Blogroll Me! bouncing: december 2006
www.flickr.com

bouncing

ofwel stuiteren

zondag, december 31, 2006

op weg

Kom dacht ik. Laat ik eens 2006 nalezen. Zonder alles helemaal na te lezen, was het me duidelijk. Het was veel en het was heftig. Hoge pieken, diepe dalen. Korte periodes van rust om het hoofd leeg te maken als eilandjes in woeste stromen. Ik verwacht niet veel grote veranderingen in het komende jaar. Te grote verwachtingen van vandaag zijn de teleurstellingen van morgen. Natuurlijk wel kleine verwachtingen. Die zijn belangrijk. Te veel terugkijken doet me nooit veel goed. Een beetje vooruit kijken. Een kersvers jaar ligt op de stoep. Het vullen gaat vanzelf.
Zo op de laatste dag van 2006 me nog een keer in trage roerselen gestort. Geen lange brief. Wel steeds opnieuw schrijven. Denken. Opnieuw verwoorden. Posten kan pas in 2007. Maar dat is geen probleem. Het is een brief met hoop. Met wensen. Een mooi leven in 2007. Goede ervaringen, troost, humor en de kunst om te relativeren verfijnen.
Dat is toch niet beter te zeggen. Een mooi leven in 2007. Voor allen die me na staan, voor allen die dit lezen.

|

vrijdag, december 29, 2006

leve de trage roerselen

Stukjes schrijven. Dat is leuk. Ik moet er niet aan denken dat ik me dagelijks zou verplichten om iets te schrijven. Zo werkt het niet. Niet voor mij.
Teruglezend zie ik ook een boel prietpraat. Prietpraat kan, maar is niet wat ik wil. Te veel doordacht is ook niets. Dan zijn er ook nog de zaken die in je hoofd zitten, maar die je daar lekker laat zitten. Soms schrijf ik het wel eens op, maar dan alleen voor mijzelf.
Met taal spelen vind ik leuk. Blijf ik leuk vinden.
Wat ik al vele jaren doe en zal blijven doen is brieven schrijven. Vele jaren terug was dat waar ik bijna al mijn vrije tijd mee vulde. Nu zijn er nog een handjevol mensen over waar ik mee correspondeer. Dat handjevol is wel heel belangrijk voor me. Ze kennen me in mijn hoofd beter dan vele anderen.
Het gaat vaak om slechts enkele brieven per jaar, maar dan wel van minstens 10 kantjes. Vaak het dubbele. Tot in detail worden de zaken die me echt diep raken uitgespit. Vaak met meer vragen dan antwoorden. Vaak leidt het tot meer inzicht en de reacties op mijn brieven helpen daar zeker bij. In moeilijke tijden was het ook vaak moeilijk schrijven, duurde het allemaal langer. Maar uiteindelijk was het altijd een leren. Ondanks e-mail, chatten, weblogs en de steeds verfijndere mobiele telefoons zweer ik nog steeds bij de brief. Het doordenken, het ordenen. Proberen het zo goed mogelijk te verwoorden. Vroeger schreef ik ze nog wel eens met de hand. Dat ben ik ontwend. Groot respect voor mensen die nog steeds een mooi handschrift hebben. Ik heb al moeite met mijn zelfgeschreven boodschappenlijstjes. Maar wel ouderwets in een enveloppe. Postzegels er op en in de brievenbus. Het dikke exemplaar dat ik vandaag postte toch maar afgegeven op het postkantoor. Ik wil niet dat een onverlaat mijn zielenroerselen laat ploffen. Ik kan intens genieten van een ander soort plof. De plof op de mat van een persoonlijke brief. Daar neem ik dan ook echt de tijd voor. Ik bewaar ze ook.
Tot mijn stomme verbazing zijn er bedrijven die, als je wilt, “persoonlijke” brieven voor je schrijven. Voorgekauwde brieven. Met een “persoonlijk” tintje. Ts. Niks persoonlijks aan. Liever onbeholpen maar wel zelf bedacht. Je eigen ziel laten spreken.

|

donderdag, december 28, 2006

vast

Druilerige dag. Net het weer om naar de jeugdgevangenis te rijden. Midden in het land. In een gebied met mooie natuur en schitterende oude grote landhuizen. Het hangt allemaal in nevel. Beklemmend gevoel op het moment dat ik het gebouw zie. Het is niet de eerste keer dat ik op bezoek ga bij iemand in een gevangenis.
Identificatie, tas en telefoon in een kluisje en door een detectiepoortje. Dat maar blijft piepen. Leve mooi ondergoed… Maar ik mag door. Wel een waarschuwing of ik daar rekening mee wil houden in het vervolg. Visitatie is niet zo prettig wordt er aan toegevoegd. Nee. Daar kan ik me iets bij voorstellen.

Daarna eindeloos deuren. Uiteindelijk naar een spreekkamer waar hij wordt heen gebracht. Blij om hem te zien. Maar voor beiden is het ook pijnlijk. Hij heeft wel tien keer gezegd dat hij zich zo schaamt.
Hij praatte openlijk. Hij heeft weer plannen.
Ik heb geprobeerd hem twee dingen te laten zien.
Ten eerste dat hij hulp nodig heeft en zich daar open voor moet stellen. Leren sneller in te zien wat fout is en wat goed. Als het niet direct duidelijk is, durven bij te stellen. Dat zelfvertrouwen is nog helemaal niets. Daar moet stevig aan gebouwd worden. Door meerdere mensen die het in hem zien zitten. Die hij moet opzoeken bij twijfel. Hulp vragen is niet zwak, maar sterk. Volwassener dan maar wat doen en achteraf steeds zeggen dat het niet zo slim was.

Leren kiezen. Durven kiezen. De angst voor afwijzing is levensgroot. Ook de woede die hij soms niet kan hanteren. We weten allebei dat het wordt opgelegd. Het heeft alleen veel meer effect als hij zelf ook inziet dat het nuttig is. Ik denk dat het langzaam tot hem doordringt.
Ik was blij om te horen dat hij er langer moet zitten dan hij zelf had gedacht. Tijd om na te denken. De confrontatie met jezelf.
Er is zat te doen als hij straks vrij is. Vrijheid in gebondenheid. Er wachten verplichtingen. Er wacht een groot leerproces dat stapje voor stapje dagelijks aanwezig moet zijn. Ten tweede heb ik duidelijk gemaakt dat ik in hem geloof. Anders had ik dat pokkeneind niet gereden. Nee. Het is niet niks. Het was stom. Maar hij moet verder.
Tot 5 januari houden ze hem vast. Ik kon hem even vasthouden. Ik geloof nog steeds.

|

woensdag, december 27, 2006

groots op het kleine

Wat mij opvalt van vele andere logs is dat het Nederlandse woord gezelligheid wordt rond gestrooid. Veel eten. Tijd voor bezinning. Ladingen melancholie. Een heleboel is herkenbaar. Dat wel. Ook ik “moet” elk jaar een boom. Wil lekker kokkerellen. Toch is erin de loop van de jaren wat veranderd. In het verleden ging ik uit van allerlei vanzelfsprekendheden. Verwachtingen. Met als resultaat dat het vooral rennen, regelen en ritselen was. Het voelde niet goed.
Dat doe ik dus anders sinds een aantal jaren. Eerste kerstdag is één van de weinige dagen dat L. altijd vrij is. Dat is dus onze dag. Uitslapen, ontbijtje en verder wat er in ons opkomt. Soms is dat heel weinig. Zo weinig dat het zalig rustig is. Niets gepland en dan gaat alles opeens vanzelf. Weinig woorden.
De andere kerstdag wil ik me altijd uitsloven. Dit keer met lamsbout. Ook L. kon mee eten. Wel moest hij al om 5 uur op, want er moest wel gewerkt worden. Pa en ma kwamen ook. Lekker eten en een beetje kletsen. Meer niet. Gelukkig niet. Het kleine is door de jaren heen zo veel belangrijker geworden. Het grote genieten van de mensen om me heen die er toe doen. Het klinkt zo klein. Maar het is groots. Dat is dus niet in een logje te vatten. Ik heb wel pogingen ondernomen. Maar soms lukt het niet.
Steeds vaker de leuke nieuwszaken eruit pikken in plaats van te klagen over al het leed in de wereld. Niet dat ik het leed niet zie. Niet dat ik er niets aan wil doen. Maar vooral beseffen dat je niet alles kunt veranderen en je iets moois kan bouwen in het kleine. Groots op het kleine. Dat ook stevig vasthouden. Niet alleen met kerst. Zeker niet dan alleen.

|

vrijdag, december 22, 2006

zitten

Donderdag was mijn laatste schooldag van 2006. Rollende bowlingballen en swingende examenkandidaten in een chique club sloten het jaar feestelijk af. Na afloop met een goede vriendin zitten filosoferen. Onvermoeid naar huis gereden al had ik er 17 uur opzitten.
Het jaar 2006 zit er bijna op. Terugkijken en vooruit kijken.
De ene collega Duits stuurde me een kerstdinerrecept toen ik donderdagochtend nog verzuchtte niet te weten wat te doen. De andere sprong wijselijk vroeg in zijn auto op zoek naar twee konijnen. Pluche wel te verstaan. Die stonden op de kerstcadeauverlanglijstjes van zijn dochters in Duitsland. Hij zit gebakken want hij is geslaagd zo las ik in zijn sms. De collega Frans zit in Thailand druk, druk, druk te doen. Funky swingen in Thailand.
De strijd in de supermarkt heb ik doorstaan. De laatste lamsbout voorradig bij de slager was helemaal ‘mine’. Ik kan me dus gaan uitleven op het recept over een paar dagen. Dat wordt feestelijk aan tafel zitten.
Tijd om thuis te zitten. Lezen.
Vandaag bijna een half uur zitten bellen. Constant in gesprek. Maar het lukte nog op het nippertje. Ik moest een afspraak maken. Zo maar gaan kan niet. Die ene persoon die nu vast zit. In een jeugdgevangenis. Ik zit ermee. Hij zit er niet zo maar. Hij heeft zich in de nesten gewerkt.

Het zit in mijn bloed. De lichtpuntjes blijven zien. Nu even in alle rust.

|

klaar voor de strijd

Het ingewikkelde boodschappenlijstje ligt klaar. Ik adem in en uit. Op naar de hysterie in het winkelcentrum. Aangezien ik vandaag niet op hoefde te draven, kan ik vandaag al helemaal los gaan. Klaar voor de strijd. De uitdaging om alles te vinden dat ik graag zou willen bemachtigen.

|

maandag, december 18, 2006

ik leg het wel even uit dan

Het is de nuchtere werkelijkheid van maandag. Nadat er opeens iemand gaat suggereren dat ik een psycholoog nodig heb, is het de hoogste tijd voor een flinke dosis relativeren. Ik doe ook aan zelfreflectie: ophouden met dat gezeur. Het kan altijd beter. Dat kan heel goed samen.
De lampjes in de boom zijn mooi. De kaarsjes branden gezellig.
Ik laat me niet meer gek maken voor de kerstvakantie. Heb me ook voorgenomen om dat niet te laten gebeuren na de kerstvakantie.
Voor de bezorgde lieden die ook nog wel eens een berichtje achterlaten: houd maar op met je zorgen maken. Ik uit me genoeg. Er zijn er zelfs die het een gezegende dag zouden vinden als ik een keer mijn mond hield. Misschien met sint-juttemis.
Vandaag eens flink aan de telefoon gehangen. Dat luchtte op. Oppotten is niet mijn stijl. Zalig. Meer dan een uur lang harten uitstorten en het gesprek samenvatten met ‘we zullen zien wat de toekomst brengt’.
Nee, niet alles is in één klap goed.
Houd op. Je moet toch uitdagingen overhouden. Ik zou anders niets meer te schrijven hebben.
Hier kan ik vrijelijk van alles en nog wat er uit kieperen. Een vleugje nostalgie, een snufje zelfmedelijden en een toefje drama moet kunnen op zijn tijd. Jullie wennen er vast wel aan. Die overdrijvende schrijfstijl moet natuurlijk niet te overtuigend zijn. Ik ben dan wel een juf in hart en nieren, maar dit log houd ik wel bij in mijn vrije tijd. Ik ga het dus niets steeds weer uitleggen. Begrepen?

|

zondag, december 17, 2006

zonder woorden

Wat niet wordt gezegd is vaak het belangrijkste. De tijd van het jaar. Dat wat in je zit, wat niet te benoemen is. Woorden klinken ontoereikend.
Een opeenstapeling van gedachten en gevoelens. Te intens en ik besef het. Ik beleef het. Het is een terugkerend iets. Het lijkt ook wel of alles dan tegelijk komt. Alsof een golf over me heen slaat. Niet alles begrijpen, niet alles weten.
Zaterdag was ik bij een concert. Muziek is als een katalysator. Alles lijkt me te raken. Ik hoor de wijzen spreken. Neem wat afstand. Zo makkelijk gezegd.


Gelukkig is er nog zat te doen voor de kerstvakantie. Vergaderingen, lessen, plannen en afsluitende jaaractiviteiten met de leerlingen. Rationeel aan de slag. Voor de broodnodige balans. Een manier om afstand te nemen. Genoeg afleiding om niet te verdrinken in alle gevoelens en gedachten. Donderdag wil ik dansen. Dansen. Mijn melancholie afschudden. Misschien proberen wat vaker de woorden uit te spreken die altijd ontoereikend zullen zijn. Maar weten dat niemand die woorden heeft. De troost is er. De troost van de menselijke beperktheid die onbegrensde waarde heeft.

|

vrijdag, december 15, 2006

hoop

Zit ik dat logje van gisteren door te lezen. Merk ik dat ik toch wel een beetje een liegbeest ben.
Als ik alles wat door mijn hoofd schiet in één logje prop, kan iemand er meer chocola van maken. Zo heb ik het al een tijdje niet meer gehad over dat onderwerp dat me elke keer weer doet schrijven. De jonge mensen die me inspireren. Me doen lachen en huilen. Soms tegelijk.
Vandaag hobbelde opeens een oud-leerling naar binnen. Even hartelijk als altijd. Al meer dan anderhalf jaar geleden haalde hij na vijf jaar VMBO zijn diploma. Hij is al twee keer veranderd van opleiding. Maar ik denk dat hij nu de juiste keuze heeft gemaakt. Hij gaat wat meer de creatieve hoek in. Misschien heeft hij nu door dat zogenaamde status flinterdun is en je hart volgen veel belangrijker. In de eerste klas een ongeleid projectiel en nu een leuk mens met een goede dosis sociale vaardigheden. Hij noemde een andere oud-leerling. Die ene die ik in mijn eerste jaar als stuiterbal van school moest schoppen. Ik heb daar heel lang mee gezeten. Rationeel kon ik niet anders. Lang hield het me bezig. Ik zag hem niet meer, maar hoopte wel dat hij goed terecht kwam. Hij verdween een tijdje. Grote vermoedens dat hij achter tralies zat. Dat is nu niet meer zo.
De afgelopen twee weken heb ik elke dag even aan de gevangenis gedacht. Eentje die er nog wel zit. Waarschijnlijk komt hij ergens komende week weer vrij. Ongeloof toen ik het hoorde. Het deed verdorie gewoon zeer. Echt zeer.
Ik weet flarden. Ik weet ook heel veel niet. Ik weet ook niet of ik meer te weten zal komen. Eigenlijk doet dat er niet toe.
Ik weet wat ik voel.
Het is een stuk angst, een stuk verdriet maar nog wel met een grote dosis hoop. Hoop dat hij zijn goede eigenschappen in 2007 gaat inzetten en de minder goede weet achter te laten in 2006.

|

woensdag, december 13, 2006

met puf tuffen en paf staan

De cursus zit er op. Poeh. Vier vrouwen, drie mannen. Op de hei.
Hard werken. Breinen kraakten. Veel te veel eten.
Gapen als grijze muis Y. weer met haar handen begon te wapperen en warrige taal uitsloeg.
Lachen om S. die in een rollenspel een lastige collega die seksueel intimiderend gedrag vertoonde, van zijn stuk wist te brengen door te zeggen “R., mijn lendewater gaat niet harder stromen van jou”.
Canon zingen als warming up.
D. die zo openhartig werd dat M. en ik steeds dachten “o ja, die heeft een boven kunstgebit”. M. die me had overgehaald om naar deze cursus te gaan. Eindelijk weer eens bijkletsen.
Twee van de drie mannen shockeerden de rest. Bij de één had zijn vrouw hem van de ene op de andere dag verlaten. Prompt gaf de ander bij de volgende bijeenkomst aan dat ook hij en zijn vrouw uit elkaar gingen. Heftig. Typisch hoe snel mensen zo open tegen elkaar zijn. “ Goed dat de cursus nu klaar is”, zei M., “je zou je anders bijna gaan afvragen wie de volgende verbroken relatie zou aankondigen.”
Nee, dan ik. Ik heb opeens een verbeterde relatie. Met mijn baas nog wel. Ik sta paf. Nadat ik vier cursusdagen in de pocket had, ging ik de confrontatie aan. Op een manier die ik me op de cursus eigen had gemaakt. Het kostte me een flinke inspanning, want bedreven in de tactiek die ik gebruikte, wil ik me nog niet noemen. Maar ik had effect. Opeens schrok de baas. De nonchalance van deze baas verdween als sneeuw voor de zon.
Ik kreeg weer meer puf. De opluchting dat ik nu eens echt duidelijk had gemaakt dat het me frustreerde. Dat mijn werkplezier vergald werd.
Puf om het tot de kerstvakantie uit te zingen. Vervolgens stond ik de afgelopen dagen paf. Paf van een baas die me opeens volledig informeert. Me dagelijks mails stuurde met een opsomming van wat hij gedaan heeft waardoor ik de komende dagen beter voorbereid naar het werk tuf. Niks decemberstress.

|

zaterdag, december 09, 2006

belangen en behangen

Donderdag bleef iedereen maar zeggen dat ik het rustig aan moest doen. Over moeilijk gesproken. Ik hield me in.
Ik denk dat de baas de hete adem van het nieuwe opperhoofd duidelijk voelt. Voor het eerst in tijden had ik het gevoel dat er enige mate van spanning bij hem was. Dat was ook nodig.
Om mijn belangen niet in de verdrukking te laten komen, heb ik zelf maar op papier gezet wat ik wenselijk vind. Sterker, het is meer dan wenselijk. Het zijn afspraken. Afspraken over wat er gedaan moet worden. Dat is niet alleen mijn belang. Het is ook zijn belang. Het belang van mijn teamleden. Het belang van de lesgevende docenten en uiteindelijk het belang van de kwaliteit van de school.
Hij kon er niet om heen. Er zijn nu eindelijk duidelijke afspraken. Zwart op wit.
Vandaag schakelde ik over van belang naar behang. Ook belangrijk. Geen zwart, geen wit. Oranje.

|

dinsdag, december 05, 2006

motorolie van Sinterklaas?

Wat ik van Sinterklaas heb meegekregen?
Zoenen en knuffels van collega’s. Oprechte belangstelling. Een mooie chocoladeletter in mijn postvak. Ik mag echt niet klagen. Terug naar huis reed ik 10 kilometer lang achter een Spaanse (!) vrachtwagen en ik maar bedenken of er leuke pakjes in zaten.

Mijn motor draait weer maar ik houd het toerental nauwlettend in de gaten. Het oliepeil wordt goed in de gaten gehouden.
Een goed gesprek.
Ik was de kalmheid zelve en jawel, die cursus die ik volg is het waard. Goed dat ik al geoefend had.
Ik maakte in ieder geval indruk op het grote opperhoofd en die heeft nu een beter beeld van de situatie. Ik verwachtte geen wonderen. Wel een luisterend oor zodat het inzicht groeit.

Het is duidelijk. Het kleine opperhoofd is zo glad als een aal. Manoeuvre naar elke kant van het spectrum. Sprongetjes naar vage toekomstbeelden. Het grote opperhoofd maakte duidelijk dat we het over nu hadden. Juist.

Ik was scherp. Ik wist het tot de kern samen te vatten. Ik heb steun nodig. Van het kleine opperhoofd. Voor de structurele dag dat hij waarneemt. Hoe we omgaan met de monsters in bepaalde klassen. Daar moet duidelijk één lijn in zijn. Het kleine opperhoofd en ik moeten daar uit komen. Er moet dus nog een gesprek komen. Dat is vrijdag.

Ik ben heel standvastig op dit punt. Zo veel vraag ik niet. Ik weet ook wel dat hij geen echte Sinterklaas is. Daar geloof ik al lang niet meer in. Wel in collegialiteit. In steun. Sinds hij mij in de afdeling heeft gekregen, heeft hij immers elke dag een Sinterklaasgevoel. Dat moet toch wat waard zijn. Bijvoorbeeld wat motorolie.

|

maandag, december 04, 2006

leuke vulkaan

Het vorige logje was wel heel zakelijk. Zakelijkheid die ik wel nodig heb als ik ga praten. Het is maar één kant. Laat dat wel even duidelijk zijn. Net onder de oppervlakte is het als lava. Net dat ene liedje en ik zit te snikken. Nu nog balanceren. Ik heb vulkanen gezien die onaantastbaar leken. Maar ik weet dat ze kunnen klappen. Dat kan schrikken zijn. Een combinatie van kracht en kwetsbaarheid. Net mensen.
De baas stuurde me mailtjes met meerdere uitroeptekens. “Goed dat je er morgen weer bent” en “Ik heb zo laat het gesprek geregeld zodat er geen nerveuze eindtijd aan zit”. Vanavond nóg een mail van hem. Mocht ik eerder op school komen, of ik dan geen zorgen wilde hebben want hij heeft de absentenstaat meegenomen naar huis om verder uit te werken.
Boem. Nee, geen uitbarsting.
Ik viel even van mijn stoel. Ik kan dus nog verrast worden. Zou bijna denken dat er al mensen met hem gesproken hebben.
Ook verontruste mails en telefoontjes van collega’s. De mensen die ik heel hoog heb zitten. Die spontaan aanbieden om mij te ontlasten. Dat is lief, maar ik weet dat zij ook al echt veel doen. Vaak te veel.
Het raakt me diep. De lava borrelt. De kwetsbaarheid is er. Lava is vruchtbaar. Maar ook verwoestend. Ik wil een vulkaan zijn. Maar niet eentje die alles verwoest. Die zo nu en dan wat stoom laat zien. Soms wat lava laat zien. Soms onverzettelijk is. Soms slapend lijkt. Maar niet dood. Gewoon een leuke vulkaan.

|

stap één

Gisteren gaf ik het al door dat ik morgen er weer ben. Niet dat ik sta te popelen. Maar van dat thuis zitten word ik ook niet vrolijk. Op het uitslapen na dan. Dat is altijd prettig. Ik heb aangegeven dat ik een gesprek wil. Gisteren begon ik wat op papier te zetten. Ik zou een boek kunnen schrijven. Maar dat moet ik dus niet doen. Dan wordt het zo'n klaagzang die verzandt in reacties zoals 'ja het is moeilijk', 'we doen ons best' en 'iedereen heeft last van werkdruk'.
Alleen maar aangeven wat ik nodig heb.
Nou dat kan heel kort.
Meer steun in daden en niet in woorden. Minder gezever. Dat eerste is iets dat hoe dan ook vorm zal moeten krijgen. Die frustratie is zo groot dat ik al vacature sites zit af te struinen. Zelfs al een selectie heb gemaakt. Het is namelijk niet zo slim om je kop in het zand te steken. Vooralsnog hoop ik dat ik steun krijg. In daden. Er zitten namelijk best veel goede kanten aan dat baantje. Met steun kan ik ook gezever gemakkelijker negeren. Denk ik. Anders wordt het stap twee.

|

zaterdag, december 02, 2006

ODEL

Niets doen. OK dan. Op naar mijn kapper. Die begreep me helemaal. Ik kwam als een dweil de zaak binnensloffen. Het zelfde recept als vorige keer. Flinke dosis verf en miraculeus geknip om mij in een betere stemming te doen belanden. De helft van het bezoek werd dus gewijd aan derrie op mijn kop en een NRC in de hand. Met op pagina drie dan toch eindelijk de aandacht voor het debat met de minister en onze leerlingen. Kijk, dat maakt mijn stemming al ietsje beter. Vervolgens genadeloos beppen met de kapper. Zij noemde het de oo-dee-en-el dagen die we van tijd tot tijd hebben. Of O-D-E-L. Ik kende de uitdrukking niet, herkende de symptomen wel. Oud, dik en lelijk. Boehoehoe. Er werd hard gewerkt aan mij en voor de verandering niet door mij. Mogelijke O-D-E-L symptomen werden bestreden. Een nieuw mens huppelde de kapperszaak uit.
Op naar de Appie voor de boodschapjes. Met dansend haar. Gelijk sjans met de enthousiaste Marokkaanse jonge god die met stukjes Beemsterkaas rondliep. Nieuw in het assortiment. OK dan. Gelijk een pakje mee. Met de mededeling dat ik van zijn collega een pakje van dezelfde kaas gratis kreeg na het afrekenen. Mooi dat de zelfde jonge god mij persoonlijk het pakje uitreikte. Met onweerstaanbare glimlach. Ik voelde me eventjes optimistisch, dynamisch en luchtig. Een goede O-D-E-L. Wonderlijk recept: de kapper, kaas en een leuke Marokkaan. Maar het werkt wel.

|

vrijdag, december 01, 2006

toevallig

Wat ben ik weer een braaf meisje. Gewoon naar cursus gegaan, hoewel ik verre van uitgerust was.
Geen spijt.
Zelfs wat gereedschappen meegekregen hoe ik het beste een gesprek kan aangaan wanneer ik weer naar stuiterballenland terugga. Dat voelt nu nog aan als moeilijk.
Je kwetsbaar opstellen staat niet in mijn top 3. Al maak ik wel vooruitgang. Zo gaf ik gelijk aan dat ik vandaag een uur eerder weg zou gaan. Het was allemaal zo heftig dat iedereen uitgepoept was en iedereen, inclusief cursusleider, mijn voorbeeld volgde. Confronterend maar wel leerzaam. Altijd komt mijn verongelijkte ik bovendrijven. Dat is niet zo mooi. Ik schiet er ook geen reet mee op. Toch is het er. Onwrikbaar.
Genoeg stof om over na te denken. Maar ik vergeet vooral de persoonlijke eindopdracht niet. Doorgaan met niets doen. Ik zei ‘even niets doen’. Was dat ‘even’ weer niet goed. Tja, verongelijkt.
“Nou hoor. Het is al heel wat. Toevallig.”

|
Weblog Commenting and Trackback by HaloScan.com