Vogels heb je in alle soorten en maten.
Vandaag wil ik het eens hebben over de vrouwelijke vogels die rondhuppen in onze school.
Juffrouw kolibrie. Constant fladderend, energie verbruikend voor tien. ‘Ik heb geen overzicht meer’, kwetterde ze. Mijn adviezen om zo nu en dan eens op een tak te gaan zitten werden weg gefladderd. Juffrouw kolibrie weet precies de juiste accenten te leggen, wordt overal voor gevraagd en ingezet. Maar zegt ook nooit nee. Laat nooit eens een andere vogel fladderen, uit angst dat haar fladderen beter is. Dat is ook vaak zo, maar fladderend dood neervallen is nu ook niet echt een goed alternatief.
Juffrouw ooievaar was in vorm. Tegen alle klaagzangen om haar heen, beweerde zij dat ze helemaal niet moe was. Als beloning gaf juffrouw tureluur haar wat voor de verzamelwoede van haar kroost.
Juffrouw spotvogel. Ze houdt niet van moeilijke woorden, hoewel ze omringd wordt door een overdosis intelligentie. Zelfs in haar eigen nest. Maar juffrouw spotvogel wil alles simpel horen. Ik doe dat wel voor haar. Zo lang ze niet te veel gaat mopperen. Deze spotvogel is al wat ouder. Ze heeft de neiging alles wat moeilijk lijkt met nonchalance af te doen. Niet wetend dat ze zelf in allerlei vernieuwingen stapt.
Juffrouw kuiken. Jong en alles willend. Te hard lopend. Soms vliegend, maar als dat even niet wil lukken, niet genoegen nemen met voorzichtig rondhuppen. Of gewoon een tukje te doen in het eigen nest. ‘Ja maar’. Gevleugelde woorden van een alles willer. Niet kunnen staat niet in haar woordenboek. De vogelgriep ligt op de loer. ‘Ja maar dat komt me helemaal niet uit.’ Niet alles is te plannen. Ik wil zuinig zijn op dit kuiken. Nu nog het kuiken leren zuinig te leren zijn op haarzelf.
Zucht. Juffrouw pinguïn. Het waren toch ideale weersomstandigheden voor haar. Ze waggelde wat improductief rond. Had eerst verteld dat ze er vanavond zou zijn. Maar nee, met dit weer. Er kon wel eens ijzel ontstaan en ze moest nog helemaal naar X. Droog vertelde ik dat ik nog helemaal naar Y. moest. Twaalf kilometer verder. IJzel of geen ijzel. Eigenlijk is de pinguïn een waardeloze vogel. Volgens mij is het eigenlijk juffrouw struisvogel in vermomming. De werkelijke problemen niet willen zien, in paniek soms zeggen dat het inderdaad niet klopt en vervolgens gaat die kop weer in het zand. Nadat ze eerst vriendelijk met grote ogen naar je hebt gekeken, duikt ze weer weg.
Natuurlijk zijn er ook eenden, die onbehendig zijn, maar druk bezig zijn met leren zwemmen. Ganzen ook, die denken dat ze alles kunnen, maar voornamelijk gakken.
Het was een gekwetter van jewelste. Tureluurs werd ik ervan. Oogjes dicht en snaveltjes toe dus. Morgen stap ik de volière weer in.