoegen". De eerste ging over hét schoolfestival dat in april helemaal gaat gebeuren. De verantwoordelijken zijn grijze mannen die nog uit het 78 toeren tijdperk stammen. Zaten vorig jaar onderuit gezakt op stoeltjes commentaar te leveren op hippe leerlingen. Niet echt stimulerend. Dus. Dus ga ik me er tegenaan bemoeien. Gelukkig met collega J. die absoluut niet grijs is. Die net voor mijn grande entree te horen had gekregen dat ik er toch niet bij hoefde te zijn…. Ha, maar ik stuiter gewoon een overleg in. Een kleine coup mag dit genoemd worden. De grijze heren krijgen we niet weg, maar we zullen er voor zorgen dat ze nog onzichtbaarder worden. Lukt wel. De tweede ging over een feest speciaal voor de examenklassen. Ook daar maar even de regie in handen genomen, maar wel gezorgd dat grijze dakduif aan het werk moet. Vastgelegd en wel. Niet te stuiten. De grande finale was een vergadering van alle hotemetoten van mijn locatie. Inclusief deze stuiterende hotemetoot. Iedereen mocht punten aandragen. Jawel, voor de zoveelste keer had ik ‘communicatie’ opgevoerd. Het grote opperhoofd had op de agenda erbij gezet dat dit inmiddels – knipoog – mijn vaste punt was geworden. Maar zo lang men niet begrijpt dat informatie uitstorten over en praten tegen mensen niet het zelfde is als com-mu-ni-ce-ren, gaat deze juf stug door. Ik stoot door. Met een grote glimlach. Mij krijg je niet gek. Zeker als er naar mijn idee een fase wordt bereikt van blijven hangen in geweeklaag over stuitend gedrag van de categorie dode paarden die niet vooruit te trekken zijn. Ha, het is gelukt. Ik kreeg ze stil. Ze luisterden. Zag fronsen ontstaan. Er werd gedacht. Er moest toegegeven worden dat ik wel iets zinnigs had ingebracht. Niet dat ik een revolutie verwacht. Maar ik houd ze wel wakker. Ik hamer nogal eens. Niet zo zachtjes ook. Ik hamer net zo lang totdat er zinnige verbouwingen ontstaan. Oplossingen werden bedacht. Er werden notities gemaakt. Gelukkig werd er ook genoeg gelachen. Relativeren is een must. De komende dagen zijn er allemaal mini-overlegjes. Één op één. Met de mentoren. Dat is vaak veel praktischer en levert ook veel meer op. Dat zijn namelijk ook vaak niet te stuiten collega’s die vrolijk met mij mee stuiteren. En dan is er ook nog volgende week een overleg met leerlingen. Over nog een feest. Ik ben niet meer te stuiten.

|

OK dan

OK dan. Ik ben er weer klaar voor. Kom maar op nieuwe werkweek. Maandag is al aardig volgepland. Een moeder bellen voor een afspraak. Moeder is weggelopen. Was meppende, alcoholistische man nu echt zat. Jarenlang verborgen gehouden. Alles onder het vloerkleed geveegd. Maar dat is voorbij. Als ik meer weet kan ik haar zoon M. ook beter helpen. Andere M. aanspreken. Kijken of het haar dit weekend gelukt is. Iets vertellen thuis. Zodat een groot probleem opgelost kan worden. Duim even mee. Een duffe vergadering waarvoor de munitie al klaar ligt. Een andere vergadering waarbij ik geld moet zien los te peuteren zodat een feest een knalfeest kan worden. Weer even duimen graag. Een mailtje ontvangen van de surrogaat moeder van K. Vele malen effectiever dan zijn echte moeder. Waar die echte moeder ook niet veel aan kan doen overigens. De geplande aanval op K. is nu weer getemperd. Ik wéét ook wel dat ik eigenlijk heel moeilijk boos kan worden op K. Dus eigenlijk is niet zijn maar mijn hachje gered. Leve de surrogaat moeder! Mijn imago was anders wellicht gedeukt. Verder me weer zalig zitten opwinden over de incompetentie van diverse collega’s. Nee, dat mogen ze echt niet afnemen van me. Nu heb ik weer van alles om mijn grote kleine baas mee aan het werk te zetten. Dat is ook wat waard! Hij begon al per mail te klagen. Maar dat heb ik in de kiem gesmoord. Als echte Rotterdamse heb ik terug gebruld dat er gewerrukt mot worde. Gelijk maar even zijn agenda gewijzigd. Waar hij zo waar in mee ging. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Hoewel hij waarschijnlijk niet het risico wil lopen dat ik bij de rapportvergaderingen bepaalde collega's naar de strot vlieg. Hij heeft een week de tijd om de boel recht te strijken. Braaf mijn correctiewerk gedaan. Fantastische boekverslagen met zinsdelen als ‘een ruwe man’, ‘een schat van een jongedame’. Rechtstreeks van Internet. Als N. dit soort zinsdelen gebruikt, weet ik genoeg. Gieren! Tuurlijk mogen ze Internet gebruiken. Graag zelfs. Doe ik ook veelvuldig. Als ze ook maar zelf nadenken. Maar dat doen de meeste heus wel.

|

donderdag, november 10, 2005

mag het een onsje meer zijn?

Je kan ook te veel hebben om over te loggen. Het spectrum is soms te breed. Nu nog een lange dag te gaan en bergen werk waar ik ook gezellig het weekend mee kan vullen. Over het huishouden heb ik het maar even helemaal niet. Een selectie van onderwerpen die wellicht de komende dagen verder uitgesponnen worden:
- een stukje over zalig ontspannen geiten met kleimutsen
- een stukje over een leerling waarvan de begeleiders hem niet ziek wilden melden want hij had alleen maar spierpijn en was in hun ogen dus best in staat om naar school te gaan, maar meneer verdomde het. Wetend dat als ik ga raaskallen tegen hem, ik een effect sorteer dat het alleen maar erger maakt, heb ik hem opgebeld met de vraag hoe het ging. Nou, niet dus. Spierpijn. In zijn billen. Tja. Dan ben je gewoon uitgepraat. De dag erna was hij er weer.
- Een gesprek met een gezinsvoogd waardoor een wereld opengaat die te bizar voor woorden is.
- Een gesprek met een moeder die het echt niet aankan. Of eigenlijk met meerdere moeders. Apart van elkaar. Niet dat ik de antwoorden weet. Vaak is het al jaren terug mis gegaan. Door allerlei oorzaken. Dan zijn ze 15. Tja. Dan wordt het steeds moeilijker.
- Gelukkig overgehaald om met collega’s uit eten te gaan. Ik twijfelde omdat ik nog zo veel werk had. Maar het was gezellig. Vooral na en paar glazen wijn. De lach van N. werd luider, de zinsvolgorde van I. werd hilarisch en B. kreeg hulde dat ze dit weer georganiseerd had.
- De knallende koppijn op woensdag en het gedoe met de schadeletselexpert, de huisarts en de fysiotherapeut. Toch maar weer de fysiobehandelingen voortzetten.
- Vanochtend een leerling besproken die al maanden zoek is. Staat op de telex van de politie. Waarschijnlijk in het criminele circuit beland. Verwachten dat we nooit meer iets over haar horen. Anderhalve week geleden nog een heel rapport ingevuld voor de Raad van de Kinderbescherming die natuurlijk altijd achter de feiten aanloopt. En dan vanmiddag ontdekken dat ze al twee weken in een gesloten inrichting zit, er les volgt en dus terecht is. Dolblij dat ze terecht is. Maar woest dat we niets eerder hoorden! Terugkomen doet ze niet maar er is wel weer een stukje toekomst in zicht.
- Een andere leerling die schuchter komt met het verhaal dat ze niet heeft kunnen leren voor een toets. Op de vraag waarom kwam een verhaal dat me schokte. Vele, vele tranen. Onmacht voelen. Woede dat sommige kinderen zo veel klotezooi meemaken. Beloofd niemand iets te vertellen. Maar wel een afspraak gemaakt. Morgen kijken hoe nu verder.
- De verwende leerling die op een steenworp afstand van de school woont en te besodemieterd is om op tijd te komen, doorgestuurd naar leerplicht na 8x te laat komen. De andere leerling die al aan de 13x te laat komen zit, persoonlijk ter verantwoording roepen. Omdat ik weet dat die het al zwaar genoeg heeft.
- Samen met D. collega’s ter verantwoording geroepen die zich nog niet hadden opgegeven voor een spetterend personeelsfeest op 18 november. Mede daardoor wordt het gelukkig niet afgeblazen wat even dreigde.
- Lijntjes uitzetten voor een ander spetterend feest maar dan voor de examenklassen op 22 december. Duim even mee voor mijn wilde plannen…
- Ontdekken dat twee onzichtbare leerlingen uit verschillende klassen voor moesten komen gisteren. Voor dronken stoer doen met neppistolen en meer ellende. En ik dacht nog dat ik een páár leerlingen had zonder ‘gedoe’.
Nog zo veel meer willen doen. Beseffen dat er dagen zijn dat je weet dat je niet alles kunt doen. Maar daar eigenlijk geen vrede mee hebt. Doen wat je kunt doen. Soms het gevoel hebben dat je 150 kinderen hebt. Die je allemaal de broodnodige aandacht wil schenken. Dat je moet kiezen. Dat dat zo moeilijk is. Omdat er zo veel zijn die zo veel problemen hebben. En ze nu een plek in je hart hebben. Niet laten merken dat je ook wel eens moedeloos wordt van de ellende in jonge levens. Dan maar gewoon goed gaan slapen straks. Om energie op te doen. Gewoon maar doorgaan. Natuurlijk. Ik heb genoeg redenen opgenoemd.

|

maandag, november 07, 2005

ze piepen maar een eind weg

Poeh hee. Maandag. Even hop hop hop herkansingen inventariseren. Een uurtje vierde klassers voorgelezen. Ik kreeg bijna een visioen van pubers met de duim in de mond. Fikse standaard waarschuwingsbrieven gefabriceerd voor ouders van leerlingen die als hobby te laat komen hebben. Immers: ‘leerling, je zit toch niet verlegen om een taakstraf’ en ‘ouder, u zit toch niet verlegen om een boete’. Ook de zwak-ziek-misselijk categorie in kaart gebracht en duidelijk gemaakt dat ze zwakker-zieker-misselijker worden als blijkt dat zwak-ziek-misselijk eigenlijk verholpen kan worden door een wat gezondere levensstijl. Als je alleen maar zo nu en dan je neus moet snuiten, hoef je echt niet thuis te blijven. Bikkelhard. Maar wel duidelijk. Dan wordt er weinig gepiept. Het is duidelijk. Collega’s weten dat ik hard ben. Duidelijk ook. Stellen ze op prijs. Een groot aantal wil dat dit beleid gevoerd wordt ten opzichte van leerlingen. Laat merken dat ze het er helemaal mee eens zijn. Maar een klein aantal heeft het gevoel zelf boven de wet te staan. Een aantal dat niet doet wat het zou moeten doen en wel doet wat het niet zou moeten doen. Het grote opperhoofd van onderwijszaken is geveld en dan wordt er dus niets besloten. Van de informatie die hij van mij heeft gekregen over dat aantal collega’s wordt hij vast niet sneller beter. De knoop is nog ongehakt. Hoera, ik doe geen personeelsbeleid. Ik zwengel aan. Dreig. Niet loos, maar oprecht. Als je iets van kinderen vereist, moet je consequent zijn en dat ook aan jezelf opleggen. Maar dat is in sommige gevallen te veel gevraagd. Er is een aantal lapzwansen. “Professionele” collega’s die ‘maar wat doen’. Geen inlevend vermogen hebben. Met drogredenen aan komen zetten. Luidkeels wordt er gepiept omdat ze op de dag van de herkansingen wellicht 45 minuten extra moeten werken. Maar ze zijn geruisloos mochten er lessen van hen uitvallen. Gaan vaak niet later dan 3 uur de school uit en vaak nog eerder als ze de kans hebben. Geduld is een schone zaak – ook in een smerige wereld. Kleine baas heeft mij verzekerd dat hij niet omver te piepen is. Mooi. We laten ons toch zeker niet piepelen.

|

zondag, november 06, 2005

soms een goed idee

Soms hè. Soms hebben we opeens een goed idee. Zoals een weekend Maastricht. OK, we verstonden vaak maar de helft. Maar wat een gemoedelijkheid. De decadentie van een schoon bed dat je niet zelf hoeft te wassen. Dikke handdoeken na uitgebreid badderen. Geen wekker. Uitslapen. Je ongans eten aan zaligheden de hele dag door. Beginnend met een ontbijtbuffet, door naar de koffie met vlaai, lunchen met lekkere broodjes en wild eten in Grand Café d’n Ingel. Zodat je even denkt dat je in de hemel bent. Met lekker veel herrie en overal engeltjes die in wolken aan de hoge plafonds hangen. Slenteren door straatjes, de kleine dingen zien. Op Flickr maar weer eens wat neergezet. Het gouden randje heb ik zichtbaar gemaakt. De grootsheid proeven. Lekker naar de film. Knus. Lief. Leuk. Genieten. Lachen. Dit moeten we écht vaker doen.

|

woensdag, november 02, 2005

stuk

Vandaag maar eens rustig aan doen. Een paar ‘ik kom er niet aan toe’ zaken vanachter mijn bureautje bekijken. Niet uitgeslapen, maar wel helder genoeg om bazen met wat zaken aan het werk te zetten. Dat hoop ik dan. Dat ze ermee aan de slag gaan.
Gisteren was rennen, hollen, vliegen. Bij het afscheid van collega F. waren veel oud-collega’s op komen dagen. Onverwacht oud-collega H. zien waar ik jaren fantastisch mee heb samengewerkt. Lachen, verhalen,”we worden oud” en even teruggaan in gedachten naar een periode van de school toen. Nu is het leuk, toen ook. Er zijn veel collega’s vertrokken, er zijn veel nieuwe collega’s bijgekomen. Op elke school is dat zo. Soms vraag je je af wat er van bepaalde collega’s geworden is. En dan hoor je opeens een surrealistisch verhaal over een collega die pas vier jaar terug is vertrokken. Negen jaar mee samen gewerkt. Een collega waar je mee hebt gelachen, met wie je op brugklaskamp bent geweest. Eentje die leerlingen lekker fanatiek aan het sporten kreeg. Die ook altijd betrokken was bij de leuke schoolactiviteiten. Meedeed aan een act van docenten op een schoolfeest. Eentje op wie je kon rekenen. Ik wist niet eens dat hij getrouwd was. Twee kinderen heeft. Die nu bij oma en opa wonen. Hij heeft niet lang geleden zijn vrouw heeft vermoord. Gepland en wel. Nu weet ik even niet meer wat te denken of te schrijven. Het is een heel raar gevoel, waar ik helemaal niets mee kan.
Dat hoef ik ook niet. Maar zulk nieuws is zo schokkend, dat je wel even helemaal van je stuk bent. Dus nu maar even rustig aan.

|
Weblog Commenting and Trackback by HaloScan.com