Blogroll Me! bouncing: maart 2006
www.flickr.com

bouncing

ofwel stuiteren

woensdag, maart 29, 2006

tijdelijk dompteur

L. ging voor de verandering naar mijn werkplek. Ja, de schoolband oefent met grote regelmaat. Ut mot wel knallen volgende week vrijdag. Ik had L. gevraagd of hij gelijk de wekelijkse mededelingen mee wilde nemen. Je kunt maar voorbereid zijn. Hoewel, het voelt dus nu al als donderdag. Mastodonten kunnen vrij rondstampen als je er niet bent. Morgen is dat anders. Hoppa, africhten die hap.
Ook even donderen tegen de derdeklassers. Beetje losgeslagen dus ook die even africhten. Morgen dus dompteur in plaats van stuiterbal. Niet de hele dag hoor. Ben je gek. Maar soms moet het even. Klaar om de leeuwenkooi te betreden. Of de slangenkuil. Orde in de beestenbende.

|

visie

Een tijdje terug toch maar de knoop doorgehakt. Nieuwe brillenglazen. Aangezien ik ongeveer net zo veel zie als Momfer de Mol zonder hulpmiddelen, bestel ik altijd ultradunne glazen aangezien anders de vergelijkingen met Flipje niet van de lucht zijn. Het liefst draag ik lenzen. Ze beslaan niet, je hebt geen last van beperking van het zicht door een montuur en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar ook mijn oogjes zijn wel eens ultramoe. ’s Avonds zet ik dan tegenwoordig wat vaker die bril op mijn neus. Ik heb twee jaar geleden een kek montuurtje uitgezocht. Maar ik had gemerkt dat de sterkte niet meer helemaal juist was. Irritant met ondertitels of gewoon lezen. Nieuwe glazen dus. Dat kost dan weer honderden euries maar goed zicht is dat zeker waard. Een paar weken terug de sterkte op laten meten. Dat moest in twee keer. Zowel de computer als het lijfelijk meten gaven een erg veranderde situatie aan. Naar mijn gevoel minstens een uur per bezoek in die stoel gezeten. “Waar ziet u de stipjes duidelijker: 1 of 2? Is de 3 of de 8 duidelijker? Is de O duidelijker bij 1 of 2? En hoe kijkt dit?” Veel vage belevenissen. Bril besteld, een week later betaald en meegenomen. De wereld bleef wazig. Vooral rechts. Gisteren maar eens terug. Vandaag weer. De stoel is nu erg vertrouwd. De hele riedel aan één, tweetjes, stipjes, letters en getalletjes werd herhaald. Voor rechts werd ogenblikkelijk een nieuw glas besteld. Met sterkte -11.75. Er zat -14.50 in. Dat is toch wel een fors verschil in kijkcijfers. Ogenschijnlijk hebben mijn ogen de computer gefopt. Ik wist niet dat ze dat in zich hadden. Een duidelijk gevalletje van je ergens op verkijken.

|

dinsdag, maart 28, 2006

gespeelde wedstrijd

Jawel, geslepen geesten. The girls kicked ass. R. was volgens mij zelfs lichtelijk zenuwachtig. Hij schraapte zijn keel.
Geen zin in klucht deel 2. Dus we hebben het stuk herschreven. Het werd een sportief toernooi.
“Ja, er zijn nog een paar hete hangijzers die we moeten bespreken.” We glimlachten vriendelijk. Het laatste waar we aan dachten was ‘heet’. Die associatie roepen de mastodonten nu eenmaal niet op. Wel klaar om goede voorzetten te geven.
R. begon met een klassiek ‘o ja’ verhaal. Ruiterlijk gaf hij toe dat hij collega D. maanden geleden toegezegd te hebben dat enkele leerlingen ruimte zouden krijgen om hun stand up comedy act te laten zien op het festival waar we weer over vergaderden. D. is OK. Wij wisten al lang van D. dat R. dit blijkbaar helemaal was vergeten. Wij verbazen ons nergens meer over. Vlekkeloos pasten we het in het programma. Immers, aan het einde komt traditioneel de docentenband. Terwijl dit bonte gezelschap apparatuur het podium opsleept achter het gordijn, kunnen die leerlingen mooi de tijd overbruggen met verticale humor voor het gordijn. Een inkoppertje.
De docentenband. Ja, ik dwaal even af hoor. Met L. als ‘special guest’. Deze stuiterbal kan veel. Bijvoorbeeld gek bewegen. Maar daar zit echt niemand op te wachten. En muzikaal talent? Nee, dat heb ik niet. En dan druk ik me heel bescheiden uit. Maar L. wel. Is het ook een beetje zijn feessie. Bovendien kunnen de paar echt muzikale talenten die zich in ons schoolteam bevinden, altijd versterking gebruiken. Er is immers een nieuwe collega die schuiftrombone speelt. Uh, tracht te spelen. Het staat wel koddig. En van F. komen we nooit meer af. Er is al gesuggereerd om jonge kaas in zijn mondharmonica te stoppen, maar deze man blaast zo hard, dat je het helemaal voor je ziet. Een zaal die brult ‘ze smelten de kazen’. Als F. niet blaast brult hij met zoveel geweld door de microfoon dat de rest van de band direct ontstemd is. Ik heb L. dus geadviseerd zijn grote versterker mee te nemen en deze op 10 te zetten. Ook zal collega P. traditiegetrouw de batterijen in de microfoon vervangen door lege exemplaren, aangezien we F. toch allemaal zullen horen. Maar dan liever niet versterkt.
Terug naar de hete hangijzers. Klaar voor de cup met de grote oren. Een verrassende aanval werd ingezet. “Goed, we hebben een zaal. Er kunnen 220 kaartjes verkocht worden. We gaan er even van uit dat er 10 collega’s komen. Dat is weinig, maar goed. Verder is er een jury van 5 man/vrouw. De *o zo gezellige, maar wij denken kleffe* theatergroep heeft zich conform een gezwel opgeblazen tot bijna 50 leerlingen (nee, we verwoorden het ietsje anders…). Er zijn 44 deelnemers aan het bewuste festival. Laten we er even voor het gemak van uitgaan dat elke deelnemer twee familieleden meeneemt naar het festival. Er kunnen dan nog 23 kaartjes aan de leerlingen verkocht worden die willen komen kijken als jullie vasthouden aan het plaatsen van de deelnemers in de zaal.” Gelukkig hoorden we niet weer “maar dat was vorig jaar ook zo”. Nee. “De zaal is gewoon te klein.” Een zwakke verdediging, we creëerden kansen.
Een verbouwing zit er niet in. Met enig ongemak werd besloten dat onze optie dan toch maar gekozen werd. Leerlingen kunnen grotendeels wel het programma zien, maar nemen geen ruimte in in de zaal. Girls – mastodonten: 1-0.
Prijzen. Mastodont R. rechtte zijn rug. “Jullie hebben nu net je zin gekregen, maar dat krijgen jullie niet met alles”. Letterlijk. Breed ging hij in zijn goal staan. We glimlachten. “Luister eerst even naar ons idee. Alle winnaars uit de vier categorieën (zang, dans, rap en muziek) krijgen een trofee. Is het dan geen goed idee om die winnaars samen te brengen en ze de gelegenheid te geven een professionele videoclip te laten opnemen. We weten een mogelijkheid, ze kunnen het zelfs inzenden naar een TV station en het kan in ieder geval weer gebruikt worden voor PR.” De mastodonten zwegen. In bewondering. Girls – mastodonten 2-0.
Het geneuzel over bloemen en/of wijn voor juryleden, wel of geen feestje na afloop, een mastodont die nog wat sputtert over zijn rol die avond. Het werd niet omgezet in doelpunten. Gelukkig waren ze wel zo sportief om ons te feliciteren met deze overduidelijke zege.

|

zondag, maart 26, 2006

foetsie

Zomertijd. Waar is mijn weekend? Foetsie. Verdwenen tussen de gestorte tuinaarde waardoor de witte krokussen witter dan wit lijken en de bergen weggewerkt wasgoed. Met frisse moed op naar de maandag. Variatie genoeg:
- Om 8 uur ’s ochtends verwacht ik al breakdancende en anderszins dansende leerlingen die nog een keer onder mijn oog willen repeteren. Het is een manier om in één klap wakker te worden natuurlijk.
- Om 9 uur komt een jeugdreclasseringsambtenaar bespreken hoe nu verder met leerling A. Ik weet het niet en omdat dit dametje weer twee dagen heeft verzuimd, zie ik de mogelijkheden die er waren in rook opgaan.
- De derdeklassers weer terug van stage.
- De meeste leerlingen hebben vast enorm genoten, maar eentje kan ik gelijk schorsen wegens wangedrag op de stageplek. Ik had het kunnen voorspellen.
- De vierdeklassers gaan hun laatste week schoolexamens in.
- Een test voor leerlingen van andere scholen die komend jaar de overstap naar onze school willen maken.
- Deel twee van een eerder beschreven klucht. De messen zijn geslepen…..
- En natuurlijk de grote stapel nog niet te beschrijven dagelijkse chaos.
Kortom, een doodgewone maandag.

|

zaterdag, maart 25, 2006

warme herrie

Vrijdag thuis komen op zo’n tijdstip dat je zelfs de trap oplopen een marathonervaring vindt. Van plan zijn in ieder geval een lekker lang warm bad te nemen en niet te laat het mandje in. Verder hoefde ik helemaal niets. Maar het zat er niet in. Geen verwarming, geen warm water. Storingsdienst gebeld. Stekker erin en eruit. Resetknop indrukken. Waterdruk is OK. Maar nee. De CV was nog doder dan ik. En het mannetje van de storingsdienst kwam pas vandaag tussen 10 en 11 op zaterdagochtend.
Vrijdagavond ouderwets fikkie gestookt en tussendoor een beetje zappend op de bank gehangen. Geslapen als een os en ja, inmiddels hebben we weer warmte. Ook in vloeibare vorm. Reanimatie gelukt. Heel snel gaan douchen want die bejaarde CV ketel wordt nu wel erg onbetrouwbaar. Hij doet het nu wel. En hoe. Er komt een geluid van zolder waardoor je het idee krijgt dat er een complete verbouwing gaande is op zolder. Het rammelt, zoemt, rochelt en tokkelt. Met flink wat scheurende geluiden. Dat tokkelen en scheuren doet L. gebruikelijk. Maar dan op een gitaar en dat klinkt echt beter dan die CV ketel. De CV ketel heeft het qua volume ruimschoots gewonnen van L. Niet in muzikaliteit, laat daar geen misverstand over bestaan. Dat deuntje van die bejaarde herriemaker ben ik zat. U weet dondersgoed wat ik bedoel. L. wordt zo maar van zijn zolder verjaagd. Het is maar goed dat het weekend een uur korter is. Maandagochtend begint de serieuze zoektocht naar stillere opvolgers.

|

woensdag, maart 22, 2006

De Klucht "Dat Doen We Altijd Zo"

“Dus de kaartjes zijn al gedrukt?”
“Ja.”
“En het begint weer om 8 uur. Waarom?”
“Dat was vorig jaar ook zo, ik heb daar verder niet over nagedacht.”
“We hebben nu wel zo’n 10 optredens meer”
“Ja.”
“…”
“En het kost weer 3 EURO?”
“Ja.”
“Waarom?”
“Dat was vorig jaar ook zo, ik heb daar niet verder over nagedacht.”
“We hebben de trofeeën gezien. Leerlingen weten dat ze daar kans op maken. Maar we hebben het gehad over prijzen. Gaan we nog prijsjes kopen?”
“…”
“Hallo, gaan we nog prijsjes kopen?”
“Ik ben daar niet zo voor.”
“Maar ze denken dat ze prijzen kunnen winnen. Wij zijn wel voor. Gewoon wat kleins, dat vinden ze al fantastisch.”
Mompel, mompel, verwarring. Komt terug in klucht deel 2. Het gaat misschien om een bedrag van 100 EURO in totaal. Peanuts in een organisatie als de onze.
“Waarom is de theatergroep weer ingedeeld? Is toch raar dat die erbij zitten want ze zijn er helemaal niet bij betrokken geweest en ze hebben dan al allerlei voorstellingen gehad. Is toch verwarrend. Ze strijden namelijk niet mee voor een prijs en hupsen dan opeens wel op dat podium.”
(rode vlekken verschijnen in nek, trillende kaaklijn en vernietigende blik)
“Dat was vorig jaar ook zo. Ik zie het probleem niet.”
“Wij vinden het niets.”
“Nou, sterkte aan degene die dat aan R. en D. gaat vertellen.”
(het wordt duidelijk dat D. en R. al is toegezegd dat dit gaat gebeuren)
“….” (gedacht wordt: ‘jij gaat dat dan toch vertellen, immers jij hebt iets toegezegd zonder dat daar overleg over is geweest’)
“En dan nog iets. Ik denk niet dat als R. en D. dat horen, dat R. nog wil presenteren.”
“….” (gedacht wordt: ‘is dat dan eigenlijk wel een probleem?”)
Uiteindelijk besloten de theatergroep met één nummer toe te staan aan het einde. Met de duidelijke opmerking dat dit NIET bij het festival hoort. Maar een soort bonus. Daarna moet er dan nog tijd overbrugd worden omdat de jury zich moet beraden over de winnaars. Ik denk dat het een pauze wordt. Ik heb dan wel een borrel nodig.
“Waar laten we de deelnemers tijdens de voorstelling?”
“In de zaal.”
“Pardon?”
“Ja, de helft van de deelnemers die na de pauze komt zit voor de pauze in de zaal. En na de pauze zitten de deelnemers die al iets hebben laten zien in de zaal.”
“Nee joh. Dan hoeven we amper meer kaartjes te verkopen. Dan zit de zaal namelijk al voor bijna een kwart vol. Nog een paar collega’s die komen kijken en nog even en allerlei leerlingen lopen een kaartje mis.”
“…” (geen rekenwonders)
“Bovendien, artiesten zitten toch niet in de zaal? Die staan in de coulissen, kunnen vanaf boven zelfs de voorstelling meekijken en dat maakt het veel spannender.”
“Dat was vorig jaar ook zo, ik heb daar niet verder over nagedacht.”
Zucht. Wat nou evaluatie. Wat nou vernieuwing.
Dat komt dus ook terug in klucht deel 2. Ik heb het niet zo op kluchten. Gelukkig ben ik niet alleen. Met zijn tweeën proberen we de logge mastodonten in de 21e eeuw te sleuren. Misschien is het wel een goed idee. Dat commentaar op mijn vorige logje.
“Yo, luister eens en denk eens effe na,
Die kids die staan te bouncen en denken ha,
Een prijs die kejje winnen
Kom laten we beginnen,
Doe je eigen ding, het dak dat mot er af,
Hun matties die willen kijken, nee dit is geen straf,
Een grote zaal, die ogen die gaan poppen,
Man geloof me, ik ben niet meer te stoppen,
Ze zullen kijken en achterover slaan,
Die baasies zullen klappen, schreeuwen en gaan staan,
Ik blaas ze van die stage af, mijn beat die doet je flippen,
Hee, wat doen die gassies hier, kunnen we die niet wippen,
Wat doen die rare gassies dan, dat is tog Haagse kak,
Ach laat maar, gewoon vet genietuh, even feesten, geen genak,
Maar laat die meiden het nou maar verder doen,
Geen gezeik over die doekoe, het geld, de poen,
Een feessie bouwen en verder geen gezeik,
Moeilijker dan gedacht, voor sommigen dat blijkt!”

|

hee een klucht

Overleg. Te laat. Soms is het allemaal zo voorspelbaar. Een klucht.

Om totaal onbegrijpelijke redenen is op de locatie waar ik werk het theater al jarenlang een PR middel. Zonder effect. Het slaat niet aan bij de grotendeels allochtone leerlingen en helaas zijn de verantwoordelijken niet creatief genoeg om die groep wel geïnteresseerd te maken. Iets wat zeker mogelijk zou moeten zijn. Nu doet een flink aantal roomblanke kindertjes mee van andere locaties. Met ‘de toneelgroep’. Wat neerkomt op een musical. Elk jaar weer. Een aantal leuk en enthousiast, maar ook een deel arrogante ettertjes die denken al in Carré te staan. Met een houding dat je gelijk een aantal foute Marokkaanse leerlingen wil ronselen om ze even uit de droom te helpen. Ik heb die mogelijkheid. Maar houd me in.

In de eerste week van april is er dan een heuse theaterweek. Met voorstellingen op twee locaties, zowel overdag voor een aantal leerlingen, als ’s avonds voor ouders en andere belangstellenden. Baasje is BAAS van het hele gebeuren. Praktisch geen leerlingen uit zijn afdeling die er dus aan meedoen. Maar ja. Hij heeft al jaren theater in zijn portefeuille. Geeft hem veel mogelijkheden om vaak afwezig te zijn. Hij doet overdreven lyrisch over de dramadocenten die soms komisch zijn, maar vooral dramatisch. In alle betekenissen.

Los van dit alles probeert een aantal mensen wél ervoor te zorgen dat op een podium staan ook iets anders kan zijn dan vals stoffige musicalliedjes te zingen. Vorig jaar kwam het met moeite van de grond en er werd besloten dat de toneelgroep ook iets mocht laten zien. Opvulling van het programma.

Er waait nu een frisse wind. Twee keer zo veel acts en grote variatie in het aanbod. Een avondvullend programma met voor ieder wat wils. Géén musicalliedjes.

Ik zag het gebeuren. Twee mastodonten in de vorm van baasjes. Het type alles gaat vanzelf en het komt allemaal goed. Maar eens aangekaart dat het misschien zinnig was een draaiboek te maken en overleg te hebben over zaken die nog niet besproken zijn. En toen begon de klucht. In twee delen. Het eerste deel heb ik ternauwernood overleefd. Maandag deel twee.

|

tijdelijk onbereikbaar

Nah. Is alles relatief rustig. Relatief hoor. Want ondertussen. Maar goed, ik kan niet echt klagen deze week. Of eigenlijk wel. Maar dat is weer voor een ander logje.
N. Altijd eigenlijk een probleemloze leerling. Maar verschijnt dus niet op zijn tentamen maandag. Terwijl ik hem nog zo had gewaarschuwd. Ik zelfs vader had gebeld een aantal dagen ervoor. Die mij verzekerde dat N. er maandag zou zijn. Hij kon de orthodontist afzeggen. Maar zich dan doodleuk ‘ziek’ laat melden door moeder. Is ie nou helemaal van de ratten besnuffeld. Ik zag hem weer dinsdag. Met grijns. Verkeerd. Ik wist dat hij naar de orthodontist was geweest. Ontkennen. “Ik was echt ziek, mijn moeder heeft toch gebeld.” Je moeder. Ja, wil je ruzie dan kun je het krijgen. “Goh, en wat zei de huisarts?” Daar was hij niet geweest. Zo erg was het niet. Mmm. “Dan is het dus ook niet erg genoeg geweest om dit tentamen te missen en dat kost je dus een herkansing.” Hij is niet onder de indruk en leeft nog in de stellige overtuiging dat het allemaal niet zo erg is. Onbereikbaar. Vervolgens gaat op dinsdag zijn telefoon af tijdens een ander tentamen. Ook daar heb ik zo voor gewaarschuwd. Doodleuk komt hij erna naar me toe met de vraag of ik zijn telefoon heb. “Ja en die krijg je vandaag zeker niet terug.” Hij zou nog iets maken. Maar hij moest weg. Nou doei dan. ’s Middags heb ik overleg. Mijn telefoon gaat. N.
“Ja, u heeft mijn telefoon maar nu heb ik een nummer nodig, kunt u even…”
“N., ik zit in overleg.”
“Oh, hoe lang nog?”
“Zeker nog een uur”
Hij heeft het gevoel dat hij pas sinds die inname van die telefoon onbereikbaar is. Ik denk dat het al langer duurt.
Ik gooi mijn telefoon uit. Die van hem blijft nog wel even in mijn la liggen. Ik denk dat vader hem op mag komen halen. Met N. Ook met telefoon lijk ik hem even niet te bereiken.

|

maandag, maart 20, 2006

grote mond

Overmoed. Ik met mijn grote mond. Nee, geen reguliere klassen uit mijn afdeling in het gebouw. Dat had er nog bij moeten komen. Wel de hele dag achter collega’s aanlopen zodat ze me toetsmateriaal leverden, zodat ik vervolgens weer bikkelharde afspraken kon maken met twee leerlingen die deze week niet op stage mogen. Eentje is de laatste weken hoopvol bezig. Hij spijbelt niet meer en sterker, werkt opeens keihard. Ik heb me al laten ontvallen “nou S. ik durf bijna niets te zeggen. Het lijkt wel een betovering en die wil ik zeker niet verbreken.” Een grote grijns. Het zou fijn zijn als hij die laatste periode zo positief blijft werken. De andere is andere koek. Koek waarop ik eigenlijk wel uitgekauwd ben. Ze spijbelt al jaren en de beloftes. Ach, ik hoor ze, maar weet dat ze weinig waard zijn. Ze was op tijd. Ik heb een waslijst gemaakt van toetsen die ze deze week moet maken. Het zal me benieuwen. Maar vandaag kwam al de vraag “als ik nou in de pauzes doorwerk, mag ik dan wat eerder weg?”
“Nee, dat in de pauzes doorwerken is wel een goed idee, dat vroeger weg gaan niet”.
Het moet even pijnlijk duidelijk worden dat het nu of nooit is. Het zou mooi zijn en ik laat me graag verbazen, maar de verwachtingen zijn laag.
Beetje openen en sluiten van schoolexamens, bulletinnetje uitzetten, schetsje maken van wilde plannen. Plus het ferme voornemen een paar dagen deze week écht bijtijds naar huis te gaan. Tja. Toen gebeurde het. Ik had zelf geopperd te overleggen over het komende schoolfestival. Dus morgenmiddag laat vergaderen. Opeens een mail van opperhoofd R. Ik was de enige die nog niet wist dat er vandaag ook een vergadering tot 5 uur gepland stond. Tja. Wel met een overdaad aan punten die ik zelf wilde aanzwengelen. Natuurlijk moet ik aan het einde van de week ook een aantal stagebezoeken afleggen. Ik met mijn grote mond.

|

zondag, maart 19, 2006

eng normaal

Het voordeel van het uitzicht op een week waarin ik minder werkzaamheden en gebruikelijke chaos dan gebruikelijk heb te verwachten:
- Leuk een lijstje van zo’n 20 aandachtspunten naar een zogenaamde eindverantwoordelijke mailen met de vraag of daar deze week even kort over vergaderd kan worden. Gniffelen om het beeld van rode vlekken en vieze zweetrandjes dat dit ongetwijfeld zal opleveren.
- Een bulletinnetje voor de collega’s in elkaar flansen met herhaaldelijke verzoeken om materiaal dat al lang aangeleverd had moeten worden. Ook weten dat ik tijd heb om mensen er mondeling aan te helpen herinneren….
- Weer ruimte voor plannen, plannen, plannen en allemaal leuk.
- Tig logjes lezen
- De zaterdagkrant lezen op zaterdag
Het klinkt eng normaal. Ik weet ook dat als ik eraan gewend ben, het gewoon weer voorbij is. Erg geruststellend. Wie weet verzin ik nog wel iets geks. Te normaal maakt mij ernstig onrustig.

|

vrijdag, maart 17, 2006

Denk R. Denk Rampzalig.

Het is nog vrijdag, besefte ik net. Om nu niet mijn weekend te vergallen, ga ik even snel spuien. Ik kots het even allemaal hier neer in dit postje. Dank aan R. voor de eindeloze inspiratie voor afreageerlogjes. Echt, het werkt heel therapeutisch. Je weet dat sommige dingen niet snel genoeg veranderen. Het greintje pessimisme in mijn lijf zegt dat R. in de categorie onverbeterlijk valt. Helaas ook in de categorie ‘bord voor de kop’.
Denkt echt dat hij het goed doet als eindverantwoordelijke voor het schoolfestival. Hij stuurt de vier mensen aan die zich ook bezig houden met dit feestelijke gebeuren. Twee zijn er vulling. Niet onaardig, maar als ze er niet waren, zou niemand het merken.
De andere twee proberen er echt iets van te maken. Coachen leerlingen bij hun acts, maken een opzet van het programma, proberen de leerlingen positief te stimuleren in plaats van af te zeiken en maken lijstjes die tot een draaiboek moeten leiden. Wat R. zou moeten doen. Maar die kan niks. Behalve:
- Alvast de hoofdprijs laten zien aan de deelnemers (‘uh, verrassing???’)
- Aan één van de twee wel werkende collega’s vragen om van alles te regelen en te ritselen en verder dit aan niemand communiceren (‘o ja hoor, ik wil het ook best naar jou sturen’)
- Stuurt een lijst rond van deelnemers. Vol met spelfouten. Of wij die er uit kunnen halen. Wat we vervolgens doen, hoewel hij het zelf kan nalopen. Vervolgens wordt er weer een foute lijst rondgestuurd. Die heb ik uitgeprint en met rood (jawel, er schuilt een echte schoolfrik in me) gecorrigeerd. Nog net geen (onvoldoende) cijfer erboven gezet)
- Van een collega horen die twee wel werkende collega’s dat R. plannen heeft om iets in het programma te voegen wat daar absoluut niet thuis hoort (‘huh?’)
- R. heeft nog steeds niet de geluidsman benadert om te vragen of hij ook bij de generale repetitie aanwezig kan zijn (‘komt allemaal goed, het is helemaal niet erg iemand te overvallen een dag voor dato’)
- R. heeft al kaartjes laten drukken en de prijs solistisch bepaald. (‘overleg? Hoezo dan?’)
- R. gaat uit van de zelfde begintijd als vorig jaar. We hebben alleen tien acts meer….(‘goh, houdt u ook zo van nachtwerk?’)
- Na de eerste repetitie worden de acts doorgenomen. R. in de bocht: ‘O. en A.? Nee, dat was echt niks.’ Ik schiet in de lach. Ik denk ‘hee, R. maakt een grapje’. Was namelijk spetterend. Blijkt hij serieus te zijn.
- Leerlingen die deelnemen worden gescreend. Hebben die ouders wel de vrijwillige ouderbijdrage betaald? Nee? Nou, dan alsnog, want anders mogen ze niet meedoen. (‘pardon, juist de leerlingen die iets bijdragen onder druk zetten met iets waar niet zij maar hun ouders verantwoordelijk voor zijn?’ – ik heb inmiddels uit een ander potje die bijdrages gestort omdat ik niet wil dat er zo gefrustreerd omgegaan wordt met zoiets)
Zucht. Gelukkig is er die ene andere wel werkende collega. We kunnen nu al synchroon met onze ogen rollen. Misschien een idee dat we met deze ‘act’ het podium bestormen als R. het schoolfestival opent.

|

zo gek

Leerling 1. Had afspraak met orthodontist verzet omdat hij op de dag zelf erachter kwam dat hij een repetitie voor het schoolfestival niet wilde missen. Verzet dat naar een dag dat hij tentamen heeft. Komt vervolgens naar me toe op een nonchalante manier met de vraag of hij niet ‘gewoon’ wat eerder die dag aan het tentamen mag beginnen. Pardon? “Nou ja, of ik kom niet en dan doe ik het op de herkansingsdag.” Ik dacht het niet. Toch maar even pa gebeld. Die zou er persoonlijk voor zorgen dat zoonlief maandag gewoon bij zijn tentamen is. Juist. Ik ben wel gek, maar niet zo gek.
Leerling 2. Blijft te laat komen. Werd voor de tweede keer opgeroepen door leerplicht. Ha. Ik ben niet de enige die hij om zijn vinger windt. Er is charmant en zeer charmant. In de laatste categorie valt leerling 2. Hij heeft echter ook een hele geschiedenis. Een procesverbaal zou betekenen dat hij ver na het, hopelijk, behalen van zijn diploma, alsnog voor de rechter moet komen. Voelt niet goed. Dus. Alternatief. Gemiste uren dus altijd inhalen. Niet soms. Zo niet, dan wordt het wel een procesverbaal. Ik ben wel gek, maar niet zo gek.
Leerling 3. Kan heel leuk en spontaan zijn. Danst prima en straalt dan. Sommige lessen stil en onopvallend. Andere lessen imiteert ze een viswijf van jewelste. Schreeuwt letterlijk om aandacht. Op het hysterische af. Conflict op conflict. Met allerlei mensen in de school. Heeft vooral hulp nodig. De woede moet worden aangepakt. Maar ook grenzen leren. Ik kan heel veel sussen en redden. Maar weigeren te luisteren naar een collega kan niet. Ik ben wel gek, maar niet zo gek.
Leerling 4. Vol loze beloftes. Al lang problematisch. Spijbelen is het kernwoord. Sinds kort een begeleidster vanuit de jeugdreclassering. Wederom beloftes. Die weer net zo gemakkelijk verbroken worden. Donderdag kon ik haar eindelijk weer eens aanspreken. Op zeer merkwaardig gedrag. Ik heb een grote bek, maar de reactie die ik kreeg verpulverde mijn prestatie. Vandaag de spijbelconsulent aan de lijn. De leerling had spijt. Durfde niet naar school. Kon ze wel de geplande toetsen maken komende week? Ja hoor. Na een dag schorsing. Ik ben wel gek, maar niet zo gek. Maar eens zien of ze er dan elke dag is.
Leerling 5. Psychische en lichamelijke problemen. Maar ook lui. Te veel verzuim. ‘Ziek’. Nee, die vlieger gaat niet op. Gaat vast een straf krijgen van de dame van leerplicht. Ook al slaapt ze slecht. Maar dat komt volgens een collega mede door het feit dat deze leerling stellig beweert last te hebben van een entiteit die aan haar bed staat. Die ook verantwoordelijk is voor de medische problemen van haar vader. Laat ik maar nuchter blijven. Simpel. Te veel verzuim. Ze moet gewoon gaan sporten en zich naar school slepen. Ik ben wel gek, maar niet zo gek.

Een handjevol. Daar wil ik het even bij laten. Komende week zijn de derdeklassers op stage en zijn de vierdeklassers er alleen als ze een tentamen moeten doen. Wat zal het stil zijn. Ik geloof dat ik er even stil van ga genieten. Van dit vooruitzicht. Gek doen komt wel weer. Zo gek. Ik vind het werk te gek. Maar even de gekte loslaten is goed.

|

donderdag, maart 16, 2006

woorden en daden

Goed dan. Soms kan ik onbedaarlijk lachen. Zo druk ik steeds mijn mentoren op het hart goed de digitale leerlingdossiers bij te houden. Collega H. doet verslag: “Gesprek met H. en moeder n.a.v. rapport. Aangesproken op werkhouding. H. belooft beterschap maar dat heeft hij al eerder gedaan dus ik heb gevraagd of hij het clublied van Feyenoord kende. Bleek hij niet te kennen. Geen woorden maar daden graag. Lijkt moeilijk te overtuigen dat hij harder moet werken.”
Jammer dat H. er niet was bij het etentje gisterenavond. De beste man is gewoon een ramp als het komt op afspraken noteren. Ook de mannen P. en P. moesten verstek laten gaan. De ene P. omdat hij net als H. geen agenda goed kan bijhouden. De andere P. omdat hij opeens besefte dat hij een religieus feest had. Dat zelfde gold voor J. die niet eens tegen mij durfde te zeggen dat hij niet kwam. Het was dus gisterenavond een wijvenavond. Met een lekker groot budget. Nou, dat kan je ons wel toevertrouwen. We laafden ons aan drank en spijzen. Ook aan roddels, lachsalvo’s en zelfs korte analyses van hoe alles beter kan. Want dat weten wij wel. Echt wel. Ondanks het feit dat we ons niet hebben ingehouden, is er nog budget over. We wachten even tot het beter weer wordt. Ploffen dan op een terras en gaan gewoon verder waar we gebleven zijn. Met of zonder mannen. We vermaken ons toch wel.

|

woensdag, maart 15, 2006

boemelen

De laatste loodjes. U weet wel. Maar het moet iets kalmer worden. Wat helpt is dat de komende twee dagen maar enkele lessen doorgang hebben in de vierde klassen. Voor een flink aantal vakken is er namelijk studieverlof afgekondigd. Komende twee weken zit het zelfde stel aan de laatste grote schoolexamens. Ze moeten het nu echt zelf doen. Maar goed ook, want al dat duwen en trekken is zeer vermoeiend geweest.
Ik ben even uitgestoomd. Ik neem even het tempo tuffen aan om niet uit de rails te lopen. Ik wil van sneltrein naar stoptrein. Niet naar een defecte trein. Gewoon boemelen. Het stationnetje ‘kalmte kan ons redden’ is erg mooi gelegen en dus sta ik daar wat langer stil. Over een week of twee transformeer ik mezelf weer even tot Thalys. Stoom ik in volle vaart met een flinke zwik kinders richting het eindexamen. Tegen die tijd ben ik vast weer in de stemming om te stomen.
Vandaag nog een leuk stationnetje ontdekt. Het heet ‘Doe eens lekker rustig’. Erg knus. Even gekeken op de treinplanner. Ideaal. De enige plaats waar ik hiervandaan kan reizen is ‘gezelligheid’. Daar ga ik vanavond heen. Samen met de mentoren. Een avondje gevuld met eten, roddelen, kletsen, nog meer eten, lachen. Vanuit ‘gezelligheid’ reis ik dan naar ‘welterusten’. Met een boemeltje.

|

maandag, maart 13, 2006

operatie twinkel

Eerlijk. Vandaag viel mee. Accu is maar half opgeladen dus we zijn energiezuinig bezig. Wat wel enorm helpt als je moe bent, is dat je je minder druk maakt. Het heeft dus zijn voordelen. Er is een ietsiepietsie geregeld voor de ellende bij Duits. Mijn lessen liepen lekker. Alles was duidelijk. Dus ruimte voor de echt belangrijke zaken. Twinkelen. Echt, dat is het nu helemaal.
Op het schoolfestival begin april doen een tiental Turkse meisjes mee met een dans. Leuke, lieve meiden. P. is de leidster. Duidelijk de bindende factor. Een jongensachtige meid met een uitstraling waar iedereen jaloers op kan zijn. Twinkeloogjes. In voor gezelligheid en vastberaden om een feestje te bouwen. Een zusje van een leerlinge die vorig jaar haar diploma haalde. Ook zo’n lieverd. Ik bedacht dat B. mooi iets zou kunnen toevoegen aan hun act. Die benam mij zowaar de adem toen ze op het laatste schoolfeest een spetterende buikdans liet zien. Vandaag B. en P. bij elkaar gebracht. Het dak moet er af straks. Allebei enthousiast. Creativiteit en enthousiasme bij leerlingen zien groeien is één van de mooiste dingen op de wereld. Echt waar. Morgen een ietsiepietsie later dan gebruikelijk beginnen. Doseren. Morgen maar weer een dosis twinkelen. Ik ga weer andere leerlingen opsnorren. Operatie twinkel is in gang gezet. De manier om de accu weer te laten vollopen.

|

zondag, maart 12, 2006

'moeder' zoekt rust

OK, ik sta niet bekend als pessimist. Maar het was wel een erg grote bak gedoe die over me heen werd gestort de afgelopen week. Eerst al het gedoe met J. Dat verliep allemaal goed, maar uiteindelijk kwam het er eigenlijk op neer dat als J. wat meer persoonlijke aandacht gehad van 'de heren' voor zijn gevoelens, we een stuk minder gedoe hadden gehad. Ik heb een baan waarin ik veel aandacht moet geven aan leerlingen. Ik weet hoe belangrijk persoonlijke aandacht is. Maar ik doe geen personeelsbeleid. Daar werd dus weer eens iets pijnlijk duidelijk.
Verder een tenenkrommend verhaal van een leerling over een collega. Ze wordt volledig geloofd. Niet alleen door mij. Ik was diep geschokt. Helaas kan de medewerker die ik vanaf nu vol wantrouwen zal bekijken, niet bestraft worden. Alles wordt ontkend. Gelukkig zijn meerdere mensen nu zeer waakzaam en zal deze medewerker nauwlettend in de gaten worden gehouden.
Verwarring over roosters en lessen die wel/niet uitvielen.
Ruzie tussen twee leerlingen.
Grote puinhopen in het lokaal van K. Hij heeft zelf nu aangegeven dat hij het niet meer ziet zitten, maar er is nog wel een groep leerlingen die op hun examen moet worden voorbereid.
Steeds meer leerlingen die eigenlijk begeleiding moeten krijgen. Alles maar opvangen omdat de counselor die slechts twee dagen werkt, absoluut niet alles kan behappen. Leerlingen die echt hulp nodig hebben laat je niet bungelen. Contacten met de politie, met de Raad van de Kinderbescherming, gezinsvoogden, gezinsbegeleiders, moeders, de leerplichtambtenaar. En vooral met de leerlingen zelf. Ze verdienen de aandacht. Zonder twijfel. Maar ‘moeder’ van meer dan 100 kinderen zijn is in sommige weken erg zwaar. Dagen dat ik en de mentoren zich afvragen of er nog wel probleemloze kinderen bestaan. Je zou bijna vergeten dat je op een school werkt. Correctiewerk, voorbereidingen op het laatste schoolexamen en de eindexamens, een naderende stageweek voor de derdeklassers, inhalers voor proefwerken, absentieregistratie… Het gebeurde tussen de bedrijven door. Net als mijn hele huishouden.
Hoe blijf je dan lachen?
- Een bloemetje krijgen van je baas omdat hij heeft opgevangen dat je je koperen bruiloft op school ‘viert’
- L. die een supergrote bos bloemen aan je geeft en peptalk geeft zodat je de week doorkomt
- Bij de repetities van het komende schoolfestival ontdekken dat je samen met collega W. vreselijk kunt lachen om de stoffige mannen die denken alles zo goed te regelen terwijl W. en ik dat eigenlijk doen
- Voor dat zelfde festival een leerling over kunnen halen om mee te doen. Bloedverlegen maar mén wat kan die dansen
- Dansen met M. en D. op een feest waarop T. met zijn band speelt
- Zeker weten dat de reis naar Marokko door gaat
- Een collega die vrijdag vroeg in de middag belt en zegt ‘je gaat niet te laat naar huis hoor’ waarop je braaf met ja-ha antwoordt
- Een mentorenetentje komende woensdag
- Een verlofdag regelen voor 9 juni als ik samen met L. naar een groot rockfestival ga
- Een baas die akkoord gaat met werk te doen wat ik tot nu toe steeds deed, maar wat in feite zijn taak is
- Van een moeder horen dat ik hart voor kinderen heb
- Een leerling die vraagt ‘hoe is het nu met uw katten?’
- Gewoon in de kantine gaan zitten op een zeldzaam rustig moment en gewoon een half uur beppen met leerlingen
- Een leerling die zegt een machine uit te gaan vinden waardoor de tijd stil gezet kan worden, zodat te laat komen niet meer mogelijk is
Kijk, dat helpt om een optimist te blijven.
'Moeder' zet nog even door. Maar hoopt wel op een iets kalmere week.

|

zaterdag, maart 11, 2006

de humor van een beugelbekkie

Soms is een weekend te kort om bij te komen.
Ik die dacht dat het nu wel eens wat rustiger zou worden. Bakken ellende. Waar ik nu even niets over kwijt wil. Juist, omdat ik weer energie probeer te krijgen.
Gelukkig zijn er altijd nog momenten dat er gelachen kan worden. Zo ook donderdag. N. kwam me melden dat hij verschillende afspraken had met de orthodontist. Mijn taak om dat allemaal te noteren. Die middag had hij ook een afspraak. “Dat is niet zo handig, dan is er repeteren voor het schoolfestival”. Hij doet daar namelijk aan mee. “Oooojaaaa, shit. Kan ik even bellen, want dan ga ik die afspraak verzetten”. Ik gaf hem mijn telefoon. In gesprek. “Later nog maar een keer proberen, ik ga nu pauze houden”, antwoordde ik. Tijdens die pauze stond hij ongeduldig te kloppen op de deur van de docentenkamer. Een collega deed open. Ik zat net. Dat zei ik hem ook. Collega H. voegde er aan toe, met een grote grijns, “Ga weg lelijkerd”. N. kent hem. Hij zag de grijns. Ook hij grijnsde zijn beugelbekkie bloot. “Nee, u trekt volle zalen”. Een luid gebulder vulde de docentenkamer.
Ja, dan sta ik dus weer op. Een fikse dosis humor. Dat levert namelijk energie op. En de afspraak werd verzet.
Jammer trouwens dat hij niet iets met stand-up comedy doet. Het zou hem goed afgaan.

|

woensdag, maart 08, 2006

de gedeukte eenheid

Er moet nog afgerond worden. Vandaag een lang en goed gesprek met de leerling. Ik was heel duidelijk. Ook al voel je onrecht, ook al klopt iets niet, het is wel heel belangrijk dat je dan niet zelf onrechtvaardig gaat handelen. Er zijn andere wegen. Die lijken misschien lastig. Je zou misschien willen dat het gemakkelijker kon. Maar dat is nou eenmaal niet zo. Dat zul je een leven lang merken. Het werd begrepen. Er werd nagedacht. Ongeveer tegelijkertijd zocht J. contact met mijn baas. Of er al met de leerling was gesproken. Dat wist de baas niet. “Ja, en hoe nu verder”, vroeg J.? “Dat hangt af van hoe de gesprekken ontvangen worden”, antwoordde de baas. J. zou een gesprek hebben met R. Ik met de leerling. J. moest namelijk accepteren dat hij deels fout was geweest en de leerling ook. Als dat door beiden erkend werd en beiden wisten dat ze beiden erkend werden en dus ook gesteund, zou het afgerond kunnen worden. J. zit echter helemaal niet goed in zijn vel. Ik weet de oorzaak niet. In het hoofd van J. spookte rond dat hij niet gesteund werd. Het veroorzaakte een knal in J.’s hoofd. Wéér een bijeenkomst van bazen en mijzelf. Gelukkig heb ik gisteren zo veel energie verbruikt, dat ik kalm kon luisteren. De psyche van de mens is soms een wonderlijk iets. De grote baas vroeg of ik aan J. duidelijk wilde maken dat ik een stevig gesprek had gevoerd met de leerling en hem duidelijk had gemaakt dat hij niet juist gehandeld had. Zonder erbij te slepen dat J. daarop, in mijn ogen en die van velen, zo mogelijk nog onjuister gehandeld had. Als ik bereid was dit te doen, zou J. weer kunnen functioneren. Vandaag is hij naar huis gegaan, omdat hij helemaal van de kook was. Het is een ziekte. Ik heb gezegd dat ik best wilde doen. Maar niet opnieuw de discussie. Ik wil geen aantasting van mijn principes. Ziekte of niet. Dat was duidelijk. De leerling weet dat hij onjuist is geweest, maar voelt zich gesteund. J. heeft op dat laatste punt extra uitleg nodig. Eigenlijk is het een trieste man. Oprecht vraag ik me af hoe hij zich gelukkig kan voelen bij ons op school. Er moeten continu conflicten in zijn lijf zitten. Door zich niet kwetsbaar op te stellen, blijft hij ziek. Ik voel me een gelukkig mens, kwetsbaar maar dus gezond. Gedeukt maar heel. Pantsers zijn vaak een handicap in plaats van een bescherming. Illusies beschermen is leven in een glazen bol. Verrekte eenzaam. Donderdag sluit ik het af met J.

|

dinsdag, maart 07, 2006

hartzeer

Ik verwijs even naar 24 februari.
Nu maart. De sneeuwvlokken dansten wild. Ik smolt ze. Met kwaadheid. Kwaadheid over arrogantie. Gelukkig zijn er weinig mensen om me heen zoals J. Collega is een te mooi woord voor zo iemand die in het zelfde gebouw werkt. Nee, ik heb hem bewust niet gesproken vandaag. Wel een overdosis aan bazen. Baas L. begreep me. Inlevingsvermogen is een groot goed. Zeker in een gebouw vol met kinderen. Duidelijkheid, regels, respect. Allemaal belangrijk. Maar zonder inlevingsvermogen is dit allemaal niets waard. Woorden zijn maar woorden. Gevoel. Je moet wel van kinderen houden.
L. moest met R. praten. J. valt immers onder R. Was ik verbaasd over de reactie van R.? Natuurlijk niet. Hij was ooit mijn directe baas. Dat was niet goed voor mijn hart. Hoewel het een sterk hart is hoor. Ik lucht het immers vaak. Moordkuil? Forget it! R. vond toch dat “zijn” J. wel een punt had over hoe de leerling ‘door’ J. had getracht te stuiteren. Goed, R. kan dus ook niet lezen. Dat was niet de kern. De kern was heel simpel dat een ouder iemand, met als het goed is een pedagogisch getrainde geest, zou moeten weten hoe te reageren op stuiterende leerlingen. Dus niet als een soort mislukte krachtpatser met een groot gebrek aan woordenschat de uitgang blokkeren. Niet uitgaan van heersende vooroordelen die je kunt vinden bij kleine politieke splinterpartijen aan de rechterkant van het politieke spectrum. Ofwel ervan uitgaan dat het VMBO leerlingen zijn, dus die zullen wel liegen over de reden waarom ze van het plein willen.
Natuurlijk kreeg R. een verwilderde blik. Rode vlekken. Vroeg aan L. of de grootste baas der bazen niet ingeschakeld moest worden. L. vond dat niet zo nodig. Maar ja. R. wist het allemaal niet. Dus daar zat ik met drie bazen. Het grote opperhoofd was niet onder de indruk van de videobeelden die alleen maar verduidelijkten wat een starre, onnodig agressieve houding teweeg kan brengen.
Ja, er is een oplossing waar iedereen mee moet leven. J. is duidelijk te verstaan gegeven dat zijn gedrag niet goed te praten is. Ik ben blij dat ik dat niet hoef te doen. Ook bij mij kan het laagje beschaving wegvallen. Ik ga nogmaals duidelijk maken aan de leerling dat hij niet ‘door’ mensen heen moet lopen. Hij weet dat ik aan zijn kant sta. Ik maakte ook duidelijk dat J. echt niet aan de schandpaal hoeft. Als hij maar ver uit de buurt van “mijn” leerlingen blijft. Stel je voor dat ik écht boos zou worden.
Eenmaal in de docentenkamer voelde ik de spanning. Woesh. Onredelijkheid is de motor van mijn tranen. Ik kreeg een lieve mail. Kleine bazen gebruiken soms weinig woorden. “Ik vind dat je heel goed voor je leerling bent opgekomen. Nog maar één wijze raad: blijf volhouden in dit soort situaties, maar trek het je niet té veel aan, helaas is niet iedereen het zelfde en dit zal heus nog wel vaker gebeuren.” Ik hoop niet al te vaak.

|

zondag, maart 05, 2006

excuus gevonden

Bijna twaalf en een half jaar geleden. Donderdag aanstaande om precies te zijn. Nou zijn L. en ik gelukkig nuchtere types. Hij is het niet het type dat overloopt van romantiek. Ik ook niet. Maar het was wel leuk geweest om samen uit eten te gaan. Een avondje relaxen. Ik had het geeneens door. Zei eind vorige week enthousiast “ja, bijna twaalf en een half jaar geleden”. Droog voegde L. er het volgende aan toe: “ja, als jij een rapportavond hebt.” Ook ’s middags extra lang in touw om een schoolfestival te laten slagen begin april. Juist. We mogen dan niet overlopen van romantiek, maar deze invulling is wel het andere uiterste. Eerst dacht ik nog ‘weet je wat, ik vraag gewoon of ik wat later kan beginnen die dag. Kunnen we in ieder geval samen ontspannen ontbijten.’ Maar L. komt die ochtend uit zijn laatste nachtdienst. Als ik dan al croissantjes, sapjes en gezelligheid zou creëren, zit ik tegenover een L. die alleen maar uitstraalt “ik-wil-naar-bed”. Logisch. La-maar. We doen gewoon heel zielig. En dan verzinnen we iets. Iets wat groots is. Je moet toch een excuus hebben om belachelijk decadent te doen. Dat kost ons nooit veel moeite. Het excuus hebben we al. Ha.

|

zaterdag, maart 04, 2006

een kiezeltje arrogantie

Lekker uitgerust zijn heeft zijn voordelen. Vroeg wakker worden dus bijtijds de boodschappen ingeslagen en zo ons aller premier misgelopen die in het plaatselijke winkelcentrum campagne komt voeren met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen. Nee, daar zit ik echt niet op te wachten. Opstaan op een onchristelijke tijd om dit mis te lopen. Dat is pas een bonus. Hoefde ik geeneens voor naar de Appie.
Het is één en al politiek wat de klok slaat.
Naast JP met zijn ‘normen en waarden’ bombardement wat elk doel mist omdat de meeste mensen in Nederland altijd ‘de schuld’ van iets buiten zichzelf zoeken, zijn er nog zat andere politici die mijn tenen doen krommen.
Verdonk die alleen maar brult ‘regels zijn regels’. Is het dan niet eens de hoogste tijd om die regels eens onder de loep te leggen?
Groei van jeugdwerkeloosheid en die jonge mensen die wél willen werken, kunnen geen stageplek krijgen omdat hun namen te on-Hollands klinken. Nederlands paspoort is niet relevant.
Pastors die opeens excuses gaat maken over zijn uitlatingen over moslims. Handig in verkiezingstijd.
Van den Anker die balletjes opgooit over gedwongen abortussen.
Veel mensen in de financiële problemen door het nieuwe zorgstelsel.
Verbazing dat er geld van de bijzondere bijstand blijft liggen terwijl iedereen weet dat veel mensen niet weten waar ze recht op hebben en waar ze dan moeten zijn. Zelfs met een HBO opleiding, zijn de formulieren nauwelijks te begrijpen.
Wiegel die weer opduikt als een duvel uit een doosje.
Onderbuikgevoelens van Nieuw Rechts.
Dat heb je als je opeens een week vakantie hebt. Ik volg het nieuws weer elke dag, lees de krant, kijk documentaires. Kortom, ik word weer wat bewuster van wat er allemaal nog meer buiten onderwijsland speelt. Niet dat je daar vrolijk van wordt. Wat dat betreft is het goed dat ik gewoon maandag weer aan de slag ga. Maar wel stemmen dinsdag. Mijn kleine steentje tegenwicht.
Arrogant? Ach, als nuance arrogantie is, kan ik daar prima mee leven.

|

vrijdag, maart 03, 2006

glazen bol

Zoeken vandaag. Naar mijn glazen bol. Een van de grote bazen riep al voor de vakantie dat hij een prognose wilde. O ja. Gruwel. Welke van mijn derdeklassers gaan naar de vierde, welke niet en zo niet, wie blijft dan zitten waar ie zit. Welke vierdeklassers schat ik in op slagen en welke op zakken. Als ze zakken, mogen ze dan nog een keer een poging wagen komend jaar. Dat soort ongein.
Het liefst zou ik een leuk Excel bestandje maken en daar dan alleen maar in zetten “151 leerlingen: het kan alle kanten op”. Maar dat wordt niet geslikt. Dus doe ik moeilijk met allerlei tabelletjes. Voor de derdeklassers is het wel aardig in te schatten omdat alle cijfers het hele jaar mee blijven tellen en we al over de helft van het jaar zitten. Maar die examenfloepers is een ander verhaal. Er komt nog een groot schoolexamen aan en dan leuk het eindexamen wat voor de helft meetelt. Tot nu toe doen ze dan steeds wat niemand voorziet. Vorig jaar schatte ik in dat er 14 van de 90 zouden zakken. Zakte er maar 1. Mij hoor je niet klagen. Mag van mij zo elk jaar gaan. Het jaar ervoor dacht ik dat 11 van de 63 zouden zakken. Zakten er maar 3. Kortom, de tendens is dat het steeds minder erg is dan dat ik voorspel. Mag van mij zo doorgaan. Ik ben niet goed met cijfertjes. En die glazen bol doet het nooit. Maar op deze manier kan ik daar prima mee leven.

|

donderdag, maart 02, 2006

onbegrijpelijke dansmiep

Ja hoor, weer lekker staan springen in de sportschool. Even helemaal los gaan. Bodyjam heet het en ja, je lijf voelt wel als jam na afloop. Een juf die zo aanstekelijk iedereen staat aan te moedigen dat je dus door blijft gaan. Je benen voelen al appelmoes, maar je gáát. Zalig. Overal zweten. Nog net geen plasjes op de vloer. Stampen, draaien, schudden.
En dan sta je na afloop na te hijgen en je raakt aan de praat met een andere dansmiep. Spontaan zeg ik dat het toch wel leuk is dat ook steeds meer jongens hier aan mee doen. Laten we even wel wezen. Van mijn generatie zijn er weinig mannen die lekker los op de dansvloer kunnen gaan. Ik ken ze in ieder geval nauwelijks. Ja, je hebt er een aantal die op een dansvloer gaan staan om wat met hun armen te zwaaien, maar het onderstel lijkt vast gegoten in beton. Ter compensatie gaan sommige dan ook nog meeschreeuwen met de muziek. Hollandse mannenheupen daar is het maar slecht mee gesteld. “Nou”, zei ze, “ik voel me daar anders niet altijd gemakkelijk bij”. Huh? Ik vind het juist een verademing op schoolfeesten tegenwoordig. Jongens die gewoon lekker aan de zwier gaan en alles bewegen. Geen visioenen van mannen die alleen goed zijn in de polonaise. Staan er eens een paar niet-tieners ook met hun heupen te draaien, is het volgens die ene dame weer niet goed. Nou, ik vinnut een openbaring. En een goede. Draaien met die M/V heupen. Of schudden. Kijk, het zou weer wat anders zijn als er opeens allemaal swingende mannen in supermarkten rond dartelden. Hoewel. Zelfs daar zou ik waarschijnlijk van gaan grijnzen.

|

woensdag, maart 01, 2006

snorkelen en diepzeeduiken

E-mail. Nou, daar maak ik driftig gebruik van. Vind het een superuitvinding. Maar toch. Het is niet het zelfde als een ouderwetse, degelijke brief. Een envelop op de deurmat van iemand die je persoonlijk een brief heeft geschreven is een waar feestje. Al meer dan 25 jaar schrijf ik brieven. Penvrienden. Hele hordes hebben de revue gepasseerd door de jaren heen. Dat is aardig uitgedund. Ik houd niet van oppervlakkigheid bij brieven. Ik moet het gevoel hebben dat ik mensen leer kennen. En zij mij. Filosoferen over de wereld om ons heen en onze leventjes. Ooit schreef ik ze nog met de hand. Die tijd is wel voorbij. Alleen al vanwege de leesbaarheid. Maar inhoudelijk is er weinig veranderd. Hele epistels circuleren over de aarde. Met een aantal mensen heb ik al jaren en jaren contact. Sommige sinds de middelbare schooltijd. Een aantal heb ik ontmoet. Sinds de kerst is het alleen maar druk, druk, druk geweest. Nu dus vakantie. De stroom brieven is opgedroogd. Ik ben aan zet. Dat worden dus lange epistels. Is zo’n logje peanuts bij. In zo’n logje duik ik wel eens. Maar nooit zo diep. Loggen is snorkelen. Schrijven is diepzeeduiken.

|
Weblog Commenting and Trackback by HaloScan.com