Blogroll Me! bouncing: juni 2009
www.flickr.com

bouncing

ofwel stuiteren

maandag, juni 29, 2009

kaas en worst

Het lijkt wel of er niets gebeurd.
Maar dat is natuurlijk niet zo.
Vandaag weer genoten van een overlegmoment waarbij ik vooral afstand nam en observeerde.
Dat afstand nemen, dat is het helemaal. Nog even en ik ben kilometers ver verwijderd.
Het is simpel.
Je ontdekt dat je flink wat geld per leerling kan krijgen als school als je iets doet dat 'maatschappelijke stage' heet. Vanaf nu noem ik het X.
X is een breed begrip, dat in ieder geval tot 2011 lekker vaag blijft. We doen al jaren een project dat nut heeft, succesvol genoemd kan worden en de jaarlijkse rapportage wordt ieder jaar goed gekeurd. Lekker simpel.
We werken samen met een organisatie die mij prima bevalt en die waardevol lesmateriaal levert voor diverse speerpunten. Collega's zijn tevreden en hebben de vrijheid om los hiervan hun 'eigen ding' te doen. Vorig jaar is besloten om een driejarig contract aan te gaan met deze organisatie. Gelukkig.
Maar vrouwtje Pollewop ziet alleen maar een geldbedrag staan. Haar stem ging twee octaven omhoog. Haar Limburgse tongval versterkt.
Ik probeerde duidelijk te maken dat dit volledig betaald kan worden door het geldbedrag dat we voor X krijgen. Plus geld overhouden. In kalmte.
"Ik hoop het maar."
Lieve help. She has eaten no cheese of it. Sterker, cheese is completey missing.

H. probeerde zich in te houden. Ik zag zijn vingers vervaarlijk trommelen. J. zat erbij voor spek en bonen. Zelden zo'n hopeloze collega gezien. Maar hij is er nog maar even. Ik was driftig bezig met gras maaien. Ik maaide het weg voor zijn voeten. Maar ik geloof dat hij zelfs dat niet door had.
Wie het wel door had was B. die perfect door had hoe H. en ik precies kwamen waar we uit wilden komen. B. is van de organisatie waar ik prettig mee samen werk. Helaas vertrekt zij. Maar er komt vast weer een ander voor in de plaats waar ik ook tevreden over ben.
B. wist ook lekker te nuanceren. De lichte hysterie die juffrouw Pollewop ventileerde werd gerelativeerd. Het is nu nog onduidelijk hoe X zich gaat ontwikkelen. Er zijn diverse scholen die nu al doen of het 2011 is en tegen allerlei problemen aanlopen. Wie weet wat de politiek weer allemaal gaat veranderen.
Relax.
Het is al warm genoeg. Opwinden is dus geen optie.
Afstand door verstand te gebruiken. Mijn gevoel vaart er wel bij.
Ik ben dol op kaas. Maar als juffrouw Pollewop geen kaas ervan heeft gegeten, is dit haar gemis. Niet het mijne. Om haar te vragen of ze worst lust is ook zo onaardig.
Ook onnodig. Ik heb immers deze plek.

|

zondag, juni 21, 2009

knopen

Het einde van het schooljaar moet wel in zicht zijn.
Totale lethargie.
Heel de dag zei ik dat ik nog wel wat werk zou gaan doen. Ik heb een heel klein beetje gedaan. Heel klein.
Er moet nog zo veel. Er is nog zo veel onduidelijkheid over alles. Ja, over alles.

Baanindelingen. Beleidszaken. Planningen. Ik zie knopen en een incompetente hakker.
Twee maanden geleden had ik woest rond gestampt, was gaan weeklagen, schreef bittere logjes en meer.
Nu? Ik zie de temperatuur omhoog schieten. Ik weet dat ik 17 juli in ed auto stap en naar Frankrijk rijd. Vandaag een leuk overnachtingadres gevonden en geboekt. Ik heb nog een bon van een tuincentrum om meer kleur in de tuin te brengen. Daar is aanstaande woensdag al voor gereserveerd. Ik verzamel leesvoer wat mee de koffer in moet. Ik ga binnenkort mijn zomergarderobe uitbreiden.
Die dingen dus.
Ik zie mensen om me heen lichtelijk nerveus worden. Natuurlijk. Ze hebben wel gelijk. Als we volgend jaar goed willen starten, moeten we nu goed afronden en de voorbereidingen gedaan hebben.
Maar ja.
Daar hebben we weinig invloed op.
Er zijn allerlei keuzes. Één ervan is woest rondstampen.

Ik ga voor ontspannen. We zien wel waar het schip strandt. Het kan altijd erger.
Frankrijk is in zicht.
Goed, nu nog even twee berichten versturen. Je weet maar nooit.
Misschien gaat er wat gepland of gehakt worden. Knopen dus.
Zo lang ik niet in de knoop zit, is het goed.

|

woensdag, juni 17, 2009

opsteker

Wat was het spannend. Een zucht van opluchting: 88% in één keer geslaagd! Van de 12% die dus nog niet kon juichen, is er één die met twee vingers in zijn neus economie nog moet doen omdat hij op de dag van het examen zo dom was om in zijn bed te blijven liggen. Verder is er maar één echt definitief afgewezen en moet de rest nog even flink aan de bak in een poging om alsnog dat felbegeerde papiertje te scoren.
Een opsteker.
Nu moe. Maar wel voldaan.

|

dinsdag, juni 16, 2009

ontheemd

Er zijn dingen waar je alleen uit moet komen.
Net op het moment dat je de spinsels uit je hoofd hebt. Luchtig. Onbevangen. Meer laten zien. Niet foutloos en niet altijd gemakkelijk. Voor wie is het wel zo?
Voor niemand.
Ik wil er niet te veel over nadenken. Het doet zeer.
Ik wil het ook niet negeren.
Malen is niet goed. Nooit.
Soms gebeurt er iets dat je niet zag aankomen.
Een herhaling van zetten.
Ik weet niet wat ik er mee moet.
Verwarring en twijfel. Wat wil ik nou. Ik weet wel dat kwetsen niet de bedoeling is. Maar het is op deze manier onvermijdelijk.
Bezinken. Bespreken. Hart en hoofd samen.
Woorden vatten het allemaal te simpel samen.
Ik wil het niet in woorden vatten. Te simpel, te moeilijk.
De gedachtes en de gevoelens waaien alle kanten op.
Ontheemd.

|

boerka kwijt

Collega A. Zo vaak zie ik haar niet. De directiesecretaresse zit immers in ‘de gang’. Waar het altijd rustig lijkt en waar iedereen het zegt erg druk te hebben. Zo druk dat er allerlei aparte faciliteiten worden gecreëerd zodat deze arme zielen op diverse manieren ontlast worden.
Maar A. vlucht zo nu en dan voor een pafke naar het rokershol.
Eigenlijk is A. altijd in een goed humeur of doet het zo voorkomen.
Maar nu dan.
Ze is haar Boerka kwijt. Boerka waar ze erg aan gehecht was. Ook al had ze Boerka pas een jaar. Het vermoeden is er dat Boerka vanaf de derde verdieping via de zonluifel van de benedenburen naar de grote boze buitenwereld is gekatapulteerd.
A. was door de wijk gaan zoeken. Samen met haar dochter. Wonend in een voornamelijk christelijke gemeente. Luidkeels “Boerka, Boerka” roepend. Later verbasterd naar “Boerki, Boerki” omdat ze daar ook wel naar luisterde. Of omdat ze geen burenruzie wilde. Maar nee. Boerka verscheen niet. Met een zweem van sipheid zei ze dat ze in ieder geval hoopte dat de Chinees van het dorp zich in had gehouden en niet opeens een special zou aanbieden.
A. mist Boerka. De gitzwarte poes.

|

vrijdag, juni 12, 2009

alleen al vanwege de aardbeienvlaaien

Al dat gezever over mensen die te veel aandacht krijgen in mijn schrijfsels.
Ik word ouder. Dat is altijd beter dan niet ouder worden. Zondag verjaren. Weg dubbele 4.
Ouderwets besloten om maar weer eens gewoon, ouderwets mensjes uit te nodigen.
Dat betekent natuurlijk wel dat ik eens moet gaan huishouden. Morgen. In turbotempo. Het wordt immers ook mooi weer, dus de tuin roept ook. Harder dan het huishouden. Dat roepen.
Maar goed. Zondag gewoon uitslapen. Kijken of er daarna mensjes verschijnen. Vast wel. Al kreeg ik niemand telefonisch te pakken vanavond. Kan dus ook zijn dat ik straks met grote aardbeienvlaaien in MIJN maag zit. Letterlijk. Daar is niets mis mee.
Ook niet met delen.
De enige wens die ik heb uitgesproken zijn pioenrozen. Wat dat betreft had ik beter iets eerder geboren kunnen worden. Het pioenseizoen (wat een woord!) is altijd zo’n beetje voorbij op het moment dat ik het liefst het hele huis vergeef van de pioenen.
Nou. Maar eens naar bed. Beetje fit de zondag zien te bereiken.

|

ballast

Vandaag hoorde ik mijzelf. “Ze kan toch weg gaan? Ik kan blijven hopen.”
Het klonk hard. Bijtend.
Twee stappen vooruit, drie achteruit. Dat idee.
Ergens heb ik het idee dat door nog net allemaal een stapje harder te rennen, we het hanteerbaar houden. Niet volhouden. Dat is weer heel wat anders.
Ik wil het bespreken. Ik wil oplossingen. Ik wil vooral zien dat er sprake is van medewerking, in alle betekenissen.
Ze gaf zelf eerder aan dat ze soms het gevoel heeft dat ze aan de kar hangt en dat ze steeds achter de feiten aanloopt.
Spring dan op de bok. Neem de teugels. Wij hebben al onze eigen karretjes die we met moeite rijdend houden. We nemen soms zelf de teugels in handen, maar hebben dan het gevoel afgeremd te worden. Logisch, zij hangt er aan.
Donderdagmiddag zat ik als oud vuil aan tafel met nog een afgedraaid iemand. “Goh, wat is er met jullie?”
Er kwam alleen maar “nou, gewoon moe” uit.
Verbanden zien is niet vanzelfsprekend. Dat is wel duidelijk.

|

donderdag, juni 11, 2009

'personeelsbeleid'

Ik ben zo toe aan weekend. Nog maar één dagje en reken maar dat ik er een korte dag van maak. Echt.
Ik heb sinds eind januari een nieuwe collega. Ooit zat hij bij me in de klas, nu staat hij ervoor en werk ik met hem samen. Een schat van een man, nergens te beroerd voor. Het type dat zeldzaam lijkt te worden in onderwijsland.
Hij zou allerlei dikbetaalde banen kunnen krijgen met twee afgeronde universitaire studies. Maar nee, hij wil voor de klas. De idealist. Hij moet zelfs nu nog investeren om zijn pedagogische aantekening te krijgen en ik weet dat dit hem gewoon gaat lukken.
Na een maand was al duidelijk dat hij er wel komt.
Het was een iets kleinere baan dan hij had verwacht. Hij was dan ook bereid om in maart nog lesuren extra te draaien in 1e klassen. Enthousiast er in stappen. Een vak waar geen duidelijke richtlijnen voor zijn, maar waar hij zeker zijn meerwaarde kan tonen. Assisteren bij een sportdag? Geen probleem. Projecten? Kom maar op.
Vandaag sprak ik hem wat langer. Hij zat nogal in de rats.
Geen salaris gekregen in mei.
Huh?
Hij was al wel naar de o zo drukke baas geweest.
Die heeft verzaakt.
Mijn leuke, nieuwe, enthousiaste collega was bij ons begonnen op basis van een 3-maanden contract. Iets dat standaard is, om niet opgescheept te zitten met bakken ellende.
Maar aan het einde van die drie maanden, moet er dus een seintje gegeven worden aan het bestuur, dat hij blijft voor de rest van het schooljaar. Door iemand van de directie. Er is nota bene al voor volgend jaar blij gereageerd dat hij vier dagen beschikbaar is.
Maar nee. Dat is niet gebeurd. Totale radiostilte.
Totdat de nieuwe collega wat benauwd maar eens ging informeren. Op 29 mei is een restantje van april en de maand mei uitbetaald.
Maar nee. Dit is niet alles.
Hij draait sinds begin maart ook die twee extra lesuren. Die zijn nog helemaal niet verwerkt.
Mijn o zo drukke baas was natuurlijk niet beschikbaar. Dus op naar het fossiel die allerlei mutaties verwerkt en doorstuurt naar het bestuur.
Hij zal echt nooit zeggen dat hij een fout heeft gemaakt.
O nee.
De nieuwe collega had hem toch kunnen helpen herinneren.
Daar kwam het min of meer op neer.
Ik vind het een schande.
Een grove schande.
Tegelijkertijd wordt er een enquête uitgezet over de teamleiders. Één van de vragen is of de teamleiders voldoende aandacht hebben besteed aan personeelsbeleid binnen het team.
Ik vind het allemaal best. Het lijkt me alleen zinniger om het te doen per teamleider omdat ik zonder enquête al wat forse verschillen zie. Ik zal dan ook zeker binnen mijn clubje enquêteren.
Ik vermoed dat een enquête met de zelfde vraag over een andere functiegroep wel eens verhelderend zou kunnen zijn.

Pijnlijk verhelderend.

|

maandag, juni 08, 2009

the art of communication

Gewoon een maandag.
Is er wel of geen gesprek geweest?
Misschien hoor ik het morgen. Het ‘slachtoffer’ is ziek naar huis. Morgen ook nog ziek. Dan zou het kunnen dat er een gesprek is geweest. Of dat het gesprek vermeden is.
Een ander gesprek. Gevoerd. Door mij. Ik voelde me een kleuterjuf. Iemand vertellen wat te doen, die toch echt dit zelf zou moeten weten. “Goh. Meer dan dertig keer te laat. Ja, dat is geloof ik wel een melding bij leerplicht.” Nu nog proberen deze gnoom aan het werk te krijgen, zodat ik volgens schooljaar niet met alle ellende zit.
Een telefonisch gesprek. Met de Raad van de Kinderbescherming. Bloed aan de muur. De uiterst rustige leerling wederom geconfronteerd met een gewelddadige ex-stiefvader die de niet assertieve moeder weer binnen had gehaald. Moeder er inmiddels van overtuigd dat ze het gesprek met de Raad van de Kinderbescherming aan moet gaan.
Het gesprek met de collega die ik botweg duidelijk maakte dat haar aanpak niet pedagogisch verantwoord was en dat ik die zelfde aanpak niet langer tolereerde. Niet dat ik ijdele hoop heb.
Het gesprek met de leerling die allerlei formulieren moet invullen plus bewijsstukken moet aanleveren dat haar vader, die in Colombia zit, niet zal bijdragen aan de financiële ondersteuning voor haar vervolgstudie.
Het gesprek met de andere leerling die niets mag, niet gezien wordt en steeds meer gaat liegen om haar vrijheid te verkrijgen, maar er zo voor zorgt dat thuis als een gevangenis gaat voelen.
Een babbel met een collega die misschien wel met me mee rent de Noordzee in.
De zucht van de collega dat hij er zo moe van wordt dat nieuwe collega’s de basiszaken nog niet eens in orde maken. Cijfers verstrekken aan leerlingen, om maar iets te noemen.
De collega die subiet zijn 2e correctiewerk terugstuurde met de mededeling dat het eerst maar eens fatsoenlijk nagekeken moest worden. Terecht.
Een gesprek met de examinator die 23 toegekende punten verspreid over 16 leerlingen moest schrappen, omdat het echt niet kon.
Verder?
Lesgeven. Zwaaien naar collega’s omdat ik in gesprek had en ik nog steeds niet twee verschillende gesprekken tegelijkertijd kan voeren.
Brieven naar nieuwe leerlingen die of wel of niet volgend jaar bij mij in de afdeling mogen plaats nemen.
Verder?
Nog veel meer.
Maar nu mijn bikini opzoeken. Morgen die Noordzee.
Ook maar een vestje. Het zou wel eens kil kunnen worden.

|

zondag, juni 07, 2009

hoe dan

Nog vijf weken en een heel klein beetje en ik mag de zomervakantie laten beginnen.
Ik hoorde collega’s dat ze het allemaal zo snel vinden gaan. Ik zie niet wat daar mis mee is. Ik heb me er al helemaal bij neergelegd dat wat er eigenlijk had moeten gebeuren dit jaar, niet gebeurd is.
Ik ben lange tijd daardoor gefrustreerd geweest.
Het is het niet waard. Dat opvreten. De ergernis.
Ik heb iets geleerd. Ook als ik iemand incompetent vind, kan dat nog best een aardig persoon zijn. Beetje hol, maar toch, niet onaardig. Qua werk schiet ik er te weinig mee op.
Dinsdag is er een monstersessie ingebouwd. Aan de kust. Er staat heel wat op de agenda. Woorden als speerpunten, gemeenschappelijk referentiekader en meer.
Het wantrouwen is heel groot. Te groot wellicht. Ik heb gemerkt dat ik door rust in te zetten, ruimte geef aan mijn sterke kant en mijn creativiteit. Ik hoop dat het me lukt.
Het wantrouwen zit diep. Ik weet nog steeds niet hoe zij haar rol ziet.
Er komt weer een buitenstaander bij. Voor input.
Kun je het niet alleen?
Dat kan.
Te veel en te vaak iets over de schutting flikkeren. Ik lees een zin. Een vraag. “Wie voert schoolbreed de regie?” Ik schud mijn hoofd. Het had een ik-zin met een uitroepteken moeten zijn.
Kun je het leren?
Ik geloof best dat de wil er is. Anders zat je er niet. Maar kun je het ook?
Ik zal moeten waken om rust in te bouwen. In mij. Naar haar.
Ik wil immers niet gillend de Noordzee in rennen dinsdag. Het had een optie kunnen zijn met zomers weer. Maar dat zit er niet in.
Rust zodat creativiteit wint. Wantrouwen veranderen in waakzaamheid.
Ik wil het nog steeds weten. Maar hoe vraag je dit. Hoe zie jij jouw rol?
Het is veel moeilijker dan dit ene zinnetje. Veel moeilijker.

|

donderdag, juni 04, 2009

hij mot wat

Er zijn gesprekken geweest. Mensen zijn blij gemaakt, tevreden gesteld of diep teleurgesteld.
Ik bofte. Ik zat er alleen maar bij. Ik was nieuwsgierig.
Van te voren was ik gewaarschuwd. Mensen die te horen zouden krijgen dat ze niet kregen waar ze op gehoopt hadden, konden divers reageren. Verdrietig, boos of andere emoties die je niet verwacht.
Ik zag ijzige kalmte toen het slechte nieuws kwam. Er werd nauwelijks een woord gezegd.
Hij was al kwaad. Zijn woede richt zich vooral op mij.
Ik had hem vroeg in het schooljaar een verantwoordelijkheid gegeven. Hij leek er dankbaar voor. Hij gaf me de indruk er voor te gaan.
Gebakken lucht.
Gaandeweg kreeg ik meer en meer de indruk dat er veel te weinig gebeurde. Het oude patroon.
“Ik doe mijn best.”
“Ik heb het zo druk.”
“Ik krijg er te weinig tijd voor.”
Maar daarnaast vooral ook de indruk wekken dat alles toch onder controle was. Dat er wel degelijk iets gebeurde. Ik kreeg bericht. Bijna alle leerlingen ‘waren aan het werk geweest’. Er moesten nog ‘wat’ aanvullingen gedaan worden. Hij zou ze aanspreken.
Ondanks mijn eigen chaos van “ik doe mijn best”, “ik heb het zo druk” en “ik heb er te weinig tijd voor”, heb ik er een schepje boven op gedaan.
Ik ging controleren. Iets wat ik niet had willen hoeven doen.
Helaas bleek het bittere noodzaak.
Meer dan een kwart van de leerlingen had nog niets gedaan. Nog dramatischer: 42% had bijna niets gepresteerd.
Het was meetbaar. Ik stuurde de gegevens naar hem op. Met termen als onacceptabel erin verweven en de verwachting dat ik een plan van aanpak verwacht om dit recht te trekken. Laat het nu net de periode zijn dat hij minder lessen heeft en ook de mogelijkheid heeft om het te herstellen.
Gekrenkte misplaatste trots.
Stilte. Maar wel op hoge poten naar mijn baas dat hij een gesprek met haar wil. Maar zij weet wat er speelt.
Ik ben namelijk wel zo slim om haar hierover te informeren.
Zij zal met hem praten. Maar de tijden van handjeklap zijn al weer lang achter ons.
Ik kreeg een mail van hem.
Het begon met “na lang wikken en wegen”. In plaats van de aanval probeert hij het anders te doen. “Jij hebt wel in mij het vertrouwen dat ik het kan, maar dat vertrouwen heb ik zelf niet”. Hij haalt er van alles bij. Ook weer om duidelijk te maken dat hij niet uitkomt met zijn tijd. Concluderend dat hij de opdracht terug geeft.
Pardon?
Ik dacht het niet.
Kom maar met je hulpvraag. Ik wil je best aangeven hoe je het zou kunnen doen. Helaas. Dat kost wel tijd. Tijd van jou.
OK, ook een stukje tijd van mij.
Maar dat wil ik er graag in investeren. Je wilt je toch ontwikkelen?
Nee. Hij komt niet uit Rotterdam.

Ik wel.
Er mot gewerk worre.

|
Weblog Commenting and Trackback by HaloScan.com