“Dus de kaartjes zijn al gedrukt?”
“Ja.”
“En het begint weer om 8 uur. Waarom?”
“Dat was vorig jaar ook zo, ik heb daar verder niet over nagedacht.”
“We hebben nu wel zo’n 10 optredens meer”
“Ja.”
“…”
“En het kost weer 3 EURO?”
“Ja.”
“Waarom?”
“Dat was vorig jaar ook zo, ik heb daar niet verder over nagedacht.”
“We hebben de trofeeën gezien. Leerlingen weten dat ze daar kans op maken. Maar we hebben het gehad over prijzen. Gaan we nog prijsjes kopen?”
“…”
“Hallo, gaan we nog prijsjes kopen?”
“Ik ben daar niet zo voor.”
“Maar ze denken dat ze prijzen kunnen winnen. Wij zijn wel voor. Gewoon wat kleins, dat vinden ze al fantastisch.”
Mompel, mompel, verwarring. Komt terug in klucht deel 2. Het gaat misschien om een bedrag van 100 EURO in totaal. Peanuts in een organisatie als de onze.
“Waarom is de theatergroep weer ingedeeld? Is toch raar dat die erbij zitten want ze zijn er helemaal niet bij betrokken geweest en ze hebben dan al allerlei voorstellingen gehad. Is toch verwarrend. Ze strijden namelijk niet mee voor een prijs en hupsen dan opeens wel op dat podium.”
(rode vlekken verschijnen in nek, trillende kaaklijn en vernietigende blik)
“Dat was vorig jaar ook zo. Ik zie het probleem niet.”
“Wij vinden het niets.”
“Nou, sterkte aan degene die dat aan R. en D. gaat vertellen.”
(het wordt duidelijk dat D. en R. al is toegezegd dat dit gaat gebeuren)
“….” (gedacht wordt: ‘jij gaat dat dan toch vertellen, immers jij hebt iets toegezegd zonder dat daar overleg over is geweest’)
“En dan nog iets. Ik denk niet dat als R. en D. dat horen, dat R. nog wil presenteren.”
“….” (gedacht wordt: ‘is dat dan eigenlijk wel een probleem?”)
Uiteindelijk besloten de theatergroep met één nummer toe te staan aan het einde. Met de duidelijke opmerking dat dit NIET bij het festival hoort. Maar een soort bonus. Daarna moet er dan nog tijd overbrugd worden omdat de jury zich moet beraden over de winnaars. Ik denk dat het een pauze wordt. Ik heb dan wel een borrel nodig.
“Waar laten we de deelnemers tijdens de voorstelling?”
“In de zaal.”
“Pardon?”
“Ja, de helft van de deelnemers die na de pauze komt zit voor de pauze in de zaal. En na de pauze zitten de deelnemers die al iets hebben laten zien in de zaal.”
“Nee joh. Dan hoeven we amper meer kaartjes te verkopen. Dan zit de zaal namelijk al voor bijna een kwart vol. Nog een paar collega’s die komen kijken en nog even en allerlei leerlingen lopen een kaartje mis.”
“…” (geen rekenwonders)
“Bovendien, artiesten zitten toch niet in de zaal? Die staan in de coulissen, kunnen vanaf boven zelfs de voorstelling meekijken en dat maakt het veel spannender.”
“Dat was vorig jaar ook zo, ik heb daar niet verder over nagedacht.”
Zucht. Wat nou evaluatie. Wat nou vernieuwing.
Dat komt dus ook terug in klucht deel 2. Ik heb het niet zo op kluchten. Gelukkig ben ik niet alleen. Met zijn tweeën proberen we de logge mastodonten in de 21e eeuw te sleuren. Misschien is het wel een goed idee. Dat commentaar op mijn vorige logje.
“Yo, luister eens en denk eens effe na,
Die kids die staan te bouncen en denken ha,
Een prijs die kejje winnen
Kom laten we beginnen,
Doe je eigen ding, het dak dat mot er af,
Hun matties die willen kijken, nee dit is geen straf,
Een grote zaal, die ogen die gaan poppen,
Man geloof me, ik ben niet meer te stoppen,
Ze zullen kijken en achterover slaan,
Die baasies zullen klappen, schreeuwen en gaan staan,
Ik blaas ze van die stage af, mijn beat die doet je flippen,
Hee, wat doen die gassies hier, kunnen we die niet wippen,
Wat doen die rare gassies dan, dat is tog Haagse kak,
Ach laat maar, gewoon vet genietuh, even feesten, geen genak,
Maar laat die meiden het nou maar verder doen,
Geen gezeik over die doekoe, het geld, de poen,
Een feessie bouwen en verder geen gezeik,
Moeilijker dan gedacht, voor sommigen dat blijkt!”