Blogroll Me! bouncing: februari 2009
www.flickr.com

bouncing

ofwel stuiteren

vrijdag, februari 27, 2009

swingend fossiel

Ik ontken het natuurlijk met elke vezel in mijn lijf. Ik ben niet oud.
Maar waar word je ermee geconfronteerd dat je eigenlijk al tot de categorie fossielen behoort? Juist, in de elektronicazaak.
Ik mijd die plekken dan ook zo lang ik kan. Ik zie folders die net zo goed in het Russisch uitgegeven hadden kunnen worden. MP3, MP4, WMA, WMV, Blue Ray, en ga zo maar door. Geen flauw idee. Zelfs niet na uitleg.
Maar ja. Ik zit straks een uur of twaalf in een vliegtuig. Niet te vergeten de wachttijden op vliegvelden. Lezen. Maar een muziekje is ook wel lekker. Ooit had ik een walkman. Zelfs cassettebandjes zwerven hier nog in huis. Maar daarna heb ik stil gestaan.
Nadat ik moeiteloos allerlei zaken voor de grote reis had ingeslagen, schuifelde ik een elektronicazaak in. Minstens honderd verschillende apparaatjes staarden me aan.
Naar een verkoper.
“Ja, ik heb stil gestaan, maar wil iets kleins en praktisch waar ik muziek mee kan beluisteren.”
Nou, ik heb er ééntje. L. merkte al droog op dat ie zo klein is, dat het een wonder is als ik hem niet kwijt raak. Hij bungelt nu aan mijn computer. Opladen. De volgende stap is er muziek op knallen. Het zal me benieuwen.

|

donderdag, februari 26, 2009

fijn genieten

Ik kan dus even niets wat betreft werk. Nou ja, bijna niets.
Maar goed ook eigenlijk.
In plaats daarvan laat ik toch even weten aan twee leerlingen dat ik hoop dat ik hen de informatie die ik ze nog zou geven deze week, later deze zelfde week hoop te geven. Eraan toevoegend dat ik hoop dat ze van een leuke vakantie genieten.
Ik krijg gelijk antwoord. ‘Juf, het komt goed, gaat u nu ook maar even genieten’.
Mijn leerlingen kennen me te goed.
Voor elk weekend zijn er altijd een heel stel die me een ‘fijne weekend’ wensen.
Ze hebben moeite met taal. ‘De’ en ‘het’ worden continu als een goed Hollandse stamppot door elkaar gehusseld.
Ik ging ze verbeteren.
Fijn weekend’.
Zeg nu niet dat ze niets meer proberen te leren.
Onzin.
Heel hartelijk kwam het uit hun mond.
Fijn vakantie’.
Jij ook ‘fijne vakantie’.

|

woensdag, februari 25, 2009

kind van Chaos

Opeens valt mijn blik op de naam van de luchtvaartdeskundige die mee speculeert over hoe deze ramp heeft kunnen gebeuren. Ooit was hij gezagvoerder.
Gezagvoerder Baksteen.
“Dat je met die naam door de selectieprocedure rolt”, mompelt L.
Ik grijns.
Het is duidelijk. Ik heb vakantie. Ver in mijn achterhoofd zit een heel vervelend bromtoontje dat me er herhaaldelijk aan herinnert dat ik nog zo veel moet.
Maar vandaag ligt de server plat en kan ik niet bij het externe bureaublad. Soms zit het mee. Dat wordt dus een DVD kijken. Op de bank hangen. Ik heb nog een paar dagen.
Het fotoboek van de fantastische reis naar Costa Rica is in bestelling. Het jack voor de volgende reis is gekocht. Onze ‘eigen’ tuinegel is joggend in de tuin gesignaleerd.
Drie topgebeurtenissen.
Soms is een stuiterbal blij dat stuiteren kabbelen wordt. Er is weer ruimte voor de ontspannen lach.
Het filmpje dat ik onder het vorige postje had geplakt bleek niet te werken. Het was de documentaire “Jesus Camp” die vast nog wel via Google video te bekijken is. Had ik maar een filmpje van die joggende egel. Daar word je echt vrolijk van. Ook onsamenhangend. Getuige deze wirwar van vertelsels. In rust genieten van chaos.
Er is niets beters.

|

maandag, februari 23, 2009

ik heb geen tuinkabouter nodig

Iedereen mag van mij geloven wat hij wil. Of zij wil. Zo lang er maar niets opgedrongen wordt. Maar dat is moeilijk voor sommige mensen.
Voor mijn part geloof je dat de tuinkabouter in je voortuin bovennatuurlijke krachten heeft en poets je hem dagelijks op om alle onheil af te weren.
Maar ga mij niet vertellen dat ik ook moet poetsen. Of verloren ben omdat ik geen tuinkabouter heb.
Deze week schijn ik ongewenste post te krijgen. Van een clubje in Urk – of all places – waar men gelooft dat de wereld in zes dagen is geschapen door Onze Lieve Heer. Blijkbaar vinden ze dat ze het recht hebben om mij hier op te wijzen. Zoals Sarah Palin verklaarde dat de dinosaurussen niet op de Ark van Noach werden toegelaten omdat ze te groot waren.
Creationisten.
Niet denken. Maar geloven.
Ik ben verbijsterd over het gebrek aan denken.
Ik weet dat ik de folder terug stuur.
http://www.terugnaarjemaker.nl/index.html
Blijf wakker. Denk. De nachtmerrie van geloven. Massahysterie.

|

zondag, februari 22, 2009

behoedzaam

Over zes weken zit ik aan de andere kant van de wereld. In Zuid Amerika wel te verstaan.
Tot die tijd moet er nog heel veel gebeuren.
Aangezien ik van tropische stranden naar onmetelijke bergpieken zal reizen, kost het al enorm veel hoofdbrekens om te bedenken hoe ik in godsnaam alles mee kan krijgen. Van tropisch warm naar ijzig koud. Van badslippers naar bergschoenen.
In Arnhem werd een heel weekend gepraat. Gelezen. Gefantaseerd.
Nu een week om dat alles in mijn hoofd te ordenen.
Plus een plan om de andere vijf weken niet compleet gesloopt door te komen.
Alleen al het idee dat ik nu een week los ben van de dagelijkse rimram, doet me opleven.
Ik kom hier wel weer. Maar behoedzaam.
De rimram slokte me op. Ik liet het toe.
In het kluwen zag ik opeens hier de gevaren. Hier wordt gelezen. Hier wordt geïnterpreteerd. Er worden vragen gesteld. Er worden conclusies getrokken. Soms onterecht.
Ik heb bij een ander gezien waar dat toe kan leiden. Het maakt me huiverig. Terwijl dit een vrijplaats van gedachten en gevoelens zou moeten zijn.
Zodra er echter mensen zijn uit het echte leven die ook de virtuele wereld hier volgen en de twee verwarren, is er gevaar. Het maakt je kwetsbaar. Soms te kwetsbaar. Rollen worden dan verwarrend. Wat is rationeel, wat is emotioneel. Wat is balans?
Ik schrijf niet om me te verdedigen. Iedereen mag denken. Verwonderen.
Helaas. Vaak wordt het verwonderen oordelen. Veroordelen of veronderstellen.
Ook ik schrijf als ik het niet weet. Dit is geen wetenschap. Dit is van mij. Mijn gevoel. Mijn gedachten. Zonder anderen.
Het is geen dagboek. Besef dat.
Dit is me dierbaar. Ik schud me los. Maar behoedzaam.
Heel behoedzaam.

|

vrijdag, februari 13, 2009

maar

Even dan.
Vandaag was OK.
Het is natuurlijk niet leuk als je schoonmoeder dood van de trap valt. Nee, niet die van mij. Maar die van mijn baas.
Het betekende echter wel dat ik het gevoel kreeg dat ik lucht kreeg. Lucht in een dag waar ik dan opeens weer energie voor had. Om van alles te doen en regelen.
Je mag er geen grapjes over maken. Nee. Maar ik lees een gekunsteld mailtje van een vage collega die haar condoleert met ‘dit zeer ernstige maar zeer onprettige ongeval’. Het woordje maar doet het hem.
Het tekent wel het beeld dat ik van deze collega heb. Plus een groot deel van de organisatie eromheen. Een beetje als 'wat erg dat ze dood is, maar ze is overleden'. Of 'w
e zijn allemaal moe, maar uitgeput'. 'Het is een soepzooitje, maar het wordt er niet beter op'.
Ik hoop dat dit weekend aangekondigd gaat worden dat de vakantie door omstandigheden een week eerder begint en twee weken duurt in plaats van één week.
Ja, mijn dromen heb ik nog. Plus een brokje humor.
Ik ga maar eens niet sorry zeggen voor de galgenhumor. Niets beloven.

|

dinsdag, februari 10, 2009

zout

Dat verdomde gevoel van verantwoordelijkheid. Misplaatst. Altijd maar weer denken dat ik verantwoording moet afleggen.
Mensen schrikken van somberheid.
Ik stop.
Maak van je hart geen moordkuil. Maar dan moet je goed weten wat je hart zegt. Ik luister niet altijd even goed. Ook niet naar mijn hart.
Of ben gevangen in eeuwige twijfel.
Heimwee naar een tijd verder geleden dan uit te leggen. Heimwee naar een illusie.
Wat gevraagd wordt is zakelijkheid. Rolbewust en rolvast.
Ik voel alleen nog maar heftige golven van emotie.
Vorig jaar heb ik een keer gezegd dat ik het gevoel had door golven verzwolgen te worden. Ik werd uitgedaagd om op de golf te springen. Ik sprong en balanceerde, leerde en kreeg het gevoel dat ik vloog.
Nu ben ik mijn surfplank kwijt.
Ik verzuip.
Zoute tranen vallen niet op in een zoute zee.
Ik lijk zo goed met woorden. Maar het werkt niet als je al onder water bent.
Ik duik onder.
Ik ben elders. Woorden komen er altijd uit.
Maar ik moet eerst ontwarren wat ik wil en niet wil.
Los van alles.

|

zondag, februari 08, 2009

two sides

Er zijn genoeg dingen waar ik niet over schrijf. Wel zou willen. Volledig anoniem. Zonder meelezers. Het kan hier stiller worden. Of niet.
Niets is zeker.
Ik blijf even in de sluimerstand. Op afstand.
Weloverwogen.
Verhuizen zonder verhuisbericht.
Ik splits me op. Zoals ik gewend ben.
Hier dat wat iedereen mag weten en interpreteren. Elders de kant die ik zelf nog aan het verkennen ben.
Onzekerheid.
Zelfs hier.
Sommige mensen ondergaan spanning als ze niet meer bereikbaar zijn.
Ik vind het van tijd tot tijd een zegen.
Misschien tot later.

|

zaterdag, februari 07, 2009

sluimeren



Sluipend.
Ongemerkt.
Ik herken het.
Onschuld. Beloftes. Ze helpen wel. Ik zie het nog net. Maar het is zo vluchtig. Ik kan me er niet in verliezen. Het is niet vast te houden.
Een gemis.
Dat wat me nog ontroert. Of is het dat wat me pijnigt?
Ik zie dat zelfs die ruimte kleiner wordt.
De rasoptimist. Het komt allemaal goed.
Er is altijd wel weer een lichtpuntje.
Ik kan goed toneel spelen.
Ze geloven mij.
Ik geloof mijzelf niet meer.
Het sluipt. Het wordt groter. Een sluimerend gevoel van onbehagen. Onvrede. Ergernis op ergernis.
Wakker zijn, maar de vermoeidheid regeert. Het breekt af, het sloopt.
In slaap geen rust.
Geen rust.
Steeds moeilijker te maskeren. Ik wil vluchten. Ik voel me een vreemde tussen hen die me zo vertrouwd zijn. Onthecht.
Meepraten. Ja, het is goed. Maar het niet voelen.
Mooi, toch?
Nog wel knikken, maar de verbintenis is weg.
Zonder nieuwe plek.
Ontheemd.
Ik wil het niet delen.
Ik ga het niet benoemen.
Sluimerend.
Niet weten wat. Is het de gewoontes waar ik aan vast houd? Wat vind ik nou echt belangrijk?
Zij waarvan ik dacht mij te begrijpen, staan mijlenver van mij.
Korte ontmoetingen.
Welbedoelde adviezen.
Je niet begrepen voelen. Je de eenling voelen.
Gecorrigeerd worden.
Niet eens heftig. Ook niet verkeerd bedoeld. Uiterlijk geduld tentoon spreiden.
Verwijten horen. Niet zo bedoeld. Vast niet. Maar de zenuwen liggen bloot. Het doet pijn.
Ik wil oplossen. Geen oplossingen. De onbevangenheid krimpt. De muur wordt weer gebouwd.
Onderdrukte woede.
Misschien nog het meest kwaad op mij.
Ik weet het.
Laat me oplossen. In het grote niets.
In de sluimerstand.

|

donderdag, februari 05, 2009

vast

Mijn nek zit muurvast. Een perfecte weergave van de situatie tijdens het wekelijkse overleg. Geen beweging in te krijgen. Ik vervloek de wervels die vast zitten. Ik vervloek de tergende traagheid en het vertoon van mislukt tentoonspreiden van leiderschap.
Tegelijkertijd wordt een grote mate van perfect toneelspel gevraagd. Tussen nu en maandag moeten de potentieel toekomstige leerlingen een stralende juf zien. Eentje die nergens last van heeft. Zin heeft in alles.
Dat toneelspelen lukt me wel. Verder? Nee, verder niet.

|

maandag, februari 02, 2009

gekwetter

Vogels heb je in alle soorten en maten.
Vandaag wil ik het eens hebben over de vrouwelijke vogels die rondhuppen in onze school.
Juffrouw kolibrie. Constant fladderend, energie verbruikend voor tien. ‘Ik heb geen overzicht meer’, kwetterde ze. Mijn adviezen om zo nu en dan eens op een tak te gaan zitten werden weg gefladderd. Juffrouw kolibrie weet precies de juiste accenten te leggen, wordt overal voor gevraagd en ingezet. Maar zegt ook nooit nee. Laat nooit eens een andere vogel fladderen, uit angst dat haar fladderen beter is. Dat is ook vaak zo, maar fladderend dood neervallen is nu ook niet echt een goed alternatief.
Juffrouw ooievaar was in vorm. Tegen alle klaagzangen om haar heen, beweerde zij dat ze helemaal niet moe was. Als beloning gaf juffrouw tureluur haar wat voor de verzamelwoede van haar kroost.
Juffrouw spotvogel. Ze houdt niet van moeilijke woorden, hoewel ze omringd wordt door een overdosis intelligentie. Zelfs in haar eigen nest. Maar juffrouw spotvogel wil alles simpel horen. Ik doe dat wel voor haar. Zo lang ze niet te veel gaat mopperen. Deze spotvogel is al wat ouder. Ze heeft de neiging alles wat moeilijk lijkt met nonchalance af te doen. Niet wetend dat ze zelf in allerlei vernieuwingen stapt.
Juffrouw kuiken. Jong en alles willend. Te hard lopend. Soms vliegend, maar als dat even niet wil lukken, niet genoegen nemen met voorzichtig rondhuppen. Of gewoon een tukje te doen in het eigen nest. ‘Ja maar’. Gevleugelde woorden van een alles willer. Niet kunnen staat niet in haar woordenboek. De vogelgriep ligt op de loer. ‘Ja maar dat komt me helemaal niet uit.’ Niet alles is te plannen. Ik wil zuinig zijn op dit kuiken. Nu nog het kuiken leren zuinig te leren zijn op haarzelf.
Zucht. Juffrouw pinguïn. Het waren toch ideale weersomstandigheden voor haar. Ze waggelde wat improductief rond. Had eerst verteld dat ze er vanavond zou zijn. Maar nee, met dit weer. Er kon wel eens ijzel ontstaan en ze moest nog helemaal naar X. Droog vertelde ik dat ik nog helemaal naar Y. moest. Twaalf kilometer verder. IJzel of geen ijzel. Eigenlijk is de pinguïn een waardeloze vogel. Volgens mij is het eigenlijk juffrouw struisvogel in vermomming. De werkelijke problemen niet willen zien, in paniek soms zeggen dat het inderdaad niet klopt en vervolgens gaat die kop weer in het zand. Nadat ze eerst vriendelijk met grote ogen naar je hebt gekeken, duikt ze weer weg.
Natuurlijk zijn er ook eenden, die onbehendig zijn, maar druk bezig zijn met leren zwemmen. Ganzen ook, die denken dat ze alles kunnen, maar voornamelijk gakken.
Het was een gekwetter van jewelste. Tureluurs werd ik ervan. Oogjes dicht en snaveltjes toe dus. Morgen stap ik de volière weer in.

|

zondag, februari 01, 2009

beware you oelewappers

‘Juf, hij is jarig.’
‘Nee. Dat zie je verkeerd. Hij is nog niet jarig….’
Een samenvatting van een schorsing op vrijdag. Hij had gewoon zijn verjaardag leuk kunnen vieren. Hij was echter voor de zoveelste keer niet zijn afspraken nagekomen. Schoffeerde mij en docenten met het grootste gemak. Op donderdagmiddag was ik heel duidelijk geweest.
‘Dit ga je doen, anders wordt het schorsen.’
Hij koos voor het laatste. Tot zijn stomme verbazing plukte ik hem uit de klas en positioneerde hem in een hoekje voor mijn kamer. Niet om 12 uur al vrij maar tot na vieren zitten.
Halverwege had hij nog een illegale poging gedaan om zijn moeder te bereiken. Per sms. Zij kwam naar school en gaf mij groot gelijk.
Pure winst.
Over een weekje worden de duimschroeven verder aangedraaid bij deze oelewapper.

***********************
Ik gaf hem een lijstje. Zijn lijstje.
‘Hier ben ik het niet mee eens.’
Boos stampte de oelewapper weg. Hij zou het hogerop zoeken. Het werd opvallend stil. Ik vond het wel best. Ik gaf door dat hij boos was. Ik vertelde dat hij in gesprek zou gaan met het fossiel in de gang. Het bleef stil.
Totdat ik het nieuwe lijstje kreeg.
Er was in gesjoemeld. Er zijn nog plekken waar werknemers met hun grote mond gehoor krijgen.
Zij die juist zo lijken te hechten aan de regeltjes. In een orgaan zitten dat volkomen geobsedeerd lijkt te zijn door het naleven van de regeltjes. Behalve als het niet gunstig voor je uitpakt. Dan wil je dat er een uitzondering wordt gemaakt. Is het niet meer belangrijk of er gelijkheid is, als jij als individuutje maar gehoord wordt.
Geen communicatie. Het stil houden.
Totdat ik het onder ogen krijg. Ik ga herrie schoppen.
Natuurlijk moest ik het twee keer uitleggen aan mijn baas. Ze gaat het nu bespreken met de nog hogere bazen. Waar dus ook de oelewapper zit die omver geluld is. Door de andere oelewapper. Wie de grootste oelewapper is? Als het aan mij ligt zijn ze allebei nog niet jarig. Maar schorsen zit er niet in. Jammer.

Samengevat is er een te hoog gehalte oelewappers. Ik heb nu al zin om weer eens ongegeneerd mijn laagje beschaving af te pellen. Appeltjes schillen met de oelewappers om mij heen.

|

Siberische toestanden

Ik heb het idee dat het oude Rusland in ere is hersteld. Op mijn werkplek. Geen sprake van glasnost.
Star, rigide denken. Verlammend.
Een klein klutje mensen zit bijeen. Te kutten over uurtjes.
Ik zal niet zeggen dat er niet hard gewerkt wordt door mensen. Te veel tijd besteden aan erover praten, maakt je alleen maar vermoeider.
Vorig schooljaar was het nog zo helder. Er zijn drie verschillende plekken. Elk met eigen behoeftes en een eigen koers die uitgezet moet worden. Na hard werken was de richting grofweg duidelijk. Duidelijk waar aan gewerkt moet worden om vooruit te komen. Iedereen was het eens. Er moet iets veranderen. Zowel de top als het ploeterende volk heeft gesproken: ja, dit is belangrijk. Zo moeten we aan de slag.

Maar dan.
Een antiquiteit van enorme bureaucratie hangt als een donkere wolk boven de verlichtende ideeën. Een systeem waarin niet de nadruk ligt op samen de klus klaren, maar op nazoeken of je nog wel ruimte in je taak hebt om eens een half uurtje per week in de pauze rond te lopen om in de gaten te houden dat de lieve kindertjes de boel niet slopen.
De donkere wolk vermomde zich in een mail. In september of oktober hadden er gesprekken plaats moeten vinden. Over de taak. Natuurlijk heb ik het uitgedeeld.
Laat, natuurlijk laat. Er bleek van alles niet te kloppen omdat het Sovjet regime de boel niet goed geregistreerd had. Iets dat ze gemakkelijk in juli hadden kunnen doen. Volgens de planning stond een bepaalde dag als laatste werkdag ingepland voor de zomervakantie met heel duidelijk de frase ‘mits het werkt het toelaat’. Ze hadden dus gewoon door moeten werken. Maar nee. Eindeloos werd er gepraat. Achterkamertjespolitiek alom.
Ik ga niet iets uitdelen als ik weet dat het niet klopt. Ik ga niet iets bespreken als ik zelf de antwoorden niet heb.
In meerdere pogingen probeerde ik samen met twee anderen helderheid te krijgen. Streven naar een eerlijke verdeling. Kijken of zij die duidelijk te veel doen voor de organisatie ontlast kunnen worden. Als dat geen mogelijkheid was, dan in ieder geval overuren uitbetaald krijgen. Constateren dat er te weinig ruimte was voor die dingen die noodzakelijk zijn.
We gaven een duidelijk signaal. Het rigide systeem moet drastisch veranderen. Het blokkeert de boel. We willen gehoord worden.
Het duurde en duurde. Toen ik iets kreeg dat acceptabel was, heb ik het uitgedeeld. Eigenlijk heel simpel. Een boel woorden met een boel getalletjes. Ik had er boven moeten zetten ‘aan de slag’. Gewoon doen.
In plaats daarvan wordt door één van de hotemetoten een ‘knelpunt’ geconstateerd. Een knelpunt waar hij medeveroorzaker van is. Maar het leest alsof hij mij iets verwijt. Ik had veel meer moeten praten. Babbelen. Met ieder een uurtje om de tafel. Wat een kolder. Iedereen had er al over gepraat. Mensen hadden zelf aangegeven wat ze wilden. Daar was ook rekening mee gehouden. Als het goed is, deelde ik het uit aan mensen met minimaal hbo niveau. Die mogen dan toch ook zelf wel wat bedenken.
Aansturing is prima. Doe ik graag. Maar een stukje eigen initiatief, eigen ideeën, is dat te moeilijk?
De kou komt terug.
Verder vinden de hotemetoten dat ze extra ondersteuning nodig hebben. Terwijl er toch steeds meer over de schutting geflikkerd wordt.
Al dat gepraat. Doen lijkt uit de mode. Er wordt nog meer gecreëerd. Baantje hier, baantje daar.
Ik weet wel wie ik naar Siberië zou willen sturen.

|
Weblog Commenting and Trackback by HaloScan.com