Blogroll Me! bouncing: januari 2006
www.flickr.com

bouncing

ofwel stuiteren

dinsdag, januari 31, 2006

juf op sleeptouw

De tien kinderen die onder mijn hoede waren vandaag hebben er prima voor gezorgd dat ik niet in de gracht belandde. Ik schrijf het dus eigenlijk verkeerd op. Zij namen mij onder hun hoede. Van Albert Cuyp naar Waterlooplein, shoppen in de Kalverstraat en zelf supersnelle schoenen gescoord zodat mijn fitness prestaties omhoog zullen denderen. Getrakteerd op warme stukken gigastroopwafel. Een ware troost in kil weer. Een warm bad gevoel bij lichte vorst. Ja, dat is bijzonder. Eindelijk eens tijd om eens bij te kletsen en zo ontzettend veel te leren over het stel. Even een tentoonstelling binnen wippen. Lachen. Morgen naar het theater. En de eindpresentatie van een heuglijke week. Gedoe borrelde flink op de achtergrond. Maar dat is dan weer het voordeel van moe zijn. Je hebt ook geen energie om onnodig uit je panty te springen. Veel te koud ook. Gewoon genieten. Van de leuke dingen. De niet-leuke dingen krijg je er vanzelf cadeau bij en daar doe ik later wel weer wat mee. Zit even in het vat. Verzuren begin ik niet aan. Ben je gek.

|

maandag, januari 30, 2006

zzzzzzzzzzzzzzz

O ja, Adem in, adem uit. Zou het bijna vergeten door alle drukte. Geeneens tijd voor een logje. Nou. Dan weet je het wel. Even gaan duimen dat ik tijdens de excursie in Amsterdam niet ga slaapwandelen. Is zo nat wakker worden in de ene of andere gracht.
Ze zeggen dat het volgende week weer normaal wordt. Jaja. Ze zeggen zo veel. Om niet gelik door de mannen in witte jassen afgevoerd te worden, heb ik ook iets leuks gedaan het afgelopen weekend. Na het afmatten in het fitness center. Haha, ik had de illusie dat ik daar energie zou opdoen. Maar het acculampje bleef op 0 staan. Gek hoor. Maar niet heus. Maar goed. Ik laat me weer afleiden. Iets leuks. Juist. Het werd tijd om vakantie te gaan boeken. Dus week één staat. Week twee ook. Hoeveel weken is het voordat het 22 juli is? Mmm, maar goed dat ik te moe ben om daar over na te denken.

|

zaterdag, januari 28, 2006

gesprekstechnieken

Weekend. Na twee dagen door modder te hebben gemaratond, is weekend zeer welkom. De derdeklassers hebben nu twee CKV dagen achter de rug. Allerlei workshops: bodypaint, film maken, kleding pimpen, hangplekken in miniatuur maken, sushi maken en andere lekkere hapjes, een lesje lichttechniek en de aula zo inrichten dat er vrijdag een spetterend feest kon plaats vinden, breakdance, stand up comedy… Ik rende gewapend met camera van het ene naar het andere lokaal. Intens, verrassend en een totaal andere manier om kinderen te ervaren.
Als tegenhanger totaal ingezakte vierdeklassers die alleen nog maar klagen en weinig presteren. Collega H. had het ook helemaal gehad met ze. Ze hingen maar, bleven kletsen, huiswerk niet in orde, geen spullen. Hij was even moedeloos. Stond op en zei, “weet je, ik kap er gewoon nu mee.” Het was een helder signaal. Ik gaf hem groot gelijk: “Ja, ga jij lekker koffie drinken en dan krijg je zo een peuk van me.” Daarna richtte ik me tot de klas. “Ja jongens, pech. Geen economie meer. Zoek het maar lekker uit en ga maar verder met hangen in de kantine. Een herkansing economie heeft toch niet veel zin op deze manier.” Bij een aantal zag ik grote verbazing. Het is soms de manier om ze te laten zien dat we het even niet meer zien zitten met ze. Dat ZIJ dan een probleem hebben. Ik zie het met sommige mis gaan, weet dat ik dit weekend energie moet opbouwen, want er moeten een flink aantal leerlingen stevig door elkaar worden geschud komende week. Het wordt dus shake, rattle en roll komende week.De afgelopen week heb ik zo weinig geslapen dat ik dacht dat ik aan het hallucineren was vrijdagavond. Was opeens een baas aanwezig. Net nadat ik hem die dag had horen zeggen dat hij geen verantwoording hoefde af te leggen aan mij over waarom hij bepaalde avonden niet aanwezig was. Ik had hem namelijk gevraagd waar hij de woensdagavond was dat hij niet kon/wilde komen. Gisteren had ik nog tegen hem gezegd dat ik aanstaande maandag wat later begin. Het lijkt me namelijk heel prettig om een keer pas om acht uur i.p.v. kwart voor zes uit het warme bed te stappen. Hij had het geregeld en stuurde me een mailtje “waar ben je dan?” met tussen haakjes “grapje, Haagse humor”. Ik heb hem een mailtje terug gestuurd. “Gewoon in mijn bed. Wij Rotterdammers doen daar niet zo moeilijk over.” Omdat hij altijd zo vroeg vertrekt, leest hij dat pas maandag. Dan ben ik tenminste weer uitgerust voor een nieuwe week.

|

woensdag, januari 25, 2006

wel kunnen en niet willen

Die kwaadheid raak ik straks wel kwijt bij het sporten. Gewoon een positieve wending aan geven. Gisteren had ik het er al over. Ondanks een dringend verzoek laat iemand doodleuk weten dat hij niet kan/wil komen vanwege een privé afspraak. Één uurtje vroeg ik, één uurtje. Ik vroeg het niet omdat ik denk te bepalen dat hij te weinig doet. Dat denk ik wel, maar dat is niet de drijfveer. De drijfveer is dat ik denk dat er te weinig mankracht is om te waarborgen dat de avond goed verloopt. Het is een kwestie van verantwoordelijkheid nemen. Krijg je als troost te lezen dat er dermate deskundigheid en ervaring aanwezig is dat het wel lukt vanavond zonder hem. Bah.
Nu heb ik toevallig de agenda gezien van het overleg dat ik overmorgen heb. Één van de punten is het mentorenetentje. Kinderachtig misschien. Maar ik wil alleen met mijn teamleden gaan eten. Daar hoort hij even niet bij. Dát vindt hij vast geen extra belasting. Daar plant hij niet een privé afspraak. Nee. Want dat is gezellig. Geen werk. Maar met dat laatste kan hij zich dan die avond bezig houden. Of niet. Noem het rancuneus. Kan ik prima mee leven. Niets menselijks is mij vreemd. Ik kan/wil hem dan niet zien.

|

dinsdag, januari 24, 2006

adempauze

Yasmin? Nee, niet onder het mes geweest. De “dierenarts met het sigaartje” vond het daar nog wat te vroeg voor. Vrijdag weer keuring. Is het niet je auto (oh shit dat moet ook nog komende maand), dan is het wel het poezenbeest. Maar alle gekheid op een stokje, ik ben blij dat het met de harige dame en haar oog beter lijkt te gaan.
Dat stokje was trouwens mijn werkplek de afgelopen twee dagen. Volop gekheid.
Het wordt weer pijnlijk duidelijk dat een aantal bazen denkt dat delegeren het zelfde is als afschuiven. Als ze in een theaterstuk zouden spelen, zouden ze ongetwijfeld kwijlerige, onbeduidende wezens in een zompig moeras kunnen vertolken. Waar ze van mij in mogen verdwijnen. Decorstukken. Die veel te veel geld kosten. Hèhè. Dat lucht op. Ventileer over het algemeen toch wel aardig, maar zelfs daar kwam ik te weinig aan toe. Dat staat dus nog wel met stip op het to-do lijstje.
En dat is dan één ding. Maar ik ben ook even pubermoe. Dat gebeurt me niet veel. Gewoon gedoe. Warrig. Vage ziekmeldingen, niet kloppende absentenbriefjes van collega’s die ook alleen nog maar kunnen uitbrengen dat het allemaal een beetje veul is op het moment. Een leerling met een proefwerk op zak wat ze ‘gevonden’ heeft. Een leerling die denkt dat je voor de gein met een plastic limonadefles door de hal kunt gooien. Schreeuwende meiden. Een overkill aan leerlingen die hun rooster kwijt zijn. Weer hordes potentieel toekomstige leerlingen die door de school geloodst worden. Huidige derdeklassers die of niet vooruit te branden zijn of te snel aangebrand zijn. Inclusief meppende meiden. Vierdeklassers die ofwel stil vallen en beseffen dat ze nu toch echt moeten gaan werken willen ze straks met kans van slagen het examen ingaan, ofwel verongelijkt denken dat wij het ze te moeilijk maken. Diverse keren de Raad van de Kinderbescherming, Jeugdreclassering, de leerplichtambtenaar, medewerkers van Bureau Jeugdzorg, gezinsvoogden en jawel, ook betrokken ouders aan de telefoon gehad.
Blij dat ik morgen even niet hoef. Pubers. Donderdag vind ik ze vast weer leuk. De meeste dan. Maar nu even niet.
Een puberloze woensdag. Ik ga ervan genieten.

|

zondag, januari 22, 2006

slik

Een mens kan nog zo enthousiast zijn. Je moet soms wel even pauzeren. Dat stond dan ook op de planning. Aan het einde van de ochtend kwam L. uit bed. Na een laatste nachtdienst. Hij keek lodderig maar dat was te verklaren. Wees me op Yasmin. Van de ene op de andere dag een dichtgeknepen oog. Niet te verklaren. Het leek juist goed te gaan. Zich verstoppend en duidelijk helemaal niet lekker in haar vel. Da’s niks voor ons meissie. Komt juist altijd bij je. Kroelen. Nu niet. Niet goed. Het was juist de bedoeling dat deze dame geen last meer had van haar oog. Vandaar dat ze onder het mes was geweest woensdag en elke dag meermaals gezalfd werd. Aanstaande dinsdag zou L. met haar ter controle naar “de dierenarts met het sigaartje” gaan. Maar het was ons duidelijk dat we sneller in actie moesten komen. Dus hop, bellen met het noodnummer en naar de dierenarts voor het noodspreekuur. Nee. Helemaal niet goed. Het oog heeft een fikse beschadiging. “Ziet U?” Ja, het was te zien. Slik. Onduidelijk hoe dat nu kan. Slik. Niet door het zalven. Ze komt niet buiten. Heeft ze een hijs van zuslief gekregen? Zelf te wild gekrabd? Het is zielig. Ze had pijn. En dan hebben L. en ik het ook. Ik wilde eigenlijk gewoon janken. Maar de dierenarts zei dat het goed kan komen. Waarschijnlijk zet “de dierenarts met het sigaartje” het derde ooglid een tijd lang vast over het oog zodat er genezing plaats vindt. Nog zieliger. Maar alles beter dan een oog minder. Dat gaat morgen gebeuren. Ze heeft een pijnstiller gekregen en een mooie kraag waardoor ze er nog zieliger uitziet. Met lief strikje wat het enigszins schattig maakt. Maar het blijft zielig. Ze loopt nu met kraag en gebogen kopje. Alsof ze een stofzuiger is. Krrrrrrrrrrrr hoor je over de plavuizen. Soms loopt ze in zijn achteruit. Slik. Zo ontspan ik nog niet. Maar verwijt Yasmin niks. Ik wil alleen maar weer dat ze twee stralende oogjes krijgt. Weer komt kroelen. Gek doen. Kopjes maar niet gebogen. Maar fier en ondeugend. Zonder kraag. Zonder pijn.

|

lijssie

Vroeger heetten ze stokjes. Nu tags. Ik vind ze OK, maar dat is heel onhip in logland. En als ik een keer geen zin heb, nou, dan doe ik er niets mee. Het leven kan wel simpel zijn.
Later een zwaarder stukje maar licht beginnen. Zoiets.
Vier baantjes die je in je leven hebt gehad
- lesgeven aan volwassenen in rekenen en taal
- docent Engels (nu nog)
- coördinator bovenbouw VMBO (nu nog)
- that’s it – meer kan ik er niet van maken en ik zou het ook niet willen.
Vier films die je niet vaak genoeg kunt zien
- alle drie de Lord of the Ring films
- West Side Story
- The Lost Boys
- Hair
Vier plaatsen waar je gewoond hebt
- alleen maar in Rotterdam. Maar wel op vijf verschillende adressen (ahum)
Vier televisieprogramma's waar je graag naar kijkt:
- The Soprano’s
- Peking Express
- ER
- The Practice
Vier plaatsen waar je op vakantie ging:
- Verenigde Staten
- Frankrijk
- Engeland
- Tsjechië
Vier websites die je dagelijks bezoekt:
-
http://cockie.org/
- http://www.nu.nl/
- http://www.inkling.nl/
- http://ceetjebee.blogspot.com/
Vier dingen die je graag eet:
- groentesoep en erwtensoep als mijn moeder die heeft klaar gemaakt
- allerlei pasta variaties
- wild
- bruine boterham met oude kaas
Vier plaatsen waar je liever bent dan nu:
- Bluff, Utah
- San Francisco, Califiornia
- Yellowstone, Montana
- Provence, Frankrijk
Vier bloggers die je gaat taggen:
-
http://www.computerblondie.nl/
- http://www.pinksoup.nl/
- http://wordsthatdoesntmatter.blogspot.com/
- http://www.cellojaren.nl/
En als ze geen zin hebben, dan hebben ze geen zin. Simpel.

|

zaterdag, januari 21, 2006

het moet niet gekker worden

Jaar in, jaar uit HAATTE ik 'de open dag'. Ik was er aan gewend. En het beviel wel. Zo'n emotie die lekker voorspelbaar is. Je weet wat je kunt verwachten. Word ik dit jaar opeens verrast. Een overdosis aan gezelige collega's met humor en goede zin. Hulp bij de voorbereidingen. Lachen. Een gestage stroom ouders en potentiële werkverschaffertjes die ook al allemaal vrolijk keken en ons nog eens overlaadden met complimenten. Nou was ik moe. Dat wel. Maar ik dacht even dat ik aan het hallucineren was. Wonderlijk. Donderdag was vol spanning. Vrijdag ook. Allemaal donkere wolken, onkunde, agressie en andere dreigingen. "Nou dan kan die open dag er ook nog wel bij", mompelde ik onhoorbaar. Na afloop was alles binnen enkele minuten ook weer opgeruimd. Nou ja zeg. Nu heb ik de zondag nog. Om de algehele verwarring van deze wonderlijke ervaring te verwerken.

|

donderdag, januari 19, 2006

verder?

Ik zou eigenlijk de dekens over mijn hoofd willen trekken. En weer voorzichtig kijken als ik het gevoel heb dat de narcissen in bloei staan. Of zo. Vandaag was niet normaal. Tenminste dat vind ik nog steeds. Ik kan er niet te veel over kwijt. Ook geen zin in. Behalve dan dit.
Stelt u zich voor. U bent met hele serieuze zaken bezig. Maar de gesprekspartners brabbelen over het algemeen vreselijk veel onzin. Je verrekt geen spier, maar krijgt toch onbedwingbare neigingen om als volgt te reageren: "Wat ben je nou voor een klojo. Dit is voor je eigen bestwil. Heb je dat nou echt niet door?" Goed. Dat valt nog mee. Het betreft namelijk pubers. Daar hoort onzin bij. Hoe vermoeiend soms ook. En verder. Surveilleren bij een tentamen. Volgens rooster maximaal een lesuur van 45 minuten. Blijkt het een luistertoets te zijn van 77 minuten. Apparatuur die het niet doet. Een groep moet verkassen. Ik moet afgelost worden. Er is immers zorgoverleg. Stilletjes snel bellen op de gang want niemand die dat door lijkt te hebben. En verder. Schelden op de buraucratie in de zorgverlening. Gerold met mijn ogen toen een agente beweerde dat ze niets kon doen met een schriftelijke melding. Het had telefonisch moeten gebeuren. Een net zo gefrustreerde leerplichtambtenaar die weet dat een kind pas over 3 maanden voor moet komen. Nu al weer weken niet verschijnt. Crimineel wordt. Maar nee, er kan niets gedaan worden. Als hij dan voorkomt, krijgt hij waarschijnlijk een (braak) spijbelmodule waar hij ook niet verschijnt en dan duurt het weer 3 tot 6 maanden voor er weer wat gebeurt. Ook een manier om het uit te zingen totdat je leerplicht verleden tijd is. Weer verder.
Je plakt een briefje op je deur waarop in grote letters staat "NIET STOREN". Dat is als een magneet voor leerlingen. OK. Dat wist ik van te voren. Maar mijn bek valt toch ongegeneerd open als twee verschillende collega's gewoon je deur openzwiepen en een verhaal beginnen af te steken. Een leerling wordt voor je deur geparkeerd. Deed aan 'vrij worstelen' met nog een leerling. Stond niet op het lesrooster dus schorsen. Als je vraagt waarom krijg je te horen 'hij keek vies naar me'. Met zo'n antwoord ga ik altijd heel hard blazen. Ik weenie. Dat gaat automatisch. Maar mooi dat ik deze domme leerling niet omver kon blazen. Nou is het toevallig ook de zwaarste in mijn afdeling. Blazen. Dan zuchten. En verder.
Gisteren te horen gekregen dat een probleem tussen twee leerlingen was opgelost. Eentje zou naar een andere locatie gaan. Rust in de tent is namelijk belangrijk. Er leek zowaar een beslissing genomen te zijn. Door R. en L. gezamenlijk. Toe maar. Wacht even. Rust. Mmmmmm. Weenie. Is al een tijd geleden hoor, rust. Vandaag. Compleet nieuw plan. Beslissing teruggedraaid. Nieuw besluit. Wie dat besluit nu genomen heeft is mij onduidelijk. Niet gecommuniceerd met moeder. Of met wie dan ook. Ben morgen onbereikbaar want ik begrijp er zelf niets meer van. Stuurloos dobberen en te veel kapiteins die allemaal een andere kant op roeien. Zo komen we nergens.
Weer verder. Opeens ging de telefoon rinkelen. Het stopte niet meer. Alarmerende berichten. Wel duidelijk. Maar ook onrustbarend. Zeer. Dreigend. Eng. Geen idee hoe dit verder gaat lopen.
Ik ga morgen hele bakken vol narcisjes kopen. Als troost. Als teken van hoop. Op gezond verstand en vooral rust.

|

woensdag, januari 18, 2006

hoe dan ook monter

Vroeg het mandje in. Maar er wel weer om 7 uur naast staan. Nietsvermoedende poes in ander mandje gestopt en op naar de dierenarts. Traanbuis doorspoelen onder narcose. Zo’n vrolijk beest met één constant tranend oog is niks. Daarnaast liep ze steeds misleidend te knipogen. Mijn medelijden werd op de vroege ochtend getest door een klaaglijk gemiauw naast me in de auto. Ja, dat kan Yasmin wel. Probeer dan maar eens geconcentreerd van A naar B te gaan. Me daarna weer in totale dufheid gewenteld. Even niks. Hangen op de bank. Blaadjes bladeren. Yasmin weer opgehaald. Zo stoned als het maar kan want mevrouw wilde niet onder narcose. Na twee spuiten en haar in het donker te hebben gezet, viel ze dan toch in slaap. Nu vier keer per dag dat oog zalven en L. mag volgende week met haar voor controle terug. Weer dufheid. Mét Yasmin op schoot. Niet vooruit te branden.
Tot 3 uur. In mijn enthousiasme om te gaan sporten kon ik bij inschrijving de namen en telefoonnummers van mensen doorgeven die een keer mochten komen proef draaien. Vandaag was pa aan de beurt. Tuurlijk ga ik dan mee. Monter stapte hij naast mij het fitnesscentrum binnen. Ik was op slag de dufheid kwijt. Dat luidruchtige. Dat heb ik van hem. “En meneer, sport u?” “Jazeker”, zei mijn pa, “seniorensport”. “Aha, dan moet u boven de 55 zijn”. Op mijn vraag hoe oud ze hem schatten, zei R. “62?” De zeventigjarige liep zeer fier de trap op. En door de fitnessruimte. Ging spontaan aan allerlei toestellen hangen en zette al bij de warming up de weerstand van de fiets 3 standjes hoger. Dat eigenwijze. Dat heb ik van hem én van ma. Nou, dan weet je het wel. Of niet. Maar dat is dan misschien wel mazzel. Daarna weer duf hoor. Krachten sparen. Er komt nog heel wat aan de komende dagen. Niet veel ruimte voor dufheid. Gedoseerde luidruchtigheid. En voor montere eigenwijsheid is altijd wel een gaatje te vinden.

|

dinsdag, januari 17, 2006

puf

Puf. Daar zou ik wel een voorraadje van kunnen gebruiken. Het leek wel of ik aan een kampioenschap scheel kijken meedeed. Van vermoeidheid. Mijn hoofd wilde naar de klei maar de rest van mijn lijf zei ‘echt niet’. Dus net een uur op de bank liggen ronken en nog het gevoel dat ik 24 uur achter elkaar kan slapen. Ga maar eens vroeg naar bed. Om drie uur vanmiddag had ik al het idee dat ik als pudding in elkaar stortte. En het is pas dinsdag.
Slepende mondelingen.
Gedoe tussendoor waaronder een sluimerend conflict dat zeer explosief zou kunnen worden. Zus A. zit in de HAVO. Woont niet meer thuis maar richting begeleid zelfstandig wonen. Broertje K. woont nog wel thuis. En een moeder die helemaal de weg kwijt is. Kan alleen nog maar over A. praten. Ook als ze voor een gesprek over K. wordt uitgenodigd. Bergen hulpverlening zit er op. Maar moeder wil het niet aan of kan het niet aan. Zodra er een uitnodiging komt, zegt moeder iets in de trend van “ik schiet A. neer” en vervolgens komt ze helemaal niet. Schieten we niks mee op. Maar zowel A. als K. maken elkaar verbaal af, roddelen over elkaar, schreeuwen naar elkaar en nog even en ze doen elkaar wat aan. Pfff.
Kleine baas liep scheef vandaag. Zo scheef dat hij maar huiswaarts is gegaan.
Een leerling kwam niet opdagen bij een tentamen. Pas vanmiddag laat moeder aan de lijn met een vaag verhaal over het missen van de bus. Weet nog niet goed wat ik daar mee moet.
Een collega die nu loopt te zuchten en te steunen over de open dag terwijl hij dat al lang had moeten regelen. Komt me vandaag terloops vragen hoe ik zaken heb voorbereid. Ik had geen zin om hem uitgebreid verslag te doen. Zeker niet aangezien ik vorig jaar al aangaf dat ik vond dat hij dingen eerder moest regelen. Hij zoekt het maar lekker uit.
Ik heb geeneens puf om degene die de organisatie van deze en komende weken op zijn conto heeft staan iets aan te doen. Ik weet dat die het minder druk heeft. Hij is dus sneller dan ik. Zeker nu. Dus even geen klei, maar een stille speurtocht naar puf in mijn bed. Ik heb een grote dosis nodig.

|

zondag, januari 15, 2006

is de week al om?

Nog 46 boekverslagen. Oh joy. Not. Tel daarbij op dat ik vandaag met dat stralende weer me alleen maar heb bezig gehouden met:
- wassen en strijken
- overhoringen nakijken
- mondelinge tentamens voorbereiden
- mentoren weekoverzichten gestuurd van hun leerlingen
- zaken op een rijtje gezet over de ‘zorg’leerlingen
- verslag gemaakt van een mentorenoverleg
- voorbereiden ander mentoroverleg
- racen naar de stad omdat alleen vandaag ik me met 25% korting voor de kleiclup kon laten inschrijven voor de nieuwe cursus die in februari begint. Daar overigens bijna een half uur in de rij gestaan omdat meer mensen dat briljante idee hadden.
Kijkend naar de week die voor me ligt. Dertig mondelinge tentamens. Overleg over de beroepenmarkt. Overleg met de 4e klas mentoren. Openen en sluiten van tentamens. Zes dagen achtereen vroeg op omdat er volgend weekend open dag is én ik woensdag alom 8 uur bij de dierenarts moet zijn. Gesprek met een hopeloze docent en een hopelijk krachtig directielid omdat leerlingen niet goed zijn voorbereid op een bepaald tentamen. Basisscholen die op bezoek komen dus ook nog verplicht vriendelijk kijken. En meer. Tussen alles door wordt er gesport, gekleid en wie weet gelogd. Maar volgende week zondag doe ik echt NIETS. Een heilige belofte aan mijzelf. Dat het maar een week mag zijn die om vliegt.

|

zaterdag, januari 14, 2006

dromen

De vrijdag was rustig. De meeste klassen waren vroeg klaar. Dus zo hing ik een beetje te hangen met collega J. terwijl er een klein groepje in een hoek van de bibliotheek annex mediatheek aan het werk was. De momenten dat ik op mijn gemak eens kan kijken naar hoe ‘het stel’ zit te werken. Daar stonden ze opeens. Drie ‘van vorig jaar’. Kwamen even buurten. Kennen een paar leerlingen die nu bij ons op school zitten. Alle drie bezig met een vervolgopleiding; twee helemaal op de juiste plek, één gaat switchen. Ze missen het vertrouwde nest. “Het is toch anders daar, juf”. Ik schiet in de lach. “Ja, daar heb je geen mevrouw ‘Stuiterbal’ die achter jullie kont aanloopt, jullie waarschuwt, jullie straft”. Nee. “Dat mis ik wel hoor”. Dat hoor je nooit tijdens een schooljaar. Maar daarom is het zo leuk als ze met diploma op zak nog eens komen buurten. Uitgestelde waardering blijft waardering. A. die zakte, het jaar overdeed en weer zakte. Bij de herkansing nipt slaagde en nu eindelijk zit waar hij wil zitten. M. die uit een leuk gezin komt en er hoe dan ook komt. I. die nog steeds grootse plannen heeft. Na zijn VMBO diploma is hij nu begonnen met de opleiding laboratoriumtechniek en is nog steeds vast van plan door te gaan tot en met de universiteit. Het liefst wil hij hartchirurg worden. Hij vertelt me dat zijn vader weer in het ziekenhuis heeft gelegen. Weer gedotterd. In de afgelopen twee schooljaren zat hij regelmatig in de rats. Zijn pa steeds weer ziek. Mee naar ziekenhuizen ter ondersteuning. Vorig jaar waren er collega’s die schamper deden over zijn dromen. Nee, ik denk ook niet dat hij zo ver zal komen. Maar je weet het nooit. Bovendien zijn dromen er niet om afgepakt te worden. Die moet je koesteren.

|

vrijdag, januari 13, 2006

balancerende softie

De evenwichtsbalk. Vandaag het onderwerp van gesprek. Zo was er bij K. een opwaartse lijn te ontdekken. Het waarschuwingsgesprek met leerplicht had indruk gemaakt. Gisteren een ziekmelding. Door K. zelf. Tja. Dat moet wel gedekt zijn door ouders of verzorgers. Hij heeft te maken met de laatste groep. Woont al lang niet meer thuis. Op zich is dat een zegen, want dat heeft wel meer rust gebracht. Over het algemeen. Pubert daarentegen wel als een tierelier en is helemaal "in luv" wat de rest van zijn wereldbeeld aardig vertroebeld. Maar dat weet ik zogenaamd allemaal niet. Tenminste. Hij weet niet dat ik dat weet. Heeft een mentor in een soort van opvanghuis maar die is daar niet 24 uur per dag. Regelmatig zitten er ‘invallers’. Niet collega’s, maar ‘invallers’. En die weten dus weinig tot niets. Ik belde donderdagmiddag. De voicemail. Ingesproken en gevraagd of ik terug gebeld kon worden. Gebeurde niet. ’s Avonds weer gebeld. Juist een invalster. Nee, die wist niet dat K. zich had ziek gemeld. K. was er wel. Ik hoefde K. niet te spreken. Ik wilde zijn mentor spreken. Die zou er vandaag weer zijn. Ja, die belde dan ook. Inmiddels had ik K. al wel gesproken, want die was een uur later dan volgens rooster weer op school. Met het volgende verhaal: “Ik voelde me echt niet lekker. Misschien vanwege dat schaap. Dat eet ik normaal niet. Ik voelde me vanochtend nog niet OK, maar als ik niet kom, krijg ik alleen maar weer gezeur.” Ik wist dat hij geen toetsen had gemist, dus het was niet het doelbewust missen van lessen. Nee, zijn boekverslagen voor Engels had hij niet. Die zijn facultatief, maar het helpt wel als je ze maakt. Is namelijk zijn zwakste vak. Maar ook goudeerlijk. Ja, hij had al een boek gelezen. Maar het andere nog niet. “Wel doen hoor”, zei ik. “Ja, zeker”, beweerde hij. De reden dat hij het niet had doorgegeven aan de toen aanwezige ‘leiding’ was volgens hem omdat ze nog in bed lagen (terwijl ze volgens hem wel om half 7 op zouden moeten zijn). Verder mompelde hij dat “ze nooit iets goed doorgeven” en “me nooit geloven als ik me echt niet lekker voel”. Ik heb wel gezegd dat hij het in ieder geval op een briefje had kunnen schrijven gericht aan zijn mentor, want hoe hij het ook wendt of keert, hij heeft niet zelf de eindverantwoordelijkheid over ziekmeldingen. Ja, dat was duidelijk. Hij doet zijn best om vreselijk volwassen te doen, maar is dat echt nog niet. Nog lange niet. Zijn mentor zou met hem praten. Ik zie hem nu al met zijn ogen rollen. Maar nu zet ik wel ‘ziek’ in het systeem en niet ‘ongeoorloofd verzuim’. Er is een heel klein beetje twijfel. Woensdagavond sprak hij namelijk zijn ‘reservemoeder’ over de telefoon. De vrouw die meer voor hem heeft betekend dan zijn vader en moeder samen. Woont kilometers ver weg maar houdt het lijntje vast. Zij liet mij weten dat er die woensdagavond nog geen probleem was en dat hij van plan was geweest om donderdag gewoon naar school te gaan en op tijd te komen. Dus. Tja. Ik heb voorlopig gekozen. Ik weet het gewoon even niet. Voordeel van de twijfel. Weer. Soms ben ik ook wel een erg grote softie. Toch speelt ook redelijkheid een rol. Het hoofddoel is dat hij over een paar maanden met een diploma in zijn handen staat. Een taakstraf van leerplicht is daar niet echt een bijdrage toe. Balanceren tussen regels en gevoel. Als ik dan een band heb met een leerling (en dat is bijna altijd zo en met deze zeker), ga ik toch op mijn gevoel af. Is veel vermoeiender dan alles volgens de regeltjes doen. Maar het voelt beter. Wel vermoeiend. Dat wel.

|

donderdag, januari 12, 2006

"whoow"(vrij naar de reclame van Appie)

De hamsterweken. Dat zijn het. Sommige mensen in onderwijsland denken dat de weken naar kerst zwaar zijn. Is een eitje bij deze weken. Bergen werk doemen op. Ik voel me als een werknemer in die supermarkt terwijl er honderden hamsters over me heen walsen. We zitten in de wervingsperiode. Dat betekent honderden potentiële brugpiepers die geëntertaind moeten worden. Bezoeken van basisscholen en allerlei collega’s die naast tentamenweken en ‘gewone’ lessen ook nog leuke lesjes moeten presenteren aan soms strontvervelende koters. Alles met een grote glimlach, want ja het is wel je brood. Ik zou dus niet in de marketing kunnen werken. Die paar keer dat ik ingeschakeld word voor dit soort activiteiten, kan ik het wel opbrengen maar leuk is anders in mijn woordenboek. Als klapper een open dag op een zaterdag over ruim een week. Een draaiboek wat na drieëntwintig keer herzien nog foutjes bevat. De kennis dat degene die weer van alles moet aanleveren voor zijn afdeling weer in gebreke blijft.
Daarnaast moet er overlegd worden met mentoren, komt er een beroepenmarkt, een CKV week, een excursie naar Amsterdam en een schoolfeest aan. Nog correctiewerk, boekverslagen en ook heb ik mijn handen vol aan zorgleerlingen.

De kwaadheid die soms opborrelt is onvermijdelijk. Zo heb ik E. in mijn afdeling die áls vader er is (gelukkig zit hij meestal ver weg in het buitenland) zoon in elkaar mept. Moeder interesseert zich niet voor hem. Contact leggen met moeder is tot nog toe niet gelukt. Zelfs het eerste rapport is niet opgehaald. Potentiële drop-out. Steeds meer verzuim. Melding aan leerplicht. Waar E. braaf komt opdagen. Maar geen moeder. En dat moet wel. Aangetekend schrijven naar huis. Voor moeder die mee moet. Moeder die dan uitgeblust daar zit. Afwezig. E. die aangeeft dat hij zich niet gesteund voelt. Op de vraag waarom ze het rapport niet heeft opgehaald, zegt moeder dat de mentor haar niet zo ligt. Waarop E. aangeeft dat dat in de eerste klas was en hij haar eraan herinnert dat hij nu in de 3e zit. Moeder belooft nu alsnog een afspraak te maken. Het zal me benieuwen. Ik zal dan zeker duidelijk zijn. Eisen stellen. Is ze helemaal besodemieterd. Moeder geeft aan dat ze open staat voor gezinshulp. Maar is al drie keer niet komen opdagen na uitnodigingen. De vloeken die ik nu zou kunnen opschrijven laat ik aan jullie verbeelding over.

|

woensdag, januari 11, 2006

jam maken van kuiten

Typisch ik. Ben ik ergens enthousiast over, spring ik gelijk van de hoge duikplank. Nou ja, bij wijze van spreken. Want dat is nou net iets wat ik niet durf. Sporten. Zo leuk dat ik bijna om de dag ga. Maandag Bodyjam. Samenvatting? Hupsen, draaien en een enthousiaste mevrouw die gezellig brult terwijl 40% linksom draait, 40% rechtsom draait en 20% denkt “O ja, draaien”. Ik bevond mij steeds in een andere categorie. Zere kuiten van al dat hupsen. Maar mooi met L. (proefles) vandaag weer in de apparaten gehangen. Nou ja, die loopband hangt niet lekker. Dus daar mooi mijn kuiten voor de gek gehouden. Die nemen vast morgen wraak. Maar hee. Rendement. L. heeft zich ingeschreven. Nou, het was dat ik niet op zo’n apparaat zat. Ik was er echt afgevallen. Ik heb geeneens gezeurd. Waarschijnlijk omdat ik nu echt wel weet dat dat niet werkt. Maar ik ben ook hardleers. Maar echt. Niet gezeurd. En nou gaat L. morgen schaatsen, vrijdag paardrijden en ik geloof zaterdag weer schaatsen. Asjemenou. Ik ga vrijdag weer jam maken. Van mijn kuiten.

|

zondag, januari 08, 2006

armoedig

Armoede. Dat is tegenwoordig HET onderwerp in de media. Kranten, televisieprogramma’s, noem het maar op. Armoede in Nederland. Over wat ik zie en wat ik lees, word ik gigantisch cynisch.
Ik ben ervan overtuigd dat er armoede in Nederland bestaat. Veel verborgen armoede. Soms gecombineerd met gebrek aan kennis hoe dit om te buigen, maar vaak ook onvermijdelijk door de situatie waar mensen in terecht zijn gekomen. Ik zie het op mijn werk. Nog steeds kinderen zonder boekenpakket, niet mee kunnen met schoolreisjes en woonomstandigheden waar je niet vrolijk van wordt.
Ik zou willen dat het hoger op de politieke agenda stond. Minder bureaucratie, meer aandacht voor persoonlijke omstandigheden. Meer menselijkheid. Het zit er niet in. Dat is namelijk uit. Aandacht voor elkaar.
Ondertussen zitten we in een cultuur waar iedere boerenlul (excuse my French) maar ongezouten zijn mening etaleert. Tegelijkertijd brullend dat het niet veilig is om zo maar je mening te geven. Maar wel dat vingertje omhoog. Calvinistisch zijn we nog steeds. Zo las ik een enquête waar mensen 18 producten voorgeschoteld kregen. Met de vraag of dit wel of niet een basisbehoefte is. Ruim een derde van de ondervraagden vindt het niet noodzakelijk dat iemand eens per week de mogelijkheid heeft om vrienden of familie met het openbaar vervoer te bezoeken. Bijna een vijfde vindt het geen basisbehoefte om elk half jaar kleding bij Zeeman te kunnen kopen. Toch nog ruim een kwart vindt het geen armoede als je geen wasmachine kunt betalen. Zelfs 54 ondervraagde mensen vinden het niet altijd kunnen aanzetten van de verwarming geen armoede.
Op zo’n moment vraag ik me af wat voor mensen dat zijn. Je weet namelijk veel te weinig om een oordeel te mogen vellen. Hoe komt men in die armoede terecht? Zijn er kinderen in het gezin? Is de kennis er om hulp te krijgen?
Ongegeneerd worden oordelen geveld. Ik kan daar niet aan wennen. Ik heb geen gemakkelijke oplossingen. Wel zet het me vaak aan het nadenken. Mensen die pretenderen alles te weten zijn echt armoedig. Helaas zijn die armoedszaaiers overal zichtbaar.

|

venijnig genot

Ik kan een echte vuurspuwer zijn. In augustus had ik het er al over. Jawel, al vijf maanden geleden. Ik had het één en ander besteld bij een postorderbedrijf. Met korting. Een aantal zaken kwam niet aan. Mysterieus verdwenen in het grote pakjesverkeer. Een periode van bellen, uitleggen, opnieuw bestellen, weer bellen en nog meer uitleggen volgde. Het is gemakkelijker om elk weekend alle winkels in een grote stad af te lopen.
Toen begon de rekeningenstroom. Een wirwar van bedragen waar geen touw aan vast te knopen was. Begin oktober. Een lange brief geschreven met een opsomming wat ik besteld had, teruggestuurd had, betaald had en duidelijk gemaakt dat er een deel in het geheel niet ontvangen was. Wat wel op mijn rekening stond. Met keurige, beleefde zinnen als “Ik heb het vermoeden dat de administratie rond de aan mij geleverde producten en de door mij betaalde artikelen onjuist is” en “Ik vertrouw op een juiste afwikkeling”.

Maar nee. De rekeningen bleven komen. Totdat ik net voor kerst een aanmaning kreeg en de melding dat ik geregistreerd stond bij het Bureau Krediet Registratie. Pardon? Ja, dan ben ik op mijn best. Terg me. Toe. Tijd voor onvervalst venijn verpakt in gruwelijke volzinnen. “Ik heb echter nooit een antwoord gekregen op mijn schrijven” en woorden als “zeer merkwaardig”, “onjuist”, “onverkwikkelijk”, “zinloos”, “verbolgen” en als klap op de vuurpijl “ik eis zuivering van mijn naam”. Ik dacht natuurlijk in veel plattere termen. Sprak die ook uit hier thuis. Maar de kunst om het te verwoorden op zo'n manier dat de lezer wel degelijk "hee stelletje onbenullen" leest is een waar genot. Op mijn voicemail stond een juffrouw die wel vijf keer welgemeende excuses aanbood en mij verzekerde dat mijn saldo nu op nul stond. Genoeglijk heb ik er meerdere malen naar geluisterd. Ja, niets menselijks is mij vreemd.

|

vrijdag, januari 06, 2006

bij de strot

In zo’n luie vakantie hoort natuurlijk een avondje film kijken. Ik ben echter, óók op filmgebied, belachelijk kritisch. Allerlei genres spreken me aan, maar het moet me vooral pakken. Als dat dan gebeurt, zit ik er ook helemaal in. Als het me dan emotioneel bij de strot grijpt, was het vroeger (ja vroegâh) zo dat ik met alle macht zat te slikken, zodat mijn omgeving maar niets zou merken van mijn emoties die door die zelfde strot gierden. Maar dat is vroeger. Nadat ik diverse keren emotioneel door hele diepe dalen ben gegaan in het echte leven, gooi ik tegenwoordig alles er uit. Inmiddels is L. daar aan gewend. Hij heeft niet meer de neiging om gelijk het telefoonnummer van het RIAGG op te zoeken of zo. Welnee. Is er al lang aan gewend. Dus gisteren weer helemaal los gegaan. “Million Dollar Baby”. In mijn ogen terecht diverse Oscars gewonnen. Aan het einde bleef ik janken. Dozen tissues erdoorheen gejaagd. L. vond het ook goed hoor. Maar die zit ‘gewoon’ stoïcijns te kijken. Als één van de twee poezen opeens de woonkamer binnen wandelt, hoor ik L. o.a. “kom eens hier”, “t-t-t-t” en “zijn er geen brokjes meer?” communiceren met één van de haarballen terwijl ik nog eens een snottebel wegveeg. Helemaal leeg na afloop. Zalig. Als iemand voor de schuifpui had gestaan en ons als film had bekeken, zijn er verschillende interpretaties mogelijk:
a. slapstick
b. absurdistisch drama
c. nieuwe versie van “One Flew Over the Cuckoo’s Nest”
Het zou ook iets te veel van het goede zijn, als we allebei helemaal los zouden gaan. Een beetje evenwicht is nooit weg immers.

|

woensdag, januari 04, 2006

warmte

Nee, het is helemaal duidelijk nu. Perihelium. Daarom had ik het zo warm vandaag bij het sporten. We zitten op die aardkloot nu het dichtst bij de zon. De ene of de andere dag. Maakt zo maar 5 miljoen kilometer uit. Overmorgen weer. Ja, echt.
Tijdens het opstellen van het trainingsprogramma werd me gevraagd hoe het met mijn conditie stond. Onvoldoende, matig, voldoende, goed en verder nog wat oplopende keuzes. Onvoldoende vond ik overdreven. Van matig was ik overtuigd. Maar neen. Voldoende. Niet dat ik daar mee tevreden ben natuurlijk. Zeg nou zelf. Voldoende stuiteren of goed stuiteren, wat zou u kiezen? Juist. Dus we gaan vrolijk en soms ongetwijfeld minder vrolijk door.
Door de plotselinge opwelling van energie zijn er opeens gordijnen gewassen. Ook niet onbelangrijk.

|

dinsdag, januari 03, 2006

beginnen

De derde dag van het nieuwe jaar en opeens was ik het gehang zat. Weg met brak. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Zo lang ik op mijn werk ben en ren, weet ik het goed te camoufleren. Maar het is er. Gebrek aan conditie. Thuis zit ik of gelijmd achter een computerscherm of hang ik voor de buis, alwaar ik ook regelmatig onder zeil ga. Het stuitervermogen is ernstig aangetast en moet hersteld worden. Zelfdiagnose.
Maar sporten. Mwah. Ik bleef het maar uitstellen. Alleen buiten rennen vinnik niks. Ik weet dan al niet waarheen ik moet rennen. De meeste sportscholen met truzen in belachelijke pakjes en hermannen in nóg belachelijkere pakjes doen mij subiet het idee “sport” ver weg stoppen. Via mijn werk kan ik ook sporten. Dat heb ik ooit gedaan. Toen even niet en plotsklaps verviel de korting. Waardeloze begeleiding ook. Kortom, het idee bleef, maar uitvoering ho maar.
Opeens vandaag mijn stoute schoenen gevonden en gelijk maar aangetrokken. Op naar het fitnesscentrum. Zowaar, er liepen gewoon mensen. En zelfs eentje die mij alles wilde laten zien en op al mijn vragen antwoord wist. Het was een dappere dag. Ingeschreven én voor morgen een afspraak gemaakt. Ik schrok er gewoon van. “Wat doe ik nou?” Het leuke is dat je er alles kunt gaan doen. Wat je maar wilt. Groepsles, individueel jezelf afbeulen. Kan allemaal. Op allerlei tijdstippen. En meerdere dingen lijken me leuk. Kijk, dat is wel een voorwaarde. Leuk. Lodderig is passé. We gaan nu weer stuiteren. Waarschijnlijk met spierpijn. Maar daar ga ik het nu (nog) niet over hebben. Het moet immers leuk blijven. De hartslagmeter die ik cadeau kreeg bij inschrijving heb ik nog niet aan de praat gekregen. Maar dat is geen, ik herhaal, geen slecht voorteken. Ik ben gewoon niet technisch. Huphupdenken van uw kant is meegenomen. Beginnen vind ik namelijk het moeilijkst.

|

maandag, januari 02, 2006

lodderig

Ik heb enige last van vertraging. Op 1 januari was ik zo vief als vief maar vief kan zijn. In logland was het allemaal nogal lodderig. Woorden als brak, traag, slapen kwam ik overal tegen. Goed, ik had dat pas vandaag. Bijna een geruststelling. Geen wekker zetten en wakker worden van het luchtalarm. O ja. Het is de eerste maandag van de maand. Ben nu nog niet echt wakker. Beetje frutselen met een PowerPoint. Ja, voor we het weten is het weer kinderlokkerdag. Dus ik zoeken naar vertederende plaatjes van o-zo-leuke leerlingen met pakkende kreten. Ik ga het niet eens uitleggen. Dat frutselen is prima. Hopelijk is de Open Dag dat straks ook. Heb ik niet voor jandoedel gefrutseld. Ook me nog voorgesteld hoe het zal zijn op 3 juli. Dan is de diploma-uitreiking. De geslaagden krijgen dan een fotojaarboek, waar ook allerlei geschreven stukjes in moeten komen te staan. Dat kan niet twee dagen van te voren gebeuren en ik had heilig beloofd me daar op te storten deze vakantie. En het is leuker dan een kerstboom opruimen. Denk maar na. Lampjes die ‘netjes’ opgeborgen moeten worden. Kerststukjes ontmantelen. En zo. Niet goed voor mijn bloeddruk. Ik heb nog gegoogled ook. Kerstboomopruimservice. Niet te vinden. Dus ik ga me nu mentaal voorbereiden op een klus die later deze week geklaard moet worden. Of eigenlijk ga ik daar niet over nadenken. Volgens mij is lodderig hartstikke 2006. Om mee te beginnen.

|

zondag, januari 01, 2006

vers

Op de laatste dag van 2005 nog even de stad ingedoken. Op het nippertje kwam het nog goed. Samen met L. door de laatste resten van 2005 sloffen. Het smolt voor onze ogen weg. Bewaar de goede herinneringen en gooi de rest weg. Opeens dook daar collega T. op. Gezamenlijk verbaasd over de rust op deze laatste dag van 2005. Geconcludeerd dat relativeren een groot goed is. Hoe wijs. Voorbereiden op 2006? Dat doen wij heel simpel. Met stoere laarzen voor L. en voor mij een knalrood shirt met het grootste hart dat je je maar voor kunt stellen er op. Hier kunnen we 2006 mee in. Wat komt, dat komt. Hopen dat de humor aanwezig blijft. Wensen dat gezondheid sterk is. Vers ligt 2006 op de stoep. Niet struikelen. Walsen, lopen, huppelen, dansen, zwieren, draaien en stuiteren. Voor iedereen.

|
Weblog Commenting and Trackback by HaloScan.com